'We hebben de meeste afhakers keihard nodig'

De pabo-opleidingen moeten werk maken van bijspijkerprogramma's om het afschrikwekkende effect van de toelatingstoetsen weg te nemen. Dat zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in een reactie op het nieuws dat het aantal eerstejaars voor de opleiding met ruim dertig procent is teruggelopen en het aantal pabo-studenten op veel hogescholen halveert. 'We staan voor de kwaliteitsafspraken, maar eerstejaars moeten wel de gelegenheid krijgen om aan de eisen te voldoen.'

Bij de AOb zag iedereen een daling aankomen. Verheggen: 'Die toetsen zijn zo aangekondigd dat scholieren ze zien als een soort toelatingsexamen. Tel daarbij op dat geen scholier aan de eisen kan voldoen omdat er geen profielen bestaan die overeenkomen met de eisen die worden gesteld en we hebben jonge mensen een extra excuus gegeven om niet voor een loopbaan in het onderwijs te kiezen.'

Simpel

Voor Verheggen is het eigenlijk heel simpel. 'Natuurlijk moet je het niveau testen van je studenten. Maar doe het wel op de gangbare manier: laat scholieren die over een havo- of mbo-diploma beschikken instromen, zorg dat ze een toets doen om hun instapniveau vast te stellen en zet er in het eerste jaar een aanvullend programma op. Natuurlijk zul je bij die toetsen tegen scholieren aanlopen waarvan je denkt 'die redt het niet' en daar kun je dan vanuit de opleiding mee in gesprek. Maar zoals het er nu uitziet lijkt het erop dat onder Haagse druk een rood lint is gespannen om een opleiding voor een beroep dat over een paar jaar om mensen zit te springen. Dat vind ik heel kwalijk.'

Vergrootglas

Het onderwijs kampt volgens Verheggen met het probleem dat de sector onder een vergrootglas ligt. 'Op zich is het logisch dat we vanuit het Binnenhof op de voet worden gevolgd. Als er in het onderwijs dingen mis gaan, werkt dat door in onze hele samenleving. Het wordt echter een probleem als je jaar in jaar uit met onvoldoende middelen wordt geconfronteerd, en de sector steeds wordt afgescheept met schijnoplossingen.'

Het overheidsakkoord, waarbij mensen in het onderwijs de aangekondigde loonsverhoging goeddeels zelf betalen door minder pensioenpremie te betalen, past wat dat betreft in een traditie. Zo werd de ruimte voor extra banen voor starters gecreeerd door geld 'te lenen' uit latere OCW-begrotingen. Dat moet de komende jaren worden terugbetaald. Verheggen: 'Veel schoolbesturen hebben het geld vervolgens aan andere dingen uitgegeven. Starters komen dus ook nu nog moeilijk aan een baan, de werkdruk is nog altijd hoog en het salaris en de autonomie om zelfstandig te werken blijven achter ten aanzien van andere beroepen voor hoogopgeleiden.'

Prachtvak

'Juist studiekiezers weten dat,' zegt Verheggen. 'Die hakken een knoop door over hun toekomst. En ondanks het beeld dat ik zojuist schetste, zijn er nog altijd mensen die niets liever willen dan een loopbaan voor de klas. Omdat het nog steeds een prachtvak is. Maar de scholieren die voorheen twijfelden tussen verschillende opties en uiteindelijk voor het onderwijs kozen, zijn we nu kwijt.'