Antwoorden op kamervragen van Hamer en Wolbert over het voorgenomen ontslag van 1050 thuishulpen

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

DMO-K-U-2788285

31 augustus 2007

Antwoorden op kamervragen van de leden Hamer en Wolbert (beide PvdA) over het voorgenomen ontslag van 1050 thuishulpen (2060721560).

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Vierstroom ontslaat 1050 thuishulpen’? 1) Kunt u bevestigen dat aan 1050 medewerkers in de thuiszorg de keuze wordt voorgelegd om ofwel zichzelf aan te bieden als zelfstandig alfamedewerker ofwel collectief ontslagen te worden? Kunt u tevens bevestigen dat deze ontwikkeling een trendmatig karakter heeft?

Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht. Het aantal van 1050 thuishulpen kan ik niet bevestigen aangezien de gesprekken op lokaal niveau nog steeds plaatsvinden. Uit de pers en via het schakelpunt op mijn ministerie krijg ik verschillende berichten van thuiszorginstellingen waar vanwege de aanbesteding van de hulp bij het huishouden werkgelegenheidseffecten optreden. Ook Vierstroom heeft een melding aan het schakelpunt gedaan. Daarbij gaat het niet om 1050 personen.

Vraag 2
Hoe verhoudt deze ontwikkeling zich tot het plan dat u samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, werkgevers en werknemers in de thuiszorg heeft opgesteld om de personele gevolgen die optreden als gevolg van de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te beperken door gedwongen ontslag zoveel mogelijk te voorkomen, en nieuwe loopbaanperspectieven te creëren voor met name medewerkers in de thuiszorg? In hoeverre is dit plan al in praktijk gebracht? In hoeverre wordt binnen de regio in samenwerking met gemeenten en het CWI naar passende oplossingen en alternatieven gezocht voor het personeel?

Antwoord 2
Deze ontwikkeling verhoudt zich niet met de overeenkomst die ik op 19 juni jongstleden met VNG, ActiZ, BTN en de werknemersorganisaties heb gesloten over de personele gevolgen van de invoering van de Wmo. Inzet van de overeenkomst is gedwongen ontslag zoveel mogelijk te voorkomen en nieuwe loopbaanperspectieven te creëren voor de werknemers van thuiszorgorganisaties.
In de overeenkomst is in 2007 euro 20 mln. gereserveerd om de incidentele problemen op te lossen. De subsidieregeling ‘personele gevolgen invoering Wmo’ die gebaseerd is op de overeenkomst is op 6 augustus gepubliceerd in de Staatscourant. Thuiszorginstellingen die te maken hebben met ernstige nadelige sociale gevolgen, waaronder (dreigend) collectief ontslag kunnen op grond van de subsidieregeling in aanmerking komen voor een maximale bijdrage van euro 3.500,-- per medewerker.
In de kern is er sprake van een lokaal - vaak specifiek – arbeidsmarktknelpunt. Door op lokaal niveau goede afspraken te maken tussen de betreffende gemeenten en zorgaanbieders kunnen deze partijen een aantoonbare bijdrage om de ongewenste arbeidsmarktgevolgen aan te pakken.
In dat licht ben ik in overleg met het CWI, gemeenten, UWV en sociale partners om gezamenlijk een zogenaamde ‘Rapid Response Service’ (RRS) op te zetten. Dit samenwerkingsverband heeft als doel om het transitieproces op het lokale/regionale niveau zo goed mogelijk te faciliteren en om mensen te behouden voor werken in de zorgsector (van werk naar werk). De RRS heeft bij eerdere (collectieve) ontslagen (NedCar en TNT) een goede werking gehad.

Vraag 3
Bent u bereid in het kader van het steeds groter wordende aandeel van alfahulpen in de thuishulp deze alfahulpen versneld onder CAO-regelingen te brengen, mede in het licht van de aangenomen motie Wolbert c.s.? 2)

Antwoord 3
Het onderbrengen van alphahulpen onder de CAO is primair een zaak van de sociale partners. In de voortgangsrapportage invoering Wmo die medio september aan u Kamer zal worden aangeboden, zal ik u nader informeren over de arbeidsmarktgevolgen van de Wmo en de positie van alphahulpen.

Vraag 4
Is er een rechtstreeks verband tussen het aantal ontslagen thuishulpen en de wijze waarop de thuiszorg wordt aanbesteed in de betreffende gemeente?

Antwoord 4
De ontslagen van thuishulpen hebben verschillende oorzaken. De aanbestedingen zijn wel vaak de aanleiding maar niet altijd de oorzaak van de ontslagen. Er is dus wel sprake van een verband maar dit is niet altijd rechtstreeks.

1) de Volkskrant, 18 juli 2007
2) Kamerstuk 29 538, nr. 47, vergaderjaar 2006-2007

Toelichting: deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen van het lid Agema en Wilders (beiden PVV), ingezonden 10 juli 2007 (vraagnummer 2060720510), van het lid Kant (SP), ingezonden 11 juli 2007 (vraagnummer 2060720560), van het lid Agema (PVV), ingezonden 19 juli 2007 (vraagnummer 2060721360), van het lid Agema (PVV),
Ingezonden 19 juli 2007 (vraagnummer 2060721400), en van het lid Agema (PVV), ingezonden 19 juli 2007 (vraagnummer 2060721440)