Onderwijsbegroting 2016: Meer doen met minder mensen

In de begroting voor onderwijs zitten weinig verrassingen. Of zoals minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker het zelf opschrijven: `Het jaar 2016 staat in het licht van werk in uitvoering.' In oktober 2014 zijn de scholen gestart met minder personeel ten opzichte van de leerlingenaantallen.

Uit de cijfers van het ministerie die tegelijk met de onderwijsbegroting op Prinsjesdag openbaar werden, blijkt dat er zowel in primair- als voortgezet onderwijs minder personeel ten opzichte van de leerlingenaantallen was in oktober 2014.

In het basis- en speciaal onderwijs daalde het aantal kinderen met 1,3 procent, terwijl het aantal leerkrachten met 1,6 procent afnam. Dezelfde trend is in het voortgezet onderwijs te zien, waar er ietsje meer personeel was (+200), maar meer leerlingen (ongeveer +2400). Hierdoor stijgt de verhouding tussen het aantal leerlingen en leraren opnieuw, wat een indicatie is voor grotere klassen.

"Dat betekent opnieuw meer doen met minder mensen", constateert Liesbeth Verheggen, voorzitter van de AOb. "Een trend die we al vijf jaar lang zien, zowel tijdens Rutte-I als nu tijdens Rutte-II. De werkdruk in het onderwijs loopt op." Het laat volgens Verheggen ook zien dat er niets terecht is gekomen van de drieduizend extra banen in basis- en voortgezet onderwijs die beloofd waren.

De belangrijkste punten uit de onderwijsbegroting voor 2016:

* In de strijd tegen zittenblijven is jaarlijks 9 miljoen euro beschikbaar. Naast zomerscholen wil het ministerie in 2016 ook kijken naar bijspijkerprogramma's in andere vakanties, zoals in de voorjaars- of meivakantie.

* Per 1 oktober 2016 worden in het voortgezet onderwijs zesduizend leerlingen minder verwacht. In het mbo stijgt het aantal leerlingen nog licht, maar dalen de uitgaven per student.

* De redding en ontmanteling van Roc Leiden kost alle mbo-scholen volgend jaar 20 miljoen euro. Dat bedrag wordt gekort op het landelijke mbo-budget. In 2017 volgt opnieuw 20 miljoen.