Centraal Bureau voor de Statistiek
Persbericht
PB09-018
5 maart 2009

Inflatie licht omhoog

· Duurdere benzine verhoogt inflatie
· Prijzen vliegtickets hoger
· Inflatie eurozone ook omhoog
De Nederlandse inflatie is in februari uitgekomen op 2,0 procent. Dat is 0,1 procentpunt hoger dan in januari. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. De belangrijkste oorzaak van de hogere inflatie is de prijsstijging van benzine. Benzine was in februari 3,8 procent duurder dan in januari. In de tweede helft van 2008 werd benzine juist iedere maand goedkoper. Benzine was in februari nog wel 13 procent goedkoper dan een jaar eerder.
Ook de prijzen van vliegtickets droegen bij aan de lichte stijging van de inflatie. Vliegtickets waren in februari 12 procent duurder dan in januari en 8,7 procent duurder dan een jaar eerder.
De Nederlandse inflatie volgens de Europees geharmoniseerde methode (HICP) is in februari uitgekomen op 1,9 procent. Dit is 0,2 procentpunt hoger dan in januari. De inflatie van de eurozone is ook gestegen en uitgekomen op 1,2 procent. Dit blijkt uit een raming van Eurostat. Daarmee blijft de Nederlandse inflatie een stuk hoger dan in de eurozone. 2006=100 Prijsindex benzine en Consumentenprijsindex (CPI) 125
120
115
110
105
ln.... 100
95
sbc.... 90
85
80
n b
aj ef
2006 2007 2008 2009 w Prijsindex benzine CPI ww
CBS Persbericht PB09-018 pagina 1 van 5

Technische toelichting

Inflatie
De inflatie in Nederland wordt gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. De consumentenprijsindex geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door de Nederlandse huishoudens.
Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex
Naast de nationale prijsindex publiceert elke lidstaat van de Europese Unie een geharmoniseerde prijsindex. Deze Europese indices dienen speciaal voor het vergelijken van de inflatie tussen de lidstaten van de Europese Unie. Het CBS publiceert daartoe voor Nederland naast de CPI de HICP (Harmonized Index of Consumer Prices).
Voor Europa zijn er twee met de Nederlandse HICP vergelijkbare inflatiemaatstaven. De consumentenprijsindex voor de monetaire unie (de MUICP) geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer in de groep van landen die de euro hebben ingevoerd (de eurozone). De Europese index van consumentenprijzen (EICP) geeft de prijsontwikkeling weer zoals die gemiddeld in de gehele Europese Unie is. De uitkomsten over februari 2009 voor de afzonderlijke landen van de Europese Unie worden op 16 maart gepubliceerd door Eurostat.
Voorlopige uitkomsten
De uitkomsten over de consumentenprijsindex zijn in de regel één maand voorlopig. Cijfers kunnen worden aangepast op grond van nagekomen gegevens.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u de website van het CBS bezoeken (www.cbs.nl). Op de website vindt u ook het conjunctuurbericht van het CBS, waarin een samenhangend beeld wordt gegeven van de conjuncturele ontwikkeling. U kunt zich op het conjunctuurbericht abonneren via de website (Informatie voor/Publiek/Abonnementen).
CBS Persbericht PB09-018 pagina 2 van 5

Inflatie, historische reeks

Jan. Febr. Maart April Mei Juni Juli Aug. Sept. Okt. Nov. Dec. Jaar In procenten
1989 0,8 0,9 0,8 1,1 1,0 1,0 1,1 1,1 1,3 1,4 1,2 1,3 1,1 1990 2,2 2,3 2,3 2,2 2,3 2,3 2,4 2,4 2,7 2,9 2,8 2,6 2,5 1991 3,2 2,9 3,2 3,1 3,2 3,4 4,5 4,6 4,4 4,5 4,8 4,9 3,9 1992 4,1 4,4 4,2 4,4 4,2 4,0 3,1 3,5 3,4 3,0 2,9 2,6 3,7 1993 2,5 2,4 2,3 2,3 2,3 2,1 2,2 2,0 1,8 1,9 1,7 1,7 2,1 1994 2,4 3,0 2,9 2,8 2,9 3,0 2,7 2,6 2,7 2,8 2,5 2,6 2,7 1995 2,4 2,4 2,3 2,3 2,1 2,1 1,8 1,5 1,5 1,3 1,6 1,7 2,0 1996 1,9 1,8 2,0 2,0 2,0 1,8 2,2 1,9 2,0 2,4 2,3 2,5 2,1 1997 2,3 2,2 2,0 1,8 2,2 2,2 2,3 2,6 2,6 2,3 2,5 2,3 2,2 1998 1,8 2,2 2,3 2,4 2,0 2,2 2,0 1,7 1,7 1,9 1,7 1,7 2,0 1999 2,2 2,1 2,2 2,2 2,3 2,3 2,1 2,6 2,2 2,1 2,2 2,2 2,2 2000 2,0 2,0 1,9 2,1 2,4 2,7 2,8 2,5 2,9 3,1 3,0 2,9 2,6 2001 4,2 4,5 4,6 4,9 4,9 4,5 4,6 4,7 4,7 4,3 4,2 4,4 4,5 2002 4,0 3,8 3,6 3,6 3,3 3,4 3,4 3,3 3,3 3,2 3,1 3,1 3,4 2003 2,4 2,4 2,4 2,1 2,0 2,0 2,1 2,1 2,0 2,0 2,0 1,7 2,1 2004 1,3 1,2 1,1 1,4 1,5 1,4 1,1 1,1 1,0 1,4 1,3 1,2 1,2 2005 1,5 1,6 1,8 1,5 1,3 1,6 1,6 1,8 1,8 1,6 1,8 2,0 1,7 2006 1,3 1,1 1,0 1,2 1,2 1,3 1,3 1,4 1,1 0,9 1,0 1,1 1,1 2007 1,4 1,5 1,8 1,8 1,8 1,7 1,5 1,1 1,3 1,6 1,9 1,9 1,6 2008 2,0 2,2 2,2 2,0 2,3 2,6 3,2 3,2 3,1 2,8 2,3 1,9 2,5 2009 1,9 2,0 *)

