Hollands Kroon wijzigt regels Participatiewet


Het college heeft een drietal beleidsregels vastgesteld waarmee bestaande beleidsregels zijn gewijzigd. De regels zijn gebaseerd op de Participatiewet. Deze wet heeft als doel dat meer mensen met een arbeidsbeperking een baan vinden.

Met de wijziging van de regels geeft het college invulling aan haar visie op de uitvoering van de Participatiewet: het waar mogelijk versterken en ondersteunen van de positie van inwoners. Het gaat om de volgende regels:

* Het bijzonder bijstandsbeleid dat vastgelegd is in het Handboek bijzondere bijstand.
* De beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering.
* De beleidsregel Lage woonlasten en commerciele huur.
* Het college heeft ook besloten om aan de gemeenteraad voor te stellen om de Verordening individuele inkomenstoeslag te wijzigen.

Hieronder leggen we de nieuwe regels een voor een kort uit.

De bijzondere bijstand

Bijzondere bijstand is voor bijzondere kosten waarvan niet verwacht kan worden dat ze van een bijstandsuitkering of een laag inkomen betaald kunnen worden. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor een bewindvoerder of budgetbeheerder voor iemand die de financien zelf niet goed kan regelen. Maar
denk ook aan een eigen bijdrage voor de kosten van kinderopvang of reiskosten als bezoek aan ziekenhuis of arts regelmatig nodig is. Het college heeft de regels voor bijzondere bijstand op bepaalde onderdelen gewijzigd. Hieronder leggen we uit welke dat zijn.

Bijzondere bijstand en de kostendelersnorm

Inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, maar krijgen niet alles vergoedt. 35% van het inkomen dat hoger is dan 110% van de bijstandsnorm betalen inwoners zelf. Het eigen inkomen wordt vergeleken met de
bijstandsnorm waarop recht zou bestaan als er geen eigen inkomen was. Bij de vaststelling van de bijstandsnorm is de kostendelersnorm van toepassing. Dit betekent dat hoe meer volwassen personen in een huis wonen, hoe lager de bijstandsnorm is. Het deel van het inkomen dat betaald moet worden
van het eigen inkomen is aanzienlijk hoger als de kostendelersnorm van toepassing is. Het college vindt het niet redelijk om voor de bijzondere bijstand de kostendelersnorm toe te passen in verband met de aard van de kosten. Er is daarom besloten om de bijstandsnorm met 10% te verlagen als er
andere mensen in de woning wonen. De eigen bijdrage is in die situatie wel iets hoger, maar blijft binnen een redelijke norm.

Bijstandsnormen tot 110% van de bijstand

Gezinssamenstelling Tot pensioengerechtigde leeftijd en tot 110% van de bijstandsnorm per maand incl. vakantietoeslag. Vanaf pensioengerechtigde leeftijd en tot 110% van de bijstandsnorm per maand incl. vakantietoeslag.
Alleenstaande en EUR 1.059 EUR 1.188
alleenstaande ouder
Echtpaar EUR 1.513 EUR 1.624

Bijzondere bijstand en de aflossing van schulden

Bij de vaststelling van de bijstandsnorm voor de eigen bijdrage bij bijzondere bijstand wordt uitgegaan van het totale inkomen. Maar bij de aflossing van schulden is het besteedbaar inkomen lager. Dat kan problemen opleveren. Daarom heeft het college besloten om bij schuldbemiddeling op grond
van de Wet schuldhulpverlening, het deel van het inkomen dat opzij gezet wordt voor aflossing van de schulden, niet tot het inkomen te rekenen.

Als er bijstand gevraagd wordt en er is sprake van schulden dan wordt altijd verwezen naar de schuldhulpverleners van het wijkteam. Het college vindt het belangrijk dat inwoners hulp vragen als zij schulden hebben.

Bijzondere bijstand en computers voor kinderen

Voor kinderen die naar school gaan is een computer belangrijk. Het college heeft eerder al besloten om een computer te verstrekken aan ouders met een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm, als er kinderen in het gezin zijn die naar het voortgezet onderwijs gaan. Nu is
besloten om de computer te verstrekken vanaf groep 3 van het basisonderwijs. Voorwaarde is dat de eventuele aanwezige computer ouder is dan 5 jaar en het niet meer doet.

Verordening individuele inkomenstoeslag

De individuele inkomenstoeslag is een toeslag die eens per jaar kan worden toegekend aan personen die niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en het inkomen over de afgelopen drie jaren lager was dan 105% van de bijstandsnorm. Het recht op de toeslag is - net als bij bijzondere
bijstand - afhankelijk van een vergelijking tussen het inkomen en de bijstandsnorm.

