Universiteit Twente

Hulpmiddel betrekt patiënt meer bij keuze juiste behandeling

UT-onderzoek naar behandelmethoden loopproblemen na een beroerte

8.000 mensen per jaar krijgen als gevolg van een beroerte een spitsvoet; een afwijking die lopen lastig maakt. Janine van Til van de Universiteit Twente vergeleek de drie gebruikte behandelmethoden, lopen met een spalk, een operatie en elektrostimulatie. Ze onderzocht welke criteria behandelaars en patiënten bij de keuze voor een specifieke behandeling hanteren en ontwikkelde een zogenaamde beslisboom, een hulpmiddel dat de keuze voor de juiste behandeling moet structureren. Op basis van de uitkomsten kunnen behandelaar en patiënt vervolgens samen de juiste behandeling kiezen. Van Til promoveert vrijdag 29 mei aan de faculteit Management en Bestuur.

Op jaarbasis krijgen ongeveer 40.000 mensen een beroerte. 20 procent van hen krijgt hierdoor last van een zogenaamde spitsvoet; een aandoening die de voet permanent naar beneden richt en lopen daardoor bemoeilijkt. De aandoening wordt veroorzaakt door een verkeerde aansturing van de spieren in de enkel en de voet. Een deel van de spieren spant te hard aan en een deel niet hard genoeg.

Behandelmethoden

Er zijn drie behandelmethoden voor spitsvoeten. De overgrote meerderheid van de patiënten krijgt orthopedisch schoeisel en/of enkel- of voetorthesen. De andere behandelingen zijn functionele elektrostimulatie, waarbij een apparaatje de zenuwen in enkel en voet rechtstreeks aanstuurt, en een operatie waarbij een chirurg de pees van een spier in de voet splitst.

Janine van Til deed onderzoek naar de verschillende behandelmethoden. Geen van de behandelingen bleek voor alle patiënten het beste. Welke behandeling het meest geschikt is voor een individuele patiënt, hangt er ondermeer van af hoeveel waarde die patiënt hecht aan de verschillende voor- en nadelen van die methode. Na een operatie kan de patiënt bijvoorbeeld zonder hulpmiddelen lopen, maar een operatie is erg ingrijpend. Bovendien moet een patiënt daarna ongeveer een half jaar revalideren. Van Til: `Niet iedere patiënt zit hier op te wachten.'

Beslisboom

Van Til onderzocht verder welke criteria behandelaars en patiënten bij de keuze voor een specifieke behandeling hanteren en ontwikkelde een zogenaamde beslisboom, een hulpmiddel dat de keuze voor de juiste behandeling moet structureren. Deze beslisboom maakt gebruik van zes criteria: resultaat, zwaarte, gemak, uiterlijke gevolgen, risico's, en comfortabel schoengebruik na de behandeling. Op de website www.lopen-na-cva.nl kunnen patiënten informatie vinden en een vragenlijst invullen. Op basis van de antwoorden krijgen patiënt en arts inzicht hoeveel waarde de patiënt hecht aan de voor- en nadelen van de verschillende behandelmethoden. Op basis van de uitkomst kunnen ze vervolgens samen de juiste behandeling kiezen. Belangrijkste voordelen van de methode zijn dat de patiënt beter wordt geïnformeerd over de voor- en nadelen van behandeling en meer betrokken wordt bij de keuze voor een behandeling.