Ministerie van Economische Zaken







Brief aan de Tweede Kamer - Nederlandse benzineprijzen



> Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag               
                                                                                                                Directoraat-generaal 
De Voorzitter van de Tweede Kamer                                                                               Economische Politiek 
der Staten-Generaal                                                                                            Directie Algemene Economische 
Binnenhof 4                                                                                                    Politiek 
2513 AA  's-GRAVENHAGE                                                                                         Bezuidenhoutseweg 30 
                                                                                                               Postbus 20101 
                                                                                                               2500 EC Den Haag 
                                                                                                               T  070 379 8911 (algemeen) 
                                                                                                               www.ez.nl 
                                                                                                               Behandeld door 
                                                                                                               dhr. drs. R.P.M. Hensgens  
                                                                                                               T  070 379 6386 
                                                                                                               F  070 379 6094 
                                                                                                               r.p.m.hensgens@minez.nl 
Datum                                                                                                           
                                                                                                                Ons kenmerk 
                                                                                                               EP/AEP / 9187248 
Betreft       Benzinemarkt                                                                                       


1. Inleiding 
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Financiën en de minister van 
Verkeer en Waterstaat, een brief waarin wordt ingegaan op de Nederlandse 
benzineprijzen. Nadat de benzinemarkt onder de vlag van de operatie 
Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) is geherstructureerd, 
is dit onderwerp op verschillende momenten in uw Kamer aan de orde geweest. 
De Kamer heeft daarbij zijn zorgen geuit over de vraag of de benzinemarkt wel 
voldoende functioneert en of de Nederlandse benzineprijzen niet hoger zijn dan in 
het buitenland. Bij de evaluatie van de benzineveilingen, in de eerste helft van 
2008, heeft uw Kamer deze zorgen ook weer geuit. Uw Kamer heeft tevens de 
motie Ten Hoopen c.s. aangenomen en schriftelijke vragen gesteld over de hoogte 
van de benzineprijzen.1  

Mede naar aanleiding van deze vragen heb ik besloten om nader onderzoek uit te 
laten voeren naar de Nederlandse benzineprijzen. Dit onderzoek is aangekondigd 
in de beantwoording van bovengenoemde kamervragen en nadien in de 
schriftelijke behandeling van het kabinetstandpunt over de veilingevaluatie. Kort 
voor het zomerreces is het aangekondigde onderzoek naar de hoogte en 
totstandkoming van de benzineprijzen afgerond en aan uw Kamer gestuurd.2 In 
deze brief formuleer ik mijn conclusies en vervolgacties op basis van het 
onderzoek. Tevens kan deze brief worden beschouwd als een reactie op het 
rapport `Meer marktwerking Benzinemarkt' van prof. dr. L.W. Gormley en dr. mr. 
H.H.B. Vedder.3 

2. Onderzoek  
De vraag die ik aan de onderzoekers heb gesteld is of er in Nederland sprake is 
van structureel hogere kale benzineprijzen dan in ons omringende landen, en 
waar eventueel waargenomen verschillen in prijs door worden veroorzaakt. De 
onderzoekers hebben daartoe de kale prijzen van Euro95 in Nederland, Duitsland, 



1 Motie Ten Hoopen c.s. inzake suggesties voor verlaging van de benzineprijs, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007­
2008, 31 200 XIII, nr. 21 en brief d.d. 17-12-2008 inzake `Vragen over hoge benzineprijzen', Tweede Kamer 
vergaderjaar 2008-2009, 31700 XIII, nr. 49.  
2  Brief van de minister van Economische Zaken over afronding onderzoek 'hoogte en totstandkoming 
benzineprijzen', Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31700 XIII, nr. 62. 
3 'Rapport Meer Marktwerking Benzinemarkt', brief van de vaste commissie voor Economische Zaken, 15 oktober 
2009 (2009D50175) 








                                                                                                                 Directoraat-generaal 
                                                                                                                 Economische Politiek 
                                                                                                                 Directie Algemene Economische 

                                                                                                                 Politiek 


                                                                                                                 Ons kenmerk 
                                                                                                                 EP/AEP / 9187248 
Frankrijk en België gemeten en de gemiddelden met elkaar vergeleken. De 
onderzoekers hebben de kosten en marktstructuren in verschillende landen 
geanalyseerd om zo de gemeten prijsverschillen tussen landen te kunnen 
verklaren. Vanwege de vergelijkbaarheid van de onderliggende kosten, hebben de 
onderzoekers zich beperkt tot die (regioŽs binnen) landen die gebruik maken van 
dezelfde inkoopmarkt voor benzine en hebben zij uitsluitend prijzen van bemande 
tankstations gemeten.   

