Kabinet: Maatwerk nodig voor oplossing ammoniakvraagstuk bij Natura-2000-gebieden

Rijk en provincies gaan samen per gebied aan de slag om oplossingen te zoeken voor veehouderijen in de buurt van Natura 2000-gebieden. Alleen op regionaal niveau kan worden bepaald of er ruimte is voor de oprichting of uitbreiding van een veehouderijbedrijf in of nabij een Natura 2000-gebied.

Dit blijkt uit de kabinetsreactie op het advies van de Taskforce Toetsingskader Ammoniak die vandaag door minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar de Tweede Kamer is gestuurd. De minister heeft tevens de handreiking aangeboden die gebruikt kan worden als hulpmiddel bij de beoordeling van vergunningaanvragen en bij het opstellen van beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden.

In de reactie omarmt het kabinet de aanbevelingen van de taskforce voor de aanpak van de problematiek van een te hoge stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Minister Verburg wil stevig gaan inzetten op de terugdringing van de achtergronddepositie en aan de slag met het bedenken van creatieve oplossingsrichtingen die juridisch houdbaar zijn.

De Taskforce Toestingskader Ammoniak, onder voorzitterschap van voormalig Europees topambtenaar Carlo Trojan, werd in het voorjaar ingesteld toen bleek dat het toetsingskader juridisch niet houdbaar was. Het landelijke generieke toetsingskader was opgesteld om de sector duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheden voor uitbreiding en oprichting van veehouderijbedrijven in en nabij Natura 2000-gebieden. Deze benadering hield geen stand bij de Raad van State.

In navolging van de taskforce concludeert het kabinet dat het niet mogelijk is om algemeen geldende waarden of bandbreedtes te palen, maar dat voor de oplossing van de problematiek maatwerk geboden is. Per gebied moet bekeken worden hoeveel ruimte er is voor de aanwezige veehouderijbedrijven. Daarbij is het belangrijk dat alle betrokken partijen, de landbouwsector en natuur- en milieuorganisaties, in een vroeg stadium meepraten en zich committeren aan het eindresultaat, zodat de gang naar de rechter kan worden voorkomen.

Het kabinet is het met de taskforce eens dat bij de beoordeling van bedrijfsactiviteiten in of nabij Natura 2000-gebieden ook gekeken moet worden naar andere factoren dan alleen de stikstofdepositie. Zo kan soms de hydrologische situatie de meest belemmerende factor zijn voor de realisatie van de Natura 2000-doelen.

Saldering kan mogelijk ruimte bieden voor bedrijfsontwikkeling. Een veehouder die wil uitbreiden zou bijvoorbeeld de stikstofdepositie van een in de buurt gelegen bedrijf dat stopt kunnen 'overnemen'.

In de reactie stelt het kabinet dat het noodzakelijk is dat de achtergronddepositie verder daalt om op termijn de natuurdoelen te kunnen realiseren. Dit aspect neemt het kabinet nadrukkelijk mee bij de onderhandelingsinzet van Nederland met betrekking tot de NEC-richtlijn.

De handreiking die moet helpen bij het vinden van een oplossing voor de problematiek van een te hoge stikstofdepositie is opgesteld in overleg met de provincies en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De handreiking geeft aan welke factoren het bevoegde gezag in het betreffende gebied kan laten meewegen bij de beoordeling van activiteiten in en nabij Natura 2000-gebieden en bij de opstelling van het beheerplan. Uitgangspunt is dat de huidige situatie in het betreffende Natura 2000-gebied niet verslechtert en dat de gestelde ecologische doelen op termijn gehaald worden.

Noot voor redacties (