Utrecht bouwt verder aan een vitale en sociale stad voor iedereen


22-03-2016

De Utrechtse aanpak van de zorg en ondersteuning, die 1 januari 2015 startte, werkt goed. Clienten zijn veelal positief over de toegankelijkheid, de kwaliteit van zorg en de mate waarin zij zijn geholpen. Ook staan zorgaanbieders overwegend positief tegenover de Utrechtse aanpak. Dat blijkt
uit de voortgangsrapportage over dit eerste jaar en de resultaten van het Client Ervaringsonderzoek (CEO), die het college van B&W vandaag presenteert. Tegelijkertijd krijgt de gemeente ook steeds scherper zicht op wat nog verder ontwikkeld moet worden.

In 2015 startten bijna 6.000 gezinnen (cases) bij de teams voor Jeugd en Gezin. Het aantal unieke geregistreerde clienten bij deze teams is ruim 12.500 Bij de teams Sociaal is met 10.000 unieke clienten een gesprek geweest en zijn 9.500 clienten met een traject gestart. Deze cijfers
ondersteunen de verwachting dat de buurtteams in staat zijn om een substantieel deel van alle zorgvragen adequaat op te vangen; de instroom in de aanvullende zorg neemt af terwijl de uitstroom juist constant toeneemt.

Waardering
Utrecht heeft een extern onderzoek laten uitvoeren naar de ervaring van clienten die in 2015 hulp hebben ontvangen van het buurtteam en/of een aanbieder van aanvullende zorg en de Wmo voorzieningen. Klanten waarderen de ondersteuning door het buurtteam positief, met gemiddeld een 7,5 (jeugd en
gezin) en 7,6 (Sociaal). In een onderzoek van de buurtteams zelf geeft een groot deel van de clienten (bij Jeugd: 80%, bij Sociaal 71%) aan na afsluiting van de begeleiding weer zonder hulp verder te kunnen. Zorgaanbieders en hun samenwerkingspartners zijn over het algemeen positief over de
transformatie die Utrecht heeft ingezet.

Ontwikkelopgaven voor 2016
Het werken volgens het nieuwe model maakt ook duidelijk waar de nadruk in 2016 op gelegd moet worden. Samen met huisartsen en GGZ-aanbieders wordt onderzocht welke rol de basiszorg kan spelen in de behandeling/begeleiding van kinderen met (lichte) psychische problemen. Kinderopvang, BSO en
aanbieders van aanvullende jeugdhulp ontwikkelen gezamenlijk een werkvorm, zodat kinderen met (gedrags)problemen of een beperking, met extra ondersteuning, terecht kunnen in de reguliere opvang/BSO en met hun eigen klasgenootjes kunnen spelen in plaats van naar een speciale voorziening buiten
de eigen buurt (of stad) te moeten. De samenwerking tussen de buurtteams en de aanvullende (gespecialiseerde) zorg wordt verder versterkt. Utrecht start pilots om de samenwerking tussen de formele en informele zorg te verbeteren. Ideeen om kwetsbare inwoners te begeleiden naar
vrijwilligerswerk worden verder uitgewerkt. Ook wordt gekeken naar uitbreiden van mogelijkheden voor dagbegeleiding voor ouderen.

Leren en blijven bouwen
Ruim 1 jaar na de decentralisatie staan de gemeente en haar samenwerkingspartners middenin deze transformatie. Ook landelijk werkt Utrecht mee aan vernieuwingen, zoals met de City Deal inclusieve stad die Utrecht onlangs medeondertekende. Deze is erop gericht om de leefwereld van inwoners en
de systeemwereld van gemeenten en instellingen beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast heeft Utrecht een city challenge uitgeschreven om ideeen op te halen voor betere ondersteuning van mantelzorgers van dementerende ouderen met de uitdaging: `hoe zorgen wij ervoor dat mantelzorgers
vaker een `break' nemen?'
Met deze stappen werkt Utrecht verder aan haar ambitie om een vitaal sociale stad te zijn, waar inwoners betrokken zijn, verantwoordelijkheid nemen, zelf de regie behouden en waar inwoners gezond en gelukkig kunnen leven.