Uit het onderzoek blijkt dat de kale benzineprijs in Nederland niet substantieel 
afwijkt van de prijzen in België en Frankrijk, terwijl Duitsland gemiddeld (zo'n 4 
cent per liter) goedkoper is. Deze bevindingen bevestigen dat eerdere cijfers uit 
het Oil Bulletin van de Europese Commissie de kale benzineprijs in Nederland 
hebben overschat.4 Voorts is in alle landen benzine op het onderliggende 
wegennet goedkoper dan op het hoofdwegennet. In Nederland is het verschil 
tussen onderliggend wegennet en hoofdwegennet met 4,6 cent per liter het 
grootst. Figuur 1 brengt deze resultaten in beeld.  

    1,40
    1,20
    1,00
    0,80
    0,60
    0,40
    0,20
    0,00
           Nederland        België      Frankrijk   Duitsland    Nederland     België    Frankrijk   Duitsland
                                   HWN                                              OWN
                                                 Kale prijs   Heffingen     BTW

   Figuur 1: benzineprijzen per land op het hoofdwegennet (HWN) en onderliggend 
                                               wegennet (OWN) 

De onderzoekers concluderen dat de waargenomen verschillen in benzineprijzen 
tussen landen voor een groot deel zijn te verklaren door kostenverschillen. Zo 
kennen tankstations in Duitsland en Frankrijk gemiddeld een hogere doorzet dan 



4 Brief van de minister van Economische Zaken over hoge benzineprijzen, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008­
2009, 31 700 XIII, nr. 49. Het Oil Bulletin is ook herzien en rapporteert  
inmiddels prijzen die in lijn zijn met deze bevindingen. 

                                                                                                                Pagina 2 van 5 






                                                                                       Directoraat-generaal 
                                                                                       Economische Politiek 
                                                                                       Directie Algemene Economische 

                                                                                       Politiek 


                                                                                       Ons kenmerk 
                                                                                       EP/AEP / 9187248 
stations in Nederland. Door de kostendrukkende werking die hier vanuit gaat 
(schaalvoordelen) kan een groot deel van het prijsverschil met Duitsland worden 
verklaard. Ook verschillen in marktstructuur spelen een rol. De Belgische 
maximumprijzen lijken een verstorende werking te hebben; in Frankrijk zorgen de 
zogeheten hypermarchés voor lagere gemiddelde prijzen op het onderliggend 
wegennet; en in Duitsland is sprake van een markt die sterke prijsfluctuaties laat 
zien, hetgeen de transparantie voor de consument niet ten goede komt.  

Voor Nederland concluderen de onderzoekers dat het onderliggend wegennet 
relatief concurrerend is, terwijl er op het hoofdwegennet lokaal nog ruimte lijkt te 
zijn voor verbetering van de concurrentie. Hogere marges op het hoofdwegennet 
zijn mede mogelijk vanwege het feit dat weggebruikers er ­ ondanks hogere 
prijzen - de voorkeur aan geven op het hoofdwegennet te tanken, bijvoorbeeld 
omdat zij niet willen omrijden, de benzineprijs niet zelf betalen (lease- of 
bedrijfsauto's), een korting krijgen op de pompprijs (kaarthouders) of waarde 
toekennen aan het winkelassortiment. Niettemin lijkt er volgens de onderzoekers 
op een aantal plekken nog enige margeruimte te bestaan. Het gaat hierbij vooral 
om stations op locaties op het hoofdwegennet waar slechts beperkt concurrentie is 
omdat er weinig concurrenten (een volgend station op het hoofdwegennet of 
alternatief op het onderliggend wegennet) in de buurt zitten of omdat 
alternatieven onvoldoende zichtbaar zijn.   

De resultaten van het onderzoek hebben mij tevens aanleiding gegeven om 
partijen uit de sector te vragen of zij zich in de uitkomsten herkennen. In diverse 
gesprekken die de afgelopen tijd zijn gevoerd met belangenorganisaties, 
oliemaatschappijen, exploitanten en afnemers, is mij gebleken dat deze 
organisaties de resultaten van het onderzoek op hoofdlijnen onderschrijven.  

