Het AOW-gat - UPDATE januari 2016 | Nederlandse Politiebond.nl


wo, 06-01-2016 - 14:28

Begin december 2015 heeft de rechter in Leeuwarden bepaald dat een vrouw uit Joure gewoon vanaf 65 jaar een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dient te krijgen. Naar het oordeel van de rechter zou het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd in dit specifieke geval namelijk
leiden tot een onevenredig groot nadeel. Wat betekent deze uitspraak voor de rechtszaken die de NPB nog heeft lopen en welk advies geven wij leden die nog te maken krijgen met een AOW-gat?

[IMG]



In 2013 is een geleidelijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd gestart.

* Voor 2013 kreeg je als Nederlander een AOW-uitkering vanaf 65 jaar
* In 2013 kreeg je een AOW-uitkering vanaf 65 jaar en een maand
* In 2014 kreeg je een AOW-uitkering vanaf 65 jaar en twee maanden
* In 2015 kreeg je een AOW-uitkeringen vanaf 65 jaar en drie maanden
* In 2016 krijg je een AOW-uitkering vanaf 65 jaar en zes maanden
* In 2017 krijg je een AOW-uitkering vanaf 65 jaar en negen maanden
* In 2018 krijg je een AOW-uitkering vanaf 66 jaar
* In 2019 krijg je een AOW-uitkering vanaf 66 jaar en vier maanden
* In 2020 krijg je een AOW-uitkering vanaf 66 jaar en acht maanden
* Met ingang van 2021 krijg je een AOW-uitkering vanaf 67 jaar

Juridische strijd

De NPB heeft in december 2012 de juridische strijd aangebonden tegen de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Uitgangspunt daarbij is dat het geldende recht op een AOW-uitkering vanaf 65 jaar beschouwd moet worden als een eigendomsrecht zoals gedefinieerd in het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens. In dat geval mag een overheid alleen tot bijvoorbeeld verhoging van de uitkeringsgerechtigde leeftijd overgaan met een `legitieme doelstelling', dat wil zeggen: in het algemeen belang. Daarbij moet een `behoorlijk evenwicht' worden behouden tussen dat algemeen belang en de
rechten van het individu.

Voorleggen aan de burgerrechter

De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd is onderdeel van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II, dat vanaf november 2012 een politiek feit was. Het kabinet presenteerde daarbij een overbruggingsregeling voor Nederlanders die door het nieuwe beleid te maken krijgen met een onvoorziene
inkomensterugval, een zogenaamd AOW-gat. Gezien de gehanteerde inkomensdrempel biedt de compensatieregeling voor politieambtenaren geen soelaas. Er is dus niet voorzien in een toereikende overgangsregeling en dat betekent volgens de NPB dat de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd
principieel in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De snelste manier om op dat punt juridisch je gelijk te halen is het aanspannen van een zaak bij de burgerrechter. Die mag zich namelijk meteen buigen over de vraag of het verhogen van de AOW-leeftijd zonder fatsoenlijke compensatieregeling in principe rechtmatig is of niet. Dat geldt niet als
je een zaak aanspant bij de bestuursrechter. Die mag zich alleen buigen over de rechtmatigheid van bestaande AOW-gaten. Tot op heden dus alleen over gaten van maximaal drie maanden.

Het nadeel van het aanspannen van een zaak bij de burgerrechter is dat een vakbond dan niet namens zijn leden kan optreden, maar alleen namens zichzelf. Om ueberhaupt toegang te krijgen tot de burgerrechter moest de NPB dus eerst aannemelijk maken dat het AOW-beleid van het kabinet ook een
schadelijke uitwerking heeft op zijn belangen als bond.

Rechten veiliggesteld

Het streven van de NPB was en is zijn leden zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden, maar tegelijkertijd te waarborgen dat ze geen risico lopen. Daarom besloot de bond eind 2012 tot een juridisch tweesporenbeleid. Enerzijds werd een beroepszaak bij de burgerrechter aangespannen, die hopelijk
zo snel mogelijk voor een principiele uitspraak zou zorgen. Anderzijds werd ook het aanvechten van het AOW-beleid via de bestuursrechter praktisch in gang gezet. NPB-leden kregen het dringende advies individueel een bezwaarschrift in te dienen zodra ze door de Sociale Verzekeringsbank
officieel werden geinformeerd over de nieuwe startdatum van hun AOW-uitkering. Met de SVB werden afspraken gemaakt over het aanhouden van de bezwaren en het selecteren van enkele zaken voor proefprocessen bij de rechter. Op die manier waren de rechten van de leden veiliggesteld.

Geen taak voor burgerrechter?

Op donderdag 16 januari 2014 boog de rechtbank in Den Haag zich over de vraag of het nieuwe AOW-beleid ook schadelijk was voor de belangen van de NPB als vakbond. Onze advocaat betoogde dat de eenzijdig doorgevoerde kabinetsbesluiten op AOW-gebied de vakbeweging blootstelden aan
reputatieschade, ledenverlies, verzwakte wervingskracht en (mede daardoor) een verminderde onderhandelingspositie. De rechter was niet overtuigd. Op 26 februari 2014 oordeelde hij dat er in deze kwestie geen taak was weggelegd voor de burgerrechter. In april 2014 besloot de NPB (samen met de
andere bonden van FNV Veiligheid) tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan.

