Antwoorden op kamervragen over het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling

Antwoorden op kamervragen van het lid Anker (ChristenUnie) aan de minister-president en de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie over het oordeel van de commissie Gelijke behandeling ten aanzien van gewetensbezwaarde ambtenaren. (Ingezonden 16 april 2008)

Antwoord van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister-president, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Justitie.

1. Vraag
Kent u de uitspraak en het advies van de Commissie Gelijke Behandeling (GGB) dat een gemeente niet in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving handelt als zij weigert een trouwambtenaar aan te stellen, die op grond van zijn godsdienst geen huwelijken wil sluiten tussen personen van hetzelfde geslacht? 1)

1. Vraag
Ja

2. Vraag
Deelt u de nadere voorwaarden die de CGB stelt aan de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, namelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand alleen andere werkzaamheden verricht en niet inzetbaar is voor het sluiten van huwelijken, de gemeente organisatorisch waarborgt dat alle personen die aan de wettelijke eisen voldoen bij de betreffende gemeente in het huwelijk kunnen treden en dat de gemeente waarborgt dat een eind komt aan de praktijk van gemeentelijke berichten waarin blijk wordt gegeven van de discriminatoire opvattingen van ambtenaren?

3. Vraag
Deelt u de opvatting van de commissie dat als de gemeente aan de bezwaren van de persoon in kwestie tegemoet zou komen en de persoon in kwestie zou toestaan om geen huwelijken te sluiten of partnerschappen te registreren, tussen personen van hetzelfde geslacht, gemeenten daarmee toestaan dat zijn bijzondere ambtenaar van de burgerlijke stand een door de wet beschermde groep discrimineert?

4. Vraag
Hoe verhoudt zich deze uitspraak tot het kabinetsstandpunt dat er in elke gemeente een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht gesloten moet kunnen worden en dat er in het personeelsbeleid praktische oplossingen moeten worden gezocht in de omgang met gewetensbezwaarde ambtenaren? 2)

Antwoord op vraag 2, 3 en 4
De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat in een concreet geval de gemeente een gewetensbezwaarde trouwambtenaar niet hoefde aan te stellen, en werkte dit vervolgens uit in een advies.
Gemeenten houden bij het aanstellen van trouwambtenaren een eigen verantwoordelijkheid binnen de bestaande (grond)wettelijke kaders. Voorop staat dat elke gemeente moet waarborgen dat het voltrekken van alle huwelijken in de betreffende gemeente mogelijk is en dat alle betrokkenen zich aan de wettelijke kaders dienen te houden. Het kabinet benadrukt tevens dat deze wettelijke taak van gemeenten ruimte laat voor het aannemen van trouwