Pensioenfonds ABP verhoogt premie

Pensioenfonds ABP, het fonds waar leraren bijzitten, gaat per 1 april 2016 de premie verhogen met 1 procent. Dat is nodig, omdat de financiele positie van het ambtenarenpensioenfonds eind december niet goed genoeg was.

Er is geen sprake van een korting op de pensioenen, zo meldt het grootste pensioenfonds op hun eigen website.

Volgens het ABP komt de totale premie per 1 april 2016 uit op 18,8 procent en geldt de premieverhoging in principe voor vijf jaar. In november vorig jaar nam het ABP een besluit voor 2016: de pensioenpremie ging omlaag van 19,6 naar 17,8 procent. Wel waarschuwde het pensioenfonds toen al dat er wellicht in april een opslag zou komen.

Het lag aan de dekkingsgraad op 31 december 2015, het percentage dat laat zien of het ABP genoeg geld heeft om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, of de premie omhoog moest. Die bleek onvoldoende.

Financieren

Dat betekent dat de overheid als werkgever, en dus de schoolbesturen in het onderwijs ook meer geld moeten uitgeven aan pensioenen. De AOb stuurde samen met de andere bonden en alle werkgevers uit de onderwijssector al eerder een brief aan het kabinet waarin ze opriepen om de pensioenstijging te financieren. 'Zonder die financiele dekking van dit risico is een voor alle partijen bevredigend cao-resultaat nagenoeg onmogelijk', schreven de sociale partners.

"In die brief voorzagen wij dit probleem al", zegt AOb-bestuurder Ben Hoogenboom. De premieverhoging veroorzaakt grote problemen omdat de onderwijsinstellingen het loonakkoord hebben getekend waarin een loonsverhoging voor 2015 en 2016 is opgenomen. Maar bij die loonsverhoging gingen ze uit van een verlaging van de pensioenpremie. "De FNV en de AOb hebben vanaf het begin af aan gezegd dat er sprake was van een `sigaar uit eigen doos' van onbekende omvang", zegt Hoogenboom. "We moeten wachten op het officiele bericht van het kabinet. Neemt het kabinet de kosten op zich dan kan de loonsverhoging doorgaan."