Technische Universiteit Delft

Embargo tot donderdag 14 mei, 20.00 uur

Onderzoek TU Delft en Universiteit van Bristol siert cover van Science

Zeespiegel stijgt veel minder dan gedacht bij collaps van Zuidpoolijs

Het mogelijke in zee storten van een deel van het landijs op de Zuidpool leidt tot veel minder zeespiegelstijging dan altijd werd aangenomen: gemiddeld 3,3 meter in plaats van 5 tot 6 meter. Dat concluderen de Universiteit van Bristol en de TU Delft. Wel zijn er grote regionale verschillen: in onze contreien zitten we rond het gemiddelde van 3,3 meter maar bijvoorbeeld aan de kusten van de VS stijgt de zeespiegel veel meer. Het Brits-Nederlandse onderzoek is het coververhaal van Science van vrijdag 15 mei.

Wetenschappers houden al enige tijd rekening met een mogelijke ineenstorting van een deel van het landijs op de Zuidpool onder invloed van veranderingen in het klimaat. Het betreft daarbij de zogenoemde West Antarctic Ice Sheet (WAIS). Er zijn tekens die wijzen op een versnelling van het ijsverlies vanuit de WAIS. Er is echter geen zekerheid dat deze in zee zal storten. Bovendien is een mogelijke ineenstorting een proces dat eeuwenlang zou duren. Zeker is wel dat een dergelijke ontwikkeling zou leiden tot een flinke zeespiegelstijging.

Satellieten

Lange tijd (meer dan dertig jaar) is aangenomen dat de stijging dan 5 tot 6 meter zou bedragen maar onderzoekers van de TU Delft en de Universiteit van Bristol komen nu op basis van nieuwe gegevens tot een veel minder grote (gemiddelde) zeespiegelstijging: 3,3 meter.

Dit komt onder andere omdat er veel minder ijs aanwezig is in de West Antarctic Ice Sheet dan werd aangenomen. Dit hebben de onderzoekers vooral afgeleid uit nieuwe, preciezere satellietmetingen. Deze satellieten meten (met radar en laser) onder meer de dikte van de ijslaag of kleine variaties in de zwaartekracht die informatie geven over de hoeveelheid ijs die zich boven het zeespiegelniveau bevindt.

Regionale verschillen

Op basis van de gemiddelde uitkomst van 3,3 meter zeespiegelstijging, richtten onderzoekers dr. Bert Vermeersen en dr. Riccardo Riva van de TU Delft zich vervolgens op de regionale verschillen die te verwachten zijn. Vermeersen: 'Je kunt zeggen dat de Universiteit van Bristol zich over het ijs gebogen heeft, en wij over het water. Ofwel: zij over de oorzaak van de zeespiegelstijging en wij over het gevolg.'

'Tot nu toe werd vaak aangenomen dat een mogelijke zeespiegelstijging overal ter wereld even groot zou zijn. Dat is echter onjuist. Dit was overigens al in de 19e eeuw bekend, maar vreemd genoeg was deze kennis wat weggezakt.'

Poolvlucht

Er spelen verschillende effecten, legt Vermeersen uit. Het (mogelijke) in zee storten van het landijs leidt in de zeeën rond Antarctica tot een daling van de zeespiegel door het wegvallen van de zwaartekracht van het afgesmolten ijs. Op andere plekken op aarde leidt dit fenomeen juist tot een extra stijging van de zeespiegel.

Verder krijgt de rotatie-as van de aarde een iets andere oriëntatie door de licht gewijzigde mondiale massa-verdeling na het afschuiven van het Zuidpoolijs. Deze zogenaamde 'poolvlucht' van de rotatie-as zorgt ervoor dat de zeespiegel extra kan stijgen of dalen, afhankelijk van de positie op het aardoppervlak ten opzichte van de WAIS.

Verenigde Staten

Door geavanceerde numerieke modelleringen hebben de Delftenaren de combinatie van de verschillende effecten nauwkeurig in kaart weten te brengen. Volgens de wetenschappers zullen er grote regionale afwijkingen optreden ten opzichte van de gemiddelde verwachte stijging van 3,3 meter.

Europa en Nederland zitten ongeveer op het gemiddelde. Riva: 'Voor Nederland zijn deze uitkomsten dus in principe goed nieuws. Een stijging van ruim drie meter is veel beter dan de altijd aangenomen vijf tot zes meter. Maar bijvoorbeeld aan de kusten van de Verenigde Staten zien we een veel hogere zeespiegelstijging, tot 25 procent hoger dan het gemiddelde.'



Technische Universiteit Delft