*) Voorlopige cijfers.
NB. Van jan. 1989 ­ jan. 1994: reeks werknemers met een laag inkomen 1985=100 Van febr. 1994 ­ sep. 1997: reeks alle huishoudens 1990=100 Van okt. 1997 ­ dec. 2002: reeks alle huishoudens 1995=100 Van jan. 2003 ­ dec. 2006: reeks alle huishoudens 2000=100 Vanaf jan. 2007: reeks alle huishoudens 2006=100
Bron: CBS
Prijsstijging en bijdrage aan inflatie van enkele artikelgroepen 2008 2009
gewicht 2007 2008 Sept. Okt. Nov. Dec. Jan. Feb.* Prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder % 0 Totaal bestedingen 100,0 1,6 2,5 3,1 2,8 2,3 1,9 1,9 2,0 1 Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken 11,0 1,0 5,6 6,7 6,2 5,0 4,7 4,2 4,3 2 Alcoholhoudende dranken en tabak 2,9 1,9 4,8 3,9 3,7 9,3 10,7 10,3 9,8 3 Kleding en schoeisel 5,1 1,2 0,3 0,0 -0,2 0,1 -0,1 -3,4 -2,4 4 Huisvesting, water en energie 24,4 2,6 2,1 3,3 3,3 3,2 3,1 4,3 4,1 5 Stoffering, huishoudelijke apparaten 6,4 1,2 2,1 2,5 2,4 2,3 2,4 2,2 2,5 6 Gezondheid 1,3 1,2 0,3 0,0 0,5 0,4 0,8 0,0 -0,1 7 Vervoer 10,8 1,8 3,9 4,9 2,3 -2,5 -4,0 -4,0 -2,8 8 Communicatie 3,9 -2,8 -4,1 -4,0 -2,5 -2,5 -1,8 -2,2 -2,0 9 Recreatie en cultuur 10,8 -0,7 -1,3 -1,1 -0,7 -0,3 -0,1 0,8 -0,2 10 Onderwijs 0,1 -1,4 2,2 2,5 2,6 3,0 3,0 1,6 1,3 11 Hotels, cafés en restaurants 4,8 3,5 4,2 4,2 4,2 4,4 4,2 3,7 4,1 12 Diverse goederen en diensten 10,9 2,9 3,8 4,0 3,9 3,9 3,5 2,6 2,9 13 Consumptiegebonden belastingen en overheidsd. 3,3 2,9 4,2 4,5 4,5 4,5 4,5 6,2 4,2 14 Consumptie in het buitenland 4,4 2,3 4,8 5,8 5,2 3,9 1,1 -0,3 -1,0 Bijdrage aan de inflatie procentpunt 0 Totaal bestedingen 100,0 1,6 2,5 3,1 2,8 2,3 1,9 1,9 2,0 1 Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken 11,0 0,1 0,6 0,7 0,7 0,5 0,5 0,5 0,5 2 Alcoholhoudende dranken en tabak 2,9 0,1 0,1 0,1 0,1 0,3 0,3 0,3 0,3 3 Kleding en schoeisel 5,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 -0,2 -0,1 4 Huisvesting, water en energie 24,4 0,6 0,5 0,8 0,8 0,8 0,7 1,0 1,0 5 Stoffering, huishoudelijke apparaten 6,4 0,1 0,1 0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 6 Gezondheid 1,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 7 Vervoer 10,8 0,2 0,4 0,6 0,3 -0,3 -0,5 -0,5 -0,3 8 Communicatie 3,9 -0,1 -0,2 -0,2 -0,1 -0,1 -0,1 -0,1 -0,1 9 Recreatie en cultuur 10,8 -0,1 -0,1 -0,1 -0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 10 Onderwijs 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 11 Hotels, cafés en restaurants 4,8 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 12 Diverse goederen en diensten 10,9 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,3 0,3 13 Consumptiegebonden belastingen en overheidsd. 3,3 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 14 Consumptie in het buitenland 4,4 0,1 0,2 0,3 0,2 0,2 0,1 0,0 0,0
*) Voorlopige cijfers.
Bron: CBS
CBS Persbericht PB09-018 pagina 3 van 5

