Evaluatie jeugdgezondheidszorg

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

PG/OGZ 2.821.150

21 januari 2008

In 2006 is de jeugdgezondheidszorg geëvalueerd. Deze evaluatie is aangekondigd bij de inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg (2002 Stcrt. 204) en vastgelegd in het Convenant inzake de voorbereiding van de invoering van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg (27 mei 2002). Zoals toegezegd tijdens de behandeling van de begroting van Jeugd en Gezin 2008 treft u de rapportage van de evaluatie als bijlage aan. Hieronder ga ik kort in op de hoofdlijnen van het evaluatieonderzoek en de resultaten daarvan.

Inleiding
Per 1 januari 2003 is het stelsel voor jeugdgezondheidszorg gewijzigd. Voorheen bestond dit uit jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen, geleverd door thuiszorgorganisaties en gefinancierd uit de AWBZ en jeugdgezondheidszorg voor 4-19 jarigen geleverd door GGD’en, gefinancierd uit het gemeentefonds en aangestuurd door de gemeenten. In de praktijk werd de inhoud van de zorg bepaald door de organisaties die zorg verleenden en bestond er geen uniform aanbod. Met de wijziging in 2003 zijn gemeenten aangewezen als regievoerder voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. De inhoud van de zorg is vastgelegd in het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg. Dit bestaat uit een uniform deel dat landelijk wordt vastgesteld en aan alle kinderen wordt aangeboden en een maatwerk deel dat op geleide van de individuele zorgbehoefte van het kind en de lokale beleidsprioriteiten door gemeenten wordt ingevuld. De gemeente is verantwoordelijk voor de financiering van het geheel, die deels vanuit het gemeentefonds en deels via een specifieke uitkering wordt geregeld.

Evaluatie van de Wijzigingen in de jeugdgezondheidszorg
Van Naem en Partners en TNO Kwaliteit van Leven zijn medio maart 2006 gestart met de uitvoering van de evaluatie. Centrale vragen in de evaluatie zijn:

  1. Wat heeft de gewijzigde Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) de kinderen in Nederland tussen 0 en 19 jaar voor verbeteringen gebracht (peildatum 1 januari 2006); en

  2. Is het bestuurlijke arrangement adequaat gebleken.

Het onderzoek vond plaats vanuit de invalshoeken bestuurlijk/financieel en inhoud/kwaliteit/organisatie. Via vier deelonderzoeken (uitgevoerd bij gemeenten, uitvoeringsorganisaties en klanten en een bekostigingsonderzoek) is een beeld van de jeugdgezondheidszorg geschetst dat is neergelegd in één geïntegreerde rapportage. Het onderzoek is in relatief korte tijd uitgevoerd. Ik heb veel waardering voor de voortvarendheid van de onderzoekers en de constructieve betrokkenheid van gemeenten, thuiszorgorganisaties en GGD’en bij het onderzoek.

Resultaten van de evaluatie
Ik vind de resultaten van de evaluatie van de jeugdgezondheidszorg zeer positief. In korte tijd (2003-2005) hebben de betrokken partijen grote veranderingen weten door te voeren. Tijdens dit veranderingsproces hebben ze het belang van de jeugd steeds goed in het oog weten te houden. De evaluatie geeft een helder beeld van de jeugdgezondheidszorg. Dat beeld laat zien dat met de wijziging van de Wcpv, de preventieve zorg voor kinderen tussen 0 en 19 jaar op niveau is gebleven. Dat is een prestatie van formaat. Kinderen krijgen het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg aangeboden zoals dat is vastgesteld in de Wcpv. Het aanbieden van een landelijk uniform pakket in de vorm van het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg wordt breed gedragen. De meeste uitvoeringsorganisaties voeren het uniform deel van het basistakenpakket ook grotendeels uit conform de opzet. In aanvulling hierop willen gemeenten graag meer ruimte voor lokaal maatwerk krijgen. Alle partijen ondersteunen de verschuiving van de regierol naar de gemeente. De uitvoering hiervan laat een gedifferentieerd beeld zien. Voor veel gemeenten is het een uitdaging om voldoende sturing te leveren op de inhoud van de zorg, dit is vooral van belang voor het maatwerk deel van het basistakenpakket. Toekomstige kansen voor gemeenten liggen bij het versterken van de regie ten aanzien van organisatie en wijze van uitvoering van de jeugdgezondheidszorg.

Vervolg op de evaluatie
De hiervoor genoemde resultaten leveren een belangrijke bijdrage aan het behalen van de doelstellingen van de wijziging van de jeugdgezondheidszorg in 2003. De jeugdgezondheidszorg biedt hiermee een prima uitgangspositie als basis voor de Centra voor Jeugd en Gezin. De evaluatie laat ook zien waar ruimte zit voor verbetering. Het gaat dan vooral om de aandacht en zorg voor risicokinderen, de inhoud en vormgeving van het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg en de vormgeving van de integrale jeugdgezondheidszorg. Over deze onderwerpen ben ik regelmatig met u in discussie geweest. Voor de zomer informeer ik u nader over de uitvoering van de risicosignalering door de jeugdgezondheidszorg.

Toekomstige financiering
Uit de evaluatie is gebleken dat het van belang is dat de financieringsmethodiek wordt gewijzigd. Ik onderschrijf deze conclusie. In het bestuursakkoord “Samen aan de slag” van 4 juni is afgesproken de middelen onder te brengen in de brede doeluitkering jeugd. Per 1 januari zijn de middelen voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (de voormalige tRsu jeugdgezondheidszorg) dan ook ondergebracht in de Brede Doeluitkering Jeugd. Hierbij heb ik bij de vaststelling van de verdeelsleutel rekening gehouden met de conclusie van de evaluatie dat het huidige financieel kader voor de jeugdgezondheidszorg op macroniveau weliswaar voldoende is maar dat de verdeling van de middelen niet altijd aansluit bij de lokaal te maken kosten.

Tot slot
De evaluatie van de jeugdgezondheidszorg heeft een grote hoeveelheid informatie opgeleverd en geeft een goed beeld van de gemaakte vorderingen en de veerkracht van de jeugdgezondheidszorg. Met de hiervoor genoemde resultaten zijn belangrijke stappen gezet voor het behalen van de doelstellingen van de wijziging van de jeugdgezondheidszorg in 2003. De evaluatie geeft partijen handvatten om door te gaan met verbeteringen in de jeugdgezondheidszorg. Ik heb er veel vertrouwen in dat partijen hun verantwoordelijkheid nemen en zelf aan de slag gaan met de resultaten. Ik ben ervan overtuigd dat de sector zich de komende jaren zal blijven ontwikkelen en dat dit tot voordeel zal zijn voor alle kinderen in Nederland.

De Minister voor Jeugd en Gezin,

mr. A. Rouvoet