Rijksoverheid


Datum 10 augustus 2010

Betreft Antwoorden op de vragen van de leden Kooiman en Smits (SP) over het steeds slechter zwemmen van kinderen (2010Z10598).

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen die door uw Kamer zijn gesteld naar aanleiding van het bericht dat kinderen steeds slechter zwemmen. de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

mr. A. Rouvoet

Antwoorden op de vragen van de leden Kooiman en Smits (beiden SP) aan de ministers voor Jeugd en Gezin en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat kinderen steeds slechter zwemmen.

(Ingezonden 6 juli 2010 2010Z10598).

1
Wat is uw reactie op het bericht dat de Reddingsbrigade Nederland constateert dat kinderen steeds slechter zwemmen en hun conditie hard achteruit gaat? 1)
Antwoord:
Hiervan heb ik kennis genomen.

2
Deelt u de zorgen van de Reddingsbrigade Nederland dat kinderen in Nederland vaak geen zwemdiploma hebben? Zo ja, wat gaat u doen om dit te verbeteren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
De zorg die uit het artikel spreekt deel ik. De verantwoordelijkheid bij het leren zwemmen is als volgt verdeeld: de zwemvaardigheid van kinderen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van ouders, daarbij ondersteund door scholen en gemeenten. Sommige gemeenten bekostigen het schoolzwemmen en gemeenten kunnen ouders met lage inkomens tegemoet komen in de kosten van de (particuliere) zwemlessen.

3
Hoeveel kost het gemiddeld voordat een kind zwemdiploma A heeft? Kan iedere ouder dit volgens u ook betalen?
Antwoord:
De kosten verschillen per zwembad. Gemiddeld genomen kost het halen van een A
4
Hoe groot is het percentage kinderen dat jaarlijks de basisschool verlaat zonder zwemdiploma? Mocht dit niet bekend zijn, bent u dan bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Dat is mij niet bekend. Daarvan worden geen registraties bijgehouden. Wel blijkt uit de Rapportage Sport van het SCP van december 2008, dat van de groep 6
Ook blijkt uit de Rapportage Sport dat het behalen van het zwemdiploma via verschillende wegen kan: het schoolzwemmen, zwemmen buiten de school om en een combinatie van beiden.
Voor het behalen van het zwemdiploma blijkt schoolzwemmen van beperkt belang: slechts 10% van de kinderen met een zwemdiploma heeft dit behaald tijdens schoolzwemmen.

5
Hoe groot is het percentage allochtone kinderen en het percentage kinderen van alleenstaande ouders dat jaarlijks de basisschool verlaat zonder zwemdiploma? Mocht dit niet bekend zijn bent u dan bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 4. Het percentage kinderen van alleenstaande ouders dat jaarlijks de basisschool verlaat zonder zwemdiploma's is evenwel niet bekend.

6
Is bekend welke gemeenten het schoolzwemmen aanbieden en welke gemeenten niet? Weet u hoe dit aantal zich de laatste jaren heeft ontwikkeld? Zo nee, bent u bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Neen, dit is niet bekend. Wel heb ik in mei van dit jaar aan de Vereniging Sport en Gemeenten een subsidie verleend voor activiteiten gericht op het verspreiden van de verworven inzichten over de beste wijze waarop de zwemvaardigheid bij kinderen kan worden verhoogd. Het primaire doel van de subsidieverlening is het opzetten van een registratiesysteem aan de hand waarvan gemeenten kunnen nagaan of alle basisschool
7
Bent u bereid gemeente te stimuleren om schoolzwemmen aan te bieden? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 6.

8
Bent u bereid ouders te stimuleren om hun kinderen zwemles te laten volgen? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet? Antwoord.
Het ligt in de rede om dit op lokaal niveau te laten plaats vinden. Door het registratiesysteem zoals genoemd in het antwoord op vraag 6, zal het mogelijk worden ouders gericht te informeren en te stimuleren om hun kinderen zwemles te laten volgen.


1) Telegraaf, 5 juli 2010