Procentuele veranderingen t.o.v. de overeenkomstige periode uit het voorgaande jaar

Nationale CPI Nederland Geharmoniseerde index

Alle Alle Nederland Eurozone Europese huishoudens huishoudens Unie afgeleid 1)
jaargemiddelden
1997 2,2 2,0 1,9 1,6 1,7 1998 2,0 1,7 1,8 1,1 1,3 1999 2,2 1,7 2,0 1,1 1,2 2000 2,6 2,2 2,3 2,1 1,9 2001 4,5 3,6 5,1 2,3 2,2 2002 3,4 3,4 3,9 2,2 2,1 2003 2,1 1,9 2,2 2,1 2,0 2004 1,2 0,9 1,4 2,1 2,0 2005 1,7 1,4 1,5 2,2 2,2 2006 1,1 1,5 1,7 2,2 2,2 2007 1,6 1,5 1,6 2,1 2,3 2008 2,5 2,2 2,2 3,3 3,7 maanden
2007 januari 1,4 1,2 1,2 1,8 2,1 februari 1,5 1,3 1,4 1,8 2,1 maart 1,8 1,6 1,9 1,9 2,3 april 1,8 1,6 1,9 1,9 2,2 mei 1,8 1,6 2,0 1,9 2,1 juni 1,7 1,6 1,8 1,9 2,1 juli 1,5 1,3 1,4 1,8 2,0 augustus 1,1 1,0 1,1 1,7 1,9 september 1,3 1,2 1,3 2,1 2,2 oktober 1,6 1,5 1,6 2,6 2,7 november 1,9 1,8 1,8 3,1 3,1 december 1,9 1,7 1,6 3,1 3,2 2008 januari 2,0 1,9 1,8 3,2 3,4 februari 2,2 2,1 2,0 3,3 3,5 maart 2,2 2,0 1,9 3,6 3,8 april 2,0 1,9 1,7 3,3 3,6 mei 2,3 2,1 2,1 3,7 4,0 juni 2,6 2,4 2,3 4,0 4,3 juli 3,2 2,9 3,0 4,0 4,4 augustus 3,2 3,0 3,0 3,8 4,3 september 3,1 2,8 2,8 3,6 4,2 oktober 2,8 2,5 2,5 3,2 3,7 november 2,3 1,8 1,9 2,1 2,8 december 1,9 1,5 1,7 1,6 2,2 2009 januari 1,9 *) 1,4 1,7 *) 1,1 *) 1,7 *) 2009 februari 2,0 *) 1,5 *) 1,9 *) 1,2 *) 1) In de afgeleide consumentenprijsindices van het CBS is het effect van veranderingen in de tarieven van de consumptie- gebonden belastingen en subsidies uit de prijsontwikkeling geëlimineerd. Enkele voorbeelden zijn BTW en accijns, motorrijtuigenbelasting, hondenbelasting, maar ook subsidies op milieuvriendelijke producten.
*) Voorlopige cijfers.
Bron: CBS/Eurostat
CBS Persbericht PB09-018 pagina 4 van 5

Verandering consumentenprijsindex alle huishoudens (2006 = 100) naar artikelgroep

Artikelgroep Weging Mutatie in % feb '09 *) t.o.v. Bijdrage aan inflatie in %-punt