Het college heeft voorgesteld aan de gemeenteraad om voor de individuele inkomenstoeslag op dezelfde wijze om te gaan met het inkomen als bij de bijzondere bijstand. Dat betekent dat in de verordening komt te staan dat de kostendelersnorm ook niet van toepassing is voor de individuele
inkomenstoeslag, maar dat de bijstandsnorm met 10% verlaagd wordt als er andere personen inwonend zijn. Bij een schuldbemiddeling op grond van de Wet schuldhulpverlening wordt het inkomen dat opzij gezet wordt voor schulden niet tot het inkomen gerekend.

Bijstandsnormen tot 105% van de bijstand

Gezinssamenstelling Per maand incl. vakantietoeslag.
Alleenstaande en EUR 1.011
Alleenstaande ouder
Echtpaar EUR 1.444

Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering

Het terugvorderen van de teveel en ten onrechte verstrekte bijstand is verplicht. De beleidsregels die hiervoor gelden zijn opgenomen in de beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering. In de Participatiewet staat dat het college niet mee mag werken aan schuldbemiddeling als een
inwoner een bedrag moet terugbetalen omdat hij teveel en ten onrechte bijstand heeft ontvangen en daarvoor een boet heeft gekregen.

De Participatiewet is op dit onderdeel gewijzigd en is nu wel mogelijk. Er is wel een beperking: de schuld kan niet worden kwijtgescholden. Na afloop van de schuldbemiddeling moet het restant van de vordering worden betaald. Het college heeft besloten deze nieuwe regels op te nemen in het
beleid. Alleen in een geval wordt er niet meegewerkt aan een schuldbemiddeling. Dat is het geval als er van het verzwijgen of niet doorgeven van inlichtingen aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie en de strafrechter de verdachte heeft veroordeeld.

Beleidsregel lage woonlasten en commerciele huur

* De kostendelersnorm is met ingang van 1 januari 2015 in de Participatiewet opgenomen. De kostendelersnorm in het kort:
* De bijstandsnorm is lager als er naast de bijstandsgerechtigde andere volwassen personen in dezelfde woning wonen. De kosten van het wonen kunnen dan namelijk worden gedeeld door met meerdere personen..
* Er zijn een aantal uitzonderingen:

1. personen van jonger dan 21 jaar tellen niet mee.
2. studerenden tellen niet mee.
3. kamerhuurders die een huurcontract hebben afgesloten met de bijstandsgerechtigde en een commerciele huurprijs betalen tellen niet mee. Kinderen en broers en zusters van de bijstandsgerechtigde kunnen geen kamerhuurder zijn.

* De kostendelersnorm is niet van toepassing voor kamerhuurders die in een woning wonen en allen van een verhuurder huren en de verhuurder niet in die woning woont.

De beleidsregel Lage woonlasten en commerciele huur is eind 2014 vastgesteld. Hierin staat wat er onder commerciele huur wordt verstaan en hoe er omgegaan wordt met lage woonlasten. In de loop van dit jaar is duidelijk geworden dat een aantal onderwerpen niet goed geregeld zijn in de
beleidsregel. Het college heeft besloten om dat aan te passen. De aanpassingen bestaan uit het volgende:

* De bijstandsnorm wordt verlaagd met EUR 230,00 als er geen woonlasten verschuldigd zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een kraakpand. Ook als de huurder niet kan bewijzen dat hij huur betaalt, wordt de uitkering verlaagd. Deze regel was al van toepassing voor huurders van een
woning en geldt nu ook voor kamerhuurders.
* De bijstandsnorm wordt verlaagd met EUR 65,00 als de huur lager is dan EUR 160,00. Ook dit geldt voor huurders van een woning en een kamer.
* Als de huur betaald wordt door een andere dan de bijstandsgerechtigde die in de woning woont, dan wordt de bijstand verlaagd met het bedrag aan huur of woonlasten die de persoon zou moeten betalen als hij zelf de huur betaalde.

Het is niet uitgesloten dat enkele personen die nu een uitkering hebben erop achteruitgaan door de nieuwe regels. De verlaging wordt pas toegepast als de bijstandsgerechtigde is geinformeerd over de gevolgen voor zijn/haar uitkering en gaat niet eerder in dan na drie maanden, nadat hij/zij
geinformeerd is over de gevolgen.