Twee nieuwe behandelingen voorwaardelijk toegelaten tot basispakket

Nieuwsbericht | 18-09-2015 | 09:19

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) heeft besloten om autologe vet transplantatie bij borstreconstructie na borstkanker en de herniabehandeling PTED voorwaardelijk toe te laten tot het basispakket. Door behandelingen en medicijnen voorwaardelijk tot het verzekerde pakket toe te laten krijgen patienten toegang tot deze veelbelovende vormen van zorg en komt er inzicht in de effectiviteit en kosteneffectiviteit van deze zorg.

Autologe Vet Transplantatie bij borstreconstructie Bij borstreconstructies met autologe vet transplantatie (AFT) worden eigen vetcellen naar de borst getransplanteerd. Dit is een veelbelovende nieuwe behandeling, maar er is nog niet bewezen dat deze behandeling ook daadwerkelijk een goed resultaat oplevert. Daarom wordt de behandeling nu onder voorwaarden en in een onderzoekssetting toegelaten tot het pakket, voor vrouwen die een borstreconstructie ondergaan na borstkanker. Uit het onderzoek moet blijken of de behandeling gezondheidswinst oplevert. De voorwaardelijke toelating gaat in op 1 oktober en geldt voor een periode van 4,5 jaar. Tijdens deze periode vindt onderzoek plaats naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van AFT. In dat onderzoek wordt deze behandeling vergeleken met de standaardbehandeling voor borstreconstructies met een prothese. Aan dit onderzoek doen in totaal 196 vrouwen mee. Informatie over de studie wordt opgenomen in patientenfolders en de voortgang van de studie wordt 4 keer per jaar bekeken.

PTED

PTED is een behandeling van het `lumbosacraal radiculair syndroom bij lumbale hernia'. Bij deze aandoening drukt een uitstulping van de tussenwervelschijf op een uittredende zenuwwortel, met als gevolg uitstralende pijn naar bil en/of been. Voor PTED geldt dat nog niet bewezen is dat deze behandeling gezondheidswinst oplevert. PTED wordt daarom voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket met ingang van 1 januari 2016, voor de duur van 4 jaar. Gedurende deze 4 jaar wordt onderzoek gedaan. Aan het onderzoek doen in totaal ongeveer 1000 patienten mee.