% jan '09 feb '08 jan '09 feb '09 *) 0 Totaal bestedingen 100,0 0,7 2,0 1,9 2,0 1 Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken 11,0 0,5 4,3 0,5 0,5 Voedingsmiddelen 10,1 0,6 4,4 0,4 0,4 Brood en graanproducten 2,1 0,5 3,5 0,1 0,1 Vlees 2,2 -0,1 4,7 0,1 0,1 Vis, schaal- en schelpdieren 0,4 -0,9 2,7 0,0 0,0 Melk, kaas en eieren 1,4 -0,1 1,7 0,0 0,0 Oliën en vetten 0,2 0,0 5,8 0,0 0,0 Fruit 0,8 2,1 2,9 0,0 0,0 Groenten en aardappelen 1,2 2,5 12,5 0,1 0,1 Suiker, zoetwaren en ijs 0,8 1,0 4,5 0,0 0,0 Overige voedingsmiddelen 1,1 0,1 1,6 0,0 0,0 Alcoholvrije dranken 0,9 -0,2 3,2 0,0 0,0 Koffie, thee en cacao 0,3 -0,2 5,5 0,0 0,0 Mineraalwater, frisdranken en sappen 0,6 -0,2 1,9 0,0 0,0 2 Alcoholhoudende dranken en tabak 2,9 0,3 9,8 0,3 0,3 Alcoholhoudende dranken 1,1 0,9 5,0 0,0 0,1 Tabak 1,8 0,0 13,1 0,2 0,2 3 Kleding en schoeisel 5,1 8,1 -2,4 -0,2 -0,1 Kleding en kledingstoffen 4,2 8,8 -3,0 -0,2 -0,1 Schoeisel en schoenreparaties 0,8 4,6 0,7 0,0 0,0 4 Huisvesting, water en energie 24,4 0,0 4,1 1,0 1,0 Werkelijke huur 6,2 0,0 1,9 0,1 0,1 Toegerekende huur eigen woning 10,0 0,0 1,9 0,2 0,2 Onderhoud en reparatie van de woning 1,6 0,2 -1,2 0,0 0,0 Watervoorziening en overige diensten i.v.m. de woning 1,3 0,0 1,9 0,0 0,0 Energie 5,3 -0,2 13,6 0,7 0,7 5 Stoffering, huishoudelijke apparaten 6,4 0,7 2,4 0,1 0,2 Meubelen en vloerbedekking 2,7 0,4 2,2 0,1 0,1 Huishoudtextiel 0,5 0,8 1,3 0,0 0,0 Huishoudelijke apparatuur incl. reparatie 0,8 1,5 0,9 0,0 0,0 Vaat- en glaswerk en huishoudelijke artikelen 0,6 0,8 3,5 0,0 0,0 Gereedschappen en werktuigen voor huis en tuin 0,4 0,3 0,5 0,0 0,0 Dagelijks woningonderhoud 1,5 0,6 3,9 0,1 0,1 6 Gezondheid 1,3 -0,1 -0,1 0,0 0,0 7 Vervoer 10,8 2,0 -2,8 -0,5 -0,3 Aankoop voertuigen 3,0 0,1 -0,3 0,0 0,0 Gebruik van privé-voertuigen, w.o. autobrandstoffen 6,0 2,1 -5,9 -0,5 -0,4 Vervoersdiensten 1,8 4,4 4,7 0,1 0,1 8 Communicatie 3,9 0,1 -2,0 -0,1 -0,1 9 Recreatie en cultuur 10,8 -0,1 -0,2 0,1 0,0 Audio en video, computers en software 2,0 -1,1 -12,9 -0,2 -0,3 Duurzame goederen voor recreatie en cultuur 0,5 0,3 2,8 0,0 0,0 Spelartikelen, bloemen, planten en huisdieren 2,0 0,9 0,4 0,0 0,0 Recreatieve en culturele dienstverlening 2,8 -0,2 3,8 0,1 0,1 Boeken, kranten, tijdschriften en schrijfwaren 1,7 -0,2 2,2 0,1 0,0 Pakketreizen 1,7 0,0 4,5 0,1 0,1 10 Onderwijs 0,1 -0,4 1,3 0,0 0,0 11 Hotels, cafés en restaurants 4,8 1,3 4,1 0,2 0,2 Restaurants, cafés en kantines 4,3 0,5 4,1 0,2 0,2 Accommodatie 0,4 10,5 4,3 0,0 0,0 12 Diverse goederen en diensten 10,9 0,4 2,9 0,3 0,3 Lichaamsverzorging 2,3 0,5 2,3 0,1 0,1 Artikelen voor persoonlijk gebruik, n.e.g. 0,8 0,2 3,2 0,0 0,0 Sociale bescherming (w.o. kinderopvang, thuiszorg) 1,4 0,0 1,2 0,0 0,0 Verzekering 3,3 0,8 3,6 0,1 0,1 Financiële diensten 1,1 -0,1 2,1 0,0 0,0 Andere diensten n.e.g. 2,0 0,1 3,5 0,1 0,1 13 Consumptiegebonden belastingen en overheidsd. 3,3 0,0 4,2 0,2 0,1 Consumptiegebonden belastingen 2,6 0,0 4,7 0,2 0,1 Overheidsdiensten, w.o. college- en lesgeld VO 0,7 0,0 2,3 0,0 0,0 14 Consumptie in het buitenland 4,4 -1,5 -1,0 0,0 0,0
*) Voorlopige cijfers.
Bron: CBS
CBS Persbericht PB09-018

---- --