Brief XXX te Nijverdal aangaande CAK in Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DMO-CB-U-2784503

21 augustus 2007

Naar aanleiding van uw brief van 5 juli 2007 (met kenmerk VWS-07-591) stuur ik u mijn reactie op de brief van de heer XXX.

De kamercommissie voor VWS wordt door de heer XXX gevraagd aandacht te besteden aan de wet- en regelgeving over de eigen bijdrage, een vangnet of signaleringssysteem en de klachtenprocedure bij het CAK. De ouders van de heer XXX hebben over 2006 een naheffing ontvangen van euro 2.300,00 omdat definitieve inkomensgegevens ontbraken over 2004. Ook voor 2007 verwacht de familie een naheffing.

Hieronder schets ik de werkwijze van het CAK-BZ en ga ik in op het verzoek van het vangnet en de klachtenprocedure.

Het CAK-BZ is (bij wet) aangewezen voor het opleggen, vaststellen en innen van de eigen bijdrage Awbz extramuraal en de eigen bijdrage Wmo. Voor beide wetten geldt dat de vaststelling van de eigen bijdrage wordt gebaseerd op het definitieve verzamelinkomen over het zorgjaar minus 2, vastgesteld door de Belastingdienst. Concreet betekent dit dat over het jaar 2006 het inkomen over 2004 wordt gebruikt voor de vaststelling van de eigen bijdrage 2006. Voor de vaststelling van een eigen bijdrage in 2007 is derhalve het inkomen uit 2005 van belang.

Indien het definitieve inkomen niet beschikbaar is, wordt periodiek bij de Belastingdienst nagegaan of het definitieve inkomen wel bekend is. Het is dus mogelijk dat meerdere verzoeken aan de Belastingdienst worden gedaan om inkomensgegevens te verkrijgen.
Als het definitieve inkomen niet kan worden vastgesteld, gaat het CAK-BZ over tot oplegging van een voorlopige eigen bijdrage. Het CAK-BZ hanteert in een dergelijke situatie altijd de laagst mogelijke eigen bijdrage.

Het CAK-BZ hanteert de regel dat als een cliënt van mening is dat de voorlopige bijdrage onvoldoende is, de cliënt bij het CAK-BZ een verzoek kan indienen tot het opbouwen van een positief saldo. Door een positief saldo op te bouwen, worden eventuele naheffingen op voorhand afgevangen. Mocht de cliënt toch onverhoopt een naheffing ontvangen dan hanteert het CAK-BZ een betalingsregeling. Mijns inziens is de wet en regelgeving met dit alles adequaat.

In de situatie van de familie XXX is de laagst mogelijke eigen bijdrage opgelegd in 2006 omdat definitieve inkomensgegevens over 2004 niet verkregen konden worden. Toen de definitieve inkomensgegevens wel bekend waren, bleek de opgelegde laagst mogelijke eigen bijdrage niet correct. Daarom volgde een naheffing.
Ik heb de heer XXX inmiddels geadviseerd om met het CAK-BZ in contact te treden over een betalingsregeling over de naheffing over 2006.

Voor 2007 doet zich volgens de heer XXX wederom de situatie voor dat het definitieve inkomen van zijn ouders (over 2005) nog niet kan worden vastgesteld. Ik heb de XXX daarom tevens geadviseerd contact op te nemen met het CAK-BZ om afspraken te maken over het opbouwen van een positief saldo, zodat een naheffing in 2007 niet aan de orde is.

Voor de volledigheid wijs ik u op de klachtenprocedure van het CAK-BZ. Elke cliënt kan een klacht indienen als hij het niet eens is met de beslissing van het CAK-BZ. De cliënt kan zijn klacht richten aan:

CAK-BZ
Afdeling Klachten en bezwaren
Johan de Wittlaan 15
Postbus 84015
2508 AA Den Haag

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
mw. dr. J. Bussemaker