3. Conclusies en beleidsmaatregelen 
In de resultaten van het onderzoek zie ik een tweeledige boodschap. Aan de ene 
kant laat het onderzoek zien dat de Nederlandse benzinemarkt op de meeste 
plaatsen goed functioneert en dat de Nederlandse benzineprijzen niet substantieel 
afwijken van die in het buitenland. Hierin zie ik een bevestiging van het door het 
kabinet gevoerde beleid, dat al sinds de MDW operatie benzinemarkt is gericht op 
het mogelijk maken van toetreding en het vergroten van de markttransparantie. 
Ook de gesprekken die in de afgelopen maanden zijn gevoerd met partijen uit de 
sector (waaronder ook nieuwkomers op de benzinemarkt en vertegenwoordigers 
van afnemers) bevestigen het beeld dat de Nederlandse benzinemarkt op de 
meeste plaatsen goed functioneert.  

Aan de andere kant maakt het onderzoek duidelijk dat er op sommige plaatsen op 
het hoofdwegennet nog ruimte lijkt te bestaan voor verbetering van de 
concurrentie. Blijvende aandacht en waar mogelijk aanvullend beleid gericht op 
het verbeteren van de concurrentie, is dan ook wenselijk. Daarbij is de 
uiteindelijke keuze voor een bepaald beleidsinstrument vanzelfsprekend de 
resultante van een bredere afweging van belangen. Het kabinet dient zich, om 
redenen van een betrouwbare overheid (en het voorkomen van juridische 

                                                                                       Pagina 3 van 5 






                                                                                                                   Directoraat-generaal 
                                                                                                                   Economische Politiek 
                                                                                                                   Directie Algemene Economische 

                                                                                                                   Politiek 


                                                                                                                   Ons kenmerk 
                                                                                                                   EP/AEP / 9187248 
procedures), bewust te zijn van de afspraken die gemaakt zijn met de sector en 
zijn vastgelegd in de Benzinewet en de onderliggende convenanten. Het kabinet 
neemt met instemming kennis van de bevindingen van heren Gormley en Vedder, 
die in opdracht van de Tweede Kamer de juridische randvoorwaarden voor enkele 
maatregelen op de benzinemarkt hebben onderzocht. Gormley en Vedder 
concluderen dat elke maatregel die in strijd is met de convenanten een serieus 
risico op juridische procedures met zich brengt. Het kabinet ziet de bevindingen 
als ondersteuning van de argumentatie in de stukken die het kabinet eerder over 
dit onderwerp aan uw Kamer heeft gezonden.5 Binnen de geschetste grenzen wil 
ik mij, via de sporen toetreding en transparantie, blijven inspannen en naast 
reeds aangekondigde en in gang gezette maatregelen komen tot enkele 
aanvullende maatregelen.  

Toetreding 
Op het gebied van toetreding voor marktpartijen op het hoofdwegennet is het 
vooral de veilingsystematiek die moet zorgen voor een gezondere, meer 
dynamische marktstructuur. Daarbij zijn zowel het aantal locaties als de 
voornaamste randvoorwaarden bij de veilingen in de benzinewet vastgelegd op 
basis van de gesloten convenanten met de sector. In dit kader heeft het kabinet in 
2007 de topdeelregeling maximaal verhoogd binnen de marge die de benzinewet 
daarvoor bood. Ook is het kabinet momenteel bezig om ervoor te zorgen dat bij 
volgende veilingen aanvullende informatie in het biedboek wordt opgenomen (te 
weten doorzet in liters per station, kaartliters en shopomzet), om zo potentiële 
bieders/nieuwe toetreders meer informatie te verschaffen waarop zij een bod 
kunnen baseren. De informatievoorsprong van de zittende 
concessiehouder/huurder ten opzichte van de overige deelnemers aan de veiling 
wordt daarmee verminderd.    

