Rekenkamer Rotterdam

Onderzoeksopzet Resultaten tellen 2008
13-Mar-2009

onderzoeksopzet

Resultaten Tellen 2008

maart 2009

I Aanleiding

In het collegeprogramma 2006-2010 De stad van aanpakken voor Rotterdams resultaat presenteert het college van B en W de Rotterdamse aanpak. In deze aanpak geeft het college aan afrekenbaar te willen zijn op zijn prestaties. Om dit vorm te geven heeft het college meetbare doelstellingen opgenomen in het collegeprogramma en het Definitieboek Collegeresultaten 2006-2010 opgesteld. De raad heeft bij motie de Rekenkamer Rotterdam verzocht om een onderzoek te verrichten naar de doelstellingen van het college. Het verzoek betrof:

a. de raad te informeren over de juistheid en controleerbaarheid van de door het college nog te geven nulmetingen;

b. de raad jaarlijks te informeren over de juistheid en controleerbaarheid van de door het college behaalde tussentijdse resultaten.

De rekenkamer heeft dit verzoek ingewilligd en dit heeft in 2008 geleid tot het rapport van de rekenkamer Resultaten tellen, realisatie collegeprogramma in 2007 Naar aanleiding van dit rapport heeft het college ASR verzocht onderzoek te doen naar 28 collegedoelstellingen waarvan het niet mogelijk was om vast te stellen of de mijlpalen behaald waren. (blauwe scores). Het onderzoek was gericht op het verkrijgen van een juiste en praktische administratie voor elk van de collegedoelstellingen teneinde de tekortkomingen op te heffen. Dit onderzoek heeft er ondermeer toe geleid dat het college een nieuwe versie van het definitieboekje heeft uitgebracht, het Definitieboek collegeresultaten 2006-2010, versie september 2008. Daarnaast heeft het college ASR verzocht voortaan jaarlijks, vanaf onderzoekjaar 2008, de realisatie van het collegeprogramma te controleren.

Op 16 december 2008 heeft de raad de motie Pastors en de motie Harreman aangenomen. In deze moties wordt de rekenkamer verzocht om in haar onderzoek de wijzigingen in het definitieboekje mee te nemen en daarbij vast te stellen of die wijzigingen geleid hebben tot een lager ambitieniveau. De rekenkamer willigt deze moties in en neemt ze mee in het onderzoek naar de collegeresultaten 2008.

De nu voorliggende onderzoeksopzet betreft de wijze waarop de rekenkamer haar onderzoek over de verantwoording 2008 zal uitvoeren. De rekenkamer zal bij haar onderzoek gebruik maken van de werkzaamheden van ASR ten behoeve van hun controle van het college­ programma 2008.

II doel- en vraagstelling

doelstelling

Doelstelling van dit onderzoek is te komen tot oordelen over:

n de relevantie, juistheid en controleerbaarheid van de door het college gerapporteerde tussentijdse resultaten in de verantwoording over 2008;

n het behalen van de mijlpalen 2008 door het college;

n de eventuele verlaging van het ambitieniveau ten opzichte van het begin van de collegeperiode door het aanbrengen van wijzigingen in het definitieboekje van september 2007.

onderzoeksvragen

De centrale onderzoeksvragen luidden als volgt:

In welke mate zijn de verantwoorde resultaten 2008 van het college relevant, controleerbaar en juist?

Hebben wijzigingen in het definitieboekje geleid tot een verandering van het ambitieniveau ten opzichte van de ambitie die aan het begin van de collegeperiode was uitgesproken door het college en is de raad hierover geïnformeerd?

Voor de uitwerking van de probleemstelling zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:

n In welke mate zijn nulmetingen en de verantwoorde resultaten 2008 relevant?

n In welke mate zijn de nulmetingen en verantwoorde resultaten 2008 controleerbaar?

n In welke mate zijn de nulmetingen en de verantwoorde resultaten 2008 juist?

n Komen de tussentijdse resultaten in de verantwoording 2008 overeen met de mijlpalen voor 2008?

n Is er sprake van veranderingen in het definitieboek en als dat het geval is, heeft het college de raad hierover geïnformeerd?

n Hebben de veranderingen in het definitieboekje geleid tot een verandering van het ambitieniveau ten opzichte van september 2007?

III onderzoeksaanpak

De rekenkamer maakt gebruik van de werkzaamheden die ASR uitvoert in het kader van hun controle van het collegeprogramma 2008. De rekenkamer beoordeelt het werkprogramma, de daarop gebaseerde werkzaamheden die ASR uitvoert en de eindrapportage van ASR. Deze beoordeling bestaat ondermeer uit kennis nemen van documentatie, waarneming ter plaatse en tussentijds overleg. De rekenkamer zal vervolgens zelfstandig een oordeel vormen over de tussentijdse resultaten 2008 en het behalen van de mijlpalen.

Tevens onderzoekt de rekenkamer de wijzigingen in het definitieboekje. Per gewijzigde doelstelling zal getoetst worden of sprake is van een verlaging van het ambitieniveau. De toetsing zal plaatsvinden aan de hand van een nader te ontwikkelen normenkader.

IV onderzoeksmethoden

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van documentenonderzoek, waarneming ter plaatse en voortgangsgesprekken met ASR.

Verschillende documenten zullen geraadpleegd worden, waaronder:

§ de vierde kwartaalrapportage collegedoelstellingen 2008;

§ het definitieboek collegedoelstellingen 2006-2010;

§ documentatie van uitgevoerde werkzaamheden door ASR;

§ de eindrapportage van ASR;

§ relevante raads(commissie)- en stafverslagen;

§ agendaposten en besluiten van het college van B en W.

V organisatie, planning en procedure van het onderzoek

Organisatie

Het onderzoek zal uitgevoerd worden door de volgende medewerkers van de Rekenkamer Rotterdam:

§ de heer drs. W.J. Gordijn;

§ mevrouw drs. J. Westerman;

Zij worden bij het onderzoek ondersteund door externe inhuur:

§ mevrouw drs. C.J. Vree RA (Zaker), projectleider.

Planning en procedure

De uitvoering van het onderzoek is van start gegaan in januari 2009; publicatie zal plaatsvinden begin juni 2009.

De bevindingen zullen in een conceptnota van bevindingen worden vastgelegd. De rekenkamer stelt de gemeente in de gelegenheid hierop te reageren. Hiertoe zal de conceptnota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor worden aangeboden aan het desbetreffende hoofd van dienst.

Na verwerking van de reacties stelt de rekenkamer een bestuurlijke nota op. Daarin presenteert de rekenkamer de voornaamste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek. De bestuurlijke nota zal, met de nota van bevindingen als bijlage, voor wederhoor aan het college van B en W worden voorgelegd. De reactie van het college van B en W wordt met het nawoord van de rekenkamer in het definitieve rapport opgenomen.

De nota van bevindingen, bestuurlijke nota en het nawoord van de rekenkamer daarop vormen samen het onderzoeksrapport. Dit rapport biedt de rekenkamer de raad begin juni aan.

Inlichtingen

Voor informatie kunt u contact opnemen met de heer W.J. (Willem) Gordijn: telefoon 010-417 2368, e-mail
wj.gordijn@rekenkamer.rotterdam.nl.

motie Sørensen, 12 oktober 2006, destijds motie Van Ravesteijn,14 november 2002.

Rapportenoverzicht >>
Minervahuis II, Meent 94 Postbus 70012 3000 KP Rotterdam telefoon: 010
- 4172242 ____________________