Ministerie van Buitenlandse Zaken


09 > Voorstel betreffende vaccinatie voor seizoensgriep

Voorstel betreffende vaccinatie voor seizoensgriep

EU-voorstel | 3 september 2009

Voorstel voor een aanbeveling aan de Raad betreffende seizoensgriepvaccinatie

Datum Commissiedocument: 13 juli 2009

1. Algemene gegevens

Nr. Commissiedocument: COM(2009)353 final/2

Pre-lex
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0353:FI N:EN:PDF

Behandelingstraject Raad: Raad voor Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, Raadswerkgroep Volksgezondheid 1 december 2009

Eerstverantwoordelijk ministerie: VWS


2. Essentie voorstel

Het onderhavige voorstel sluit aan bij resolutie 56.19 van de World Health Assembly om de vaccinatiedekking voor mensen met een hoog risico voor seizoensgriep te verhogen naar 75% in 2010. Gezamenlijk zullen de EU lidstaten dat percentage niet halen in 2010. Tussen de EU lidstaten is er grote discrepantie op dit gebied. Door middel van deze aanbeveling wordt ingezet om het percentage als Europese Unie wel te halen in, uiterlijk, de winter van 2014/2015. Het verhogen van de vaccinatiedekking onder risicogroepen heeft twee doelen:


1) Het reduceren van lasten, veroorzaakt door seizoensgriep. Deze lasten zijn onder te verdelen in directe (geneeskundige), indirecte (verlies van arbeidsproductiviteit) en ongrijpbare (slechter functioneren van mensen) kosten.


2) Het vergroten van de productiecapaciteit van griepvaccinaties in de EU, zodat er bij een eventuele pandemie voldoende capaciteit is om de situatie aan te kunnen.

Er is berekend dat de Gemeenschap meer productiecapaciteit nodig heeft om een pandemie aan te kunnen. In het geval van een pandemie zal niet alleen de productiecapaciteit verhoogd moeten worden, maar ook de vaccinatiecapaciteit.
Vaccinatie is de beste manier om een griepepidemie aan te pakken.


3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?

Acties van de lidstaten:


- Een Nationaal Actie Plan opzetten.

- Uitéénzetten wat hun acties zullen zijn vanaf nu tot en met de winter van 2014/2015, waarbij in ieder geval aan de orde komen: methodologie, de training en informatie aan professionals, de communicatie met risicogroepen en de manier waarop het percentage gevaccineerden wordt verhoogd.

- Een prognose voor 2014/2015 opstellen in 2011/2012.
- Jaarlijks rapporteren aan de Commissie (voor 31 mei) over de implementatie van hun Nationale Actie Plan.

Bevoegdheid:

De EG heeft een aanvullende bevoegdheid op het gebied van volksgezondheid op basis van artikel 152 EG.

Subsidiariteit: positief

Om de kosten van de griep zo laag mogelijk te houden is het van belang om een zo hoog mogelijk percentage van de risicogroepen te vaccineren. Virussen houden zich niet aan landsgrenzen en daarom is het, ook voor Nederland, van groot belang dat andere landen ervoor zorgen dat de mensen, binnen de risicogroep, voldoende worden gevaccineerd in alle lidstaten. De subsidiariteit wordt dan ook positief beoordeeld.

Proportionaliteit: deels positief, deels negatief

Een actieplan en jaarlijkse rapportage leveren veel bureaucratische lasten en dus ook kosten op. Deze kosten vallen mee, indien daarmee de vaccinatiedekking wordt verhoogd. Echter, wanneer een lidstaat de vaccinatiedekking van minimaal 75% al haalt zijn deze kosten onnodig. Nederland vindt dat dan ook dat er een uitzondering voor het actieplan en de rapportage moet komen, indien landen al enkele jaren aangetoond hebben een vaccinatiegraad van boven de 75% te hebben. Voor deze landen luidt de proportionaliteit negatief. Voor de landen die de 75% binnen de gewenste termijn niet kunnen voldoen luidt de proportionaliteit positief.

Financiële gevolgen:

In Nederland is onze vaccinatiedekking binnen risicogroepen boven de 75%. Indien Nederland wordt vrijgesteld van het aanleveren van een actieplan en rapportage zal dit voorstel Nederland geen extra kosten opleveren. Indien dit voorstel zonder een dergelijke aanpassing wordt aangenomen kost dit Nederland bureaucratische lasten. Welke omvang deze zullen hebben ligt aan de eisen die de Gemeenschap stelt aan een actieplan en jaarrapportage.
Indien het voorstel budgettaire gevolgen heeft, deze worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.


4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland staat positief tegen het voorstel, maar merkt op dat de bevoegdheid van de Gemeenschap op dit vlak niet verder reikt dan het positief stimuleren en het stellen van gezamenlijke doelen. Het vaccinatiebeleid zelf blijft een nationale aangelegenheid. Nederland vindt het dan ook niet gepast om dergelijke exacte definiëringen te geven aan `de risicogroep' zoals in het voorstel genoemd worden. Nederland stelt voor om alleen een minimumleeftijd te noemen voor de risicogroep en verdere definiëring over te laten aan de lidstaten zelf. Ook vindt Nederland dat landen die aannemelijk kunnen maken dat zij door middel van bestaand beleid binnen de gewenste termijn kunnen voldoen aan de 75% doelstelling uitgezonderd moeten worden van de aanbeveling om actieplannen te maken.

Laatst aangepast: 3 september 2009