KNMG

RVZ-rapport over kwaliteit van zorg signaleert een reëel probleem

De RVZ signaleert in haar rapport 'Governance en kwaliteit van zorg' dat de borging van de kwaliteit van zorg structureel tekort schiet en dat de verdeling van verantwoordelijkheden onduidelijk is. Volgens de Orde en KNMG zijn dit reële problemen, waar de sector zelf verantwoordelijkheid voor heeft.

De RVZ verwijst naar incidenten in de zorg die zich de laatste jaren hebben voorgedaan en concludeert dat de borging van de kwaliteit van zorg structureel tekort schiet. De RVZ pleit voor het wettelijk regelen van basisnormen met betrekking tot kwaliteit, voor een repressiever overheidstoezicht, voor een versterking van de positie van de Raden van Toezicht en de Raden van Bestuur en voor het omvormen van de brancheorganisaties van artsen tot een publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verordenende bevoegdheid (PBO).

De afgelopen jaren zijn binnen de zorgsector tal van nieuwe initiatieven ontwikkeld die van belang zijn voor de kwaliteit van zorg. Te denken valt aan het nieuwe model van kwaliteitsvisitaties van maatschappen en vakgroepen, aan het introduceren van intercollegiale evaluatiegesprekken voor medisch specialisten, aan de ontwikkeling van richtlijnen en kwaliteitsindicatoren en aan het patiëntveiligheidsprogramma binnen ziekenhuizen (waaronder systemen voor het melden en analyseren van incidenten). Ook de gedragsregels van de KNMG met betrekking tot openheid van artsen rond incidenten en fouten en het aanspreken van disfunctionerende collega's zijn aangescherpt.

De incidenten van de afgelopen jaren laten echter ook zien dat er binnen de zorgsector kansen zijn gemist. De samenhang, de integratie en de borging van de verschillende kwaliteitssystemen kunnen beter. Ook is de verantwoording tekort geschoten, zowel in relatie bestuur-medisch specialist als tegenover het publiek.

Met de RVZ zijn Orde en KNMG van mening dat het duidelijk is dat de verantwoordelijkheden van ziekenhuisbesturen en die van de medisch specialisten beter op elkaar kunnen en moeten worden afgestemd. De integrale kwaliteit van zorg kan dan beter worden geborgd. Op deze en andere punten is nog veel vooruitgang te boeken. De Orde en de KNMG willen daarover duidelijke afspraken maken. Cruciaal is wel dat de eigen verantwoordelijkheid van de zorgsector voor de kwaliteit van de patiëntenzorg voorop blijft staan. Van verbeteringen op dat vlak valt meer te verwachten dan van repressieve maatregelen of rigide wetgeving.

De RVZ doet een aantal uitspraken over borging, transparantie en toetsbaar opstellen die zeker het overdenken waard zijn. Wel hebben Orde en KNMG sterke aarzelingen bij het voorstel om de medische brancheorganisaties de status van een PBO te geven. De zorgsector is naar de mening van deze organisaties te complex (veel multidisciplinaire zorg) en te heterogeen (in vergelijking met bijvoorbeeld advocaten en notarissen) om door middel van een PBO reële winst te kunnen boeken. Een PBO van artsen schept bovendien onduidelijkheid over de positie van de ziekenhuisorganisaties. Om aan medische richtlijnen juridische kracht te geven is een PBO niet nodig. Daarin voorziet de huidige wetgeving al.

Publicatie datum: 10-03-2009