Riskante mutatie kwam van mens


28 januari 2014

Het virus dat het enige dodelijke slachtoffer van de grote Nederlandse vogelgriepuitbraak in 2003 bij zich droeg, bevatte een gevaarlijke mutatie. Prangende vraag: waar kwam die vandaan? Recent onderzoek van onder meer AMC en RIVM geeft uitsluitsel. Niet van de besmettende kip, maar vrijwel
zeker van de ontvanger.
Door Simon Knepperen Irene van Elzakker

We hebben het over het vogelgriepvirus H7N7, tien jaar geleden aanleiding voor het preventief afmaken van eenderde van alle Nederlandse kippen. Wat richt H7N7 bij mensen aan?
Promovendus Matthijs Welkers (AMC): `Bij veruit de meesten alleen een oogontsteking, die vanzelf overgaat. Het dodelijke slachtoffer was in dat opzicht een vreemde casus. Een oogontsteking is bij deze patient nooit geconstateerd. Omdat hij als dierenarts in contact kwam met besmette kippen en
klachten vertoonde, werd hij op het H7N7-virus getest. Met virusmonsters uit oog en keel, omdat deze ziekteverwekker in de luchtwegen gaat zitten. Hierin werd het virus niet aangetoond. Kort daarna werd hij opgenomen voor een longontsteking. Na twee dagen volgde overplaatsing naar de Intensive
Care, waar nieuwe samples werden afgenomen en waar hij vier dagen later overleed. Dat tweede testje wees wel op het vogelgriepvirus.'

Wat maakt de mutatie die hij bij zich droeg zo riskant?
Door die mutatie kan het virus zich in mensen veel beter vermenigvuldigen. Bovendien is het in staat dat bij lagere temperaturen te doen, dus ook in de bovenste luchtwegen. Daardoor kan de ziekte ernstiger verlopen en is er een grotere kans op nieuwe mutaties, waardoor het virus zich aanpast
aan mensen. De Rotterdamse onderzoeksgroep van Ron Fouchier heeft aangetoond dat er zo een virus tot ontwikkeling kan komen dat luchtoverdraagbaar is.

Vanwaar de overtuiging dat de gemuteerde variant zich in het slachtoffer heeft ontwikkeld?
RIVM-promovendus Marcel Jonges, met wie ik bij het onderzoek heb samengewerkt, heeft ongebruikt gebleven spuugmonsters en obductiemateriaal gekregen van het ziekenhuis waar de patient in 2003 opgenomen is geweest. Die samples plus tientallen monsters van besmette kippen van de boerderij waar
hij is geinfecteerd, zijn we hier te lijf gegaan met deep sequencing, een binnen de virologie nog weinig gebruikte techniek. Je kunt er de genetische codes mee ontrafelen van enorm veel virusdeeltjes tegelijk. In de kippen zagen we alleen de ongemuteerde variant, terwijl het humane materiaal
zowel het onveranderde vogelgriepvirus bevatte als exemplaren met de riskante mutatie.

Die virusvariant kon het slachtoffer niet ergens anders hebben opgepikt?
Heel onwaarschijnlijk, dat zie je vooral aan de ontwikkeling in de tijd. In het humane materiaal dat aan het begin van de periode waarin de overleden man op de IC verbleef is afgenomen, bleek al zeventig procent van de H7N7-virussen te bestaan uit de gemuteerde variant. De overige dertig
procent bevatte de gevaarlijke mutatie niet. In het obductiemateriaal van vijf dagen later zagen we uitsluitend de gemuteerde variant. Terwijl alle bestudeerde samples van kippen alleen het ongemuteerde H7N7-virus bevatten. Theoretisch blijft er een kans dat we net de kip hebben gemist die de
mutatie bij zich droeg, maar dat zou toch sterk zijn.

Hoe onrustbarend is die ontdekking?
Het bevestigt de slimheid van het virus en het belang van waakzaamheid. Zo nu en dan blijft het vogelgriepvirus in de kippenpopulatie opduiken, afgelopen maand zelfs nog twee keer in Groningen. Infecties met vogelgriep komen vooral voor bij mensen die intensief contact met vogels hebben, en we
weten ook dat zij het virus niet aan andere mensen doorgeven. Maar je ziet nu in de praktijk bevestigd dat er tijdens infecties van de mens snel mutaties kunnen optreden. Hoeveel extra mutaties het vogelgriepvirus nodig heeft om zich van mens naar mens te kunnen verspreiden is onbekend, maar
de mutatie die we hebben onderzocht, is zeker een belangrijke.

Wat betekent dit voor de kans op een uitbraak van een vogelgriepvirus dat gevaarlijk is voor mensen?
Die lijkt nu misschien groter, maar het blijft koffiedik kijken. Zeker is dat de Aziatische landen meer risico lopen dan wij, omdat de omstandigheden daar ideaal zijn door het nauwe contact tussen vogels en mensen. Vaak gaat het ook om arme landen die zelf geen goede surveillance kunnen
opbouwen.

En die arme landen laten we niet aan hun lot over.
Vanuit het AMC zijn we inmiddels aan de slag in Indonesie, waar sinds 2005 tegen de 170 mensen zijn overleden aan het H5N1-virus. In samenwerking met het Indonesische ministerie voor Volksgezondheid bestuderen we daar samples van veertig tot vijftig dodelijke slachtoffers, opnieuw met deep
sequencing. Dan gaat het om vragen als: welke virusvarianten en mutaties komen bij hen voor? Zijn er in een vroeg stadium al aanwijzingen te vinden voor aanpassingen aan mensen? Zien we bijvoorbeeld de mutaties terug die eerder zijn gevonden in de vogelgriepvirussen waarmee de Rotterdamse
groep werkte?

En? Worden die teruggezien?
We stuiten op erg veel mutaties, maar wat die doen is nog onduidelijk. Dat proberen we verder uit te zoeken. Binnen het AMC is jammer genoeg nog geen laboratorium waar virussen met zulke mutaties gemaakt mogen worden. In elk geval weten we nu waar we moeten kijken, dat maakt het allicht
gemakkelijker om de evolutie net een stap voor te blijven.