Uitspraak bestuursrechter

De rechtbank in Den Haag had bij zijn oordeel laten meewegen dat de leden van de NPB of andere gedupeerden op individuele basis bij de bestuursrechter terecht kunnen als ze het niet eens zijn met het besluit over een aangevraagde AOW-uitkering of een beroep op de overbruggingsregeling. Die
juridische weg is de afgelopen jaren ook zeker bewandeld. De Leeuwarder uitspraak van begin december 2015 is gedaan in een van de beroepsprocedures die door of namens gedupeerden bij de bestuursrechter zijn aangespannen.

Hoewel het niet om een NPB-lid gaat heeft de zaak wel geleid tot het eerste bestuursrechtelijke oordeel waarin het NPB-standpunt wordt onderschreven. Dat wil zeggen: de rechter is het met de NPB eens dat de AOW beschouwd moet worden als een actuele afdwingbare claim op ouderdomspensioen,
waardoor het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd neerkomt op het aantasten van een eigendomsrecht.

Ongeoorloofde inbreuk AOW-recht

In het geval van de vrouw uit Joure is het volgens de rechter niet mogelijk dat ze nog maatregelen treft om in te spelen op de verschuiving. Dat komt door haar leeftijd (60), haar gezondheidstoestand en haar grote afstand tot de arbeidsmarkt. De vrouw heeft chronische aandoeningen en werkt al
een tijd niet meer. De rechtbank benadrukt dat ze `een betrekkelijk lange periode van 24 maanden' moet overbruggen. Voldoende sparen is in haar geval onbegonnen werk en het is ook onzeker of ze vanaf haar 65-ste in aanmerking komt voor bijstand zonder dat ze eerst haar huis moet opeten. Een
beroep op de overbruggingsregeling zal haar sowieso slechts EUR 500 tot EUR 600 per maand opleveren. De rechter vindt dat in deze specifieke situatie sprake is van een ongeoorloofde inbreuk op het AOW-recht.

Praktische betekenis beperkt

Het is uiteraard fijn dat een rechter van mening is dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet door de beugel kan. De praktische betekenis van deze uitspraak is echter beperkt, aangezien de SVB hoger beroep heeft aangetekend. De uitspraak van de rechter in Leeuwarden heeft betrekking op een
pensioenoverzicht dat de vrouw uit Joure zeven jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd van de Sociale Verzekeringsbank heeft ontvangen. De SVB zal in hoger beroep ongetwijfeld aanvoeren dat zo'n voorlopige prognose niet geldt als een officieel bestuursbesluit en dus helemaal niet door de
bestuursrechter mag/kan worden beoordeeld.

Zeer specifiek geval

Daarnaast is van belang om te beseffen dat de uitspraak van de Friese rechter slechts betrekking heeft op een specifiek geval. Hij is dus niet automatisch van toepassing op alle andere gevallen. Met andere woorden: zelfs als de afweging van de rechter in Leeuwarden in hoger beroep in stand
blijft en dus erkend wordt dat de verhoging van de AOW-leeftijd in bepaalde gevallen tot `buitenproportionele' financiele gevolgen kan leiden, zal de ernst van de gevolgen voor elk ander geval nog steeds apart moeten worden beoordeeld.

Compensatieregeling politiesector

Er zijn drie groepen (oud-)politiemensen voor wie de werkgever en de bonden op 5 juni 2015 een compensatie voor het AOW-gat hebben afgesproken:

* collega's die al voor 2013 de dienst hebben verlaten op basis van de `oude' FLO-regeling (functioneel leeftijdsontslag)
* wachtgelders
* politiepiloten.

Deze (oud-)medewerkers hebben gemeen dat hun uitkering gebaseerd is op een politiespecifieke regeling waarin uitdrukkelijk vermeld wordt dat hun aanspraak eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Afgesproken is dat zij voor hun AOW-gat dezelfde compensatie krijgen als de
rijksambtenaren: 70 procent van het wettelijk minimumloon voor elke maand dat ze door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd geen AOW-uitkering (hebben) ontvangen.

Uitbetaling

De uitbetalingen op basis van de compensatieregeling worden verzorgd door APG, het uitvoeringsorgaan van pensioenfonds APB. Naar verwachting worden in maart 2016 de eerste voorschotten uitbetaald. U hoeft zich daarvoor niet aan te melden.

Voor alle duidelijkheid: de compensatieregeling geldt niet voor collega's die met vervroegd pensioen gaan of zijn gegaan op basis van het ABP Keuzepensioen. Die zullen het dus moeten hebben van onze juridische strijd tegen het AOW-beleid van het kabinet.

Standaard-bezwaarschrift

Het zal nog lang gaan duren voordat alle procedures op dat gebied zijn afgerond en er definitieve duidelijkheid komt. Tot die tijd handhaaft de NPB zijn advies aan leden die 65 jaar worden en niet in aanmerking komen voor de genoemde compensatieregeling: teken bezwaar aan zodra u van de SVB uw
officiele AOW-besluit ontvangt.

Dat is een fluitje van een cent, zeker met het hieronder te downloaden standaard-bezwaarschrift!