Op het onderliggend wegennet is de toetreding niet wettelijk gelimiteerd, maar 
vooral afhankelijk van vergunningverlening van gemeenten. Toetreding van 
nieuwe partijen geschiedt voornamelijk door het overnemen van bestaande 
locaties, in tegenstelling tot het openen van geheel nieuwe stations. Gezien de 
hoge dichtheid van stations in Nederland in vergelijking met omliggende landen is 
dat ook goed verklaarbaar. De relatief snelle opkomst van onbemande stations en 
prijsvechters op het onderliggend wegennet bevestigen wel dat het ook voor 
nieuwkomers op de markt mogelijk is om marktaandeel op te bouwen. Uit 
onderzoek en gesprekken met de sector maak ik op dat er geen fundamentele 
problemen zijn met toetreding tot het onderliggend wegennet, hoewel de 
gemeentelijke vergunningverlening in voorkomende gevallen traag kan zijn. Het 
kabinet probeert deze lange vergunningsprocedures zoveel mogelijk in te korten 
en te vereenvoudigen. Een belangrijk initiatief in dit verband is de Wet algemene 
bepalingen omgevingsrecht (WABO), waarmee diverse vergunningsaanvragen 
(bouw, milieu, natuur) worden teruggebracht tot één omgevingsvergunning die 
kan worden aangevraagd bij één loket.    



5 Kabinetsreactie rapport Evaluatie Benzineveiling en verslag schriftelijk overleg, Tweede Kamer, vergaderjaar 
2007-2008, 24 036, nr. 347 en 362. 

                                                                                                                   Pagina 4 van 5 






                                                                                                                         Directoraat-generaal 
                                                                                                                         Economische Politiek 
                                                                                                                         Directie Algemene Economische 

                                                                                                                         Politiek 


                                                                                                                         Ons kenmerk 
                                                                                                                         EP/AEP / 9187248 

           Transparantie 
          Een tweede spoor dat het kabinet volgt is het vergroten van de transparantie op 
          de markt voor consumenten. Transparantie, bijvoorbeeld van prijzen, is een 
          essentiële randvoorwaarde voor een goed functionerende markt. Om deze reden 
          wordt in overleg met de sector gewerkt aan de plaatsing van prijspalen bij elk 
          station, waarop duidelijk de benzineprijzen op die locatie staan vermeld. Ook is 
          recent besloten om in de Kennisgeving Voorzieningen op verzorgingsplaatsen 
          langs rijkswegen de verplichting tot het plaatsen van een prijspaal op te nemen.6 

           Met het plaatsen van de bovengenoemde prijspalen is de transparantie op de 
           benzinemarkt echter nog niet voldoende zeker gesteld. In het bijzonder ben ik van 
           mening dat de prijsinformatie, zoals bijvoorbeeld te vinden op internet en in 
           nieuwe mobiele applicaties, beter kan en moet. In tegenstelling tot producten als 
           elektriciteit of mobiele telefonie, waarvoor prijsvergelijkinginformatie in ruime 
           mate voorhanden is, ontbreekt er op internet betrouwbare en complete informatie 
           over actuele benzineprijzen aan de pomp. Ik wil deze informatievoorziening 
           structureel verbeteren, zodat de prijsbewuste weggebruiker over voldoende 
           informatie beschikt om weloverwogen te kunnen besluiten waar hij gaat tanken. 
           Daartoe doe ik in eerste instantie een beroep op de individuele oliemaatschappijen 
           en pomphouders tot meer transparantie over hun prijzen te komen. Op korte 
           termijn zal ik in overleg treden met de brancheverenigingen uit de sector over de 
           mogelijkheden hiertoe. Uiteraard zullen bij stappen in de richting van meer 
           transparantie de door het EG-verdrag en de Mededingingswet gestelde 
           voorwaarden in acht worden genomen, zowel door de overheid als door de 
           betrokken marktpartijen. Vervolgens zal ik op 1 juli 2010 bezien of deze route 
           heeft geleid tot voldoende resultaat. Indien op dat moment blijkt dat prijzen nog 
           steeds onvoldoende transparant zijn, of er geen concrete afspraken over een 
           verbeteringspad zijn gemaakt (al dan niet vastgelegd in de vorm van bijvoorbeeld 
           een convenant), dan zal ik bezien of alternatieve maatregelen wenselijk zijn.   






(w.g.)     Maria J.A. van der Hoeven 
           Minister van Economische Zaken 





           6 Brief van de minister van Verkeer en Waterstaat over benzineprijspalen, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-
           2009, 31 700 XII, nr. 62. 

                                                                                                                         Pagina 5 van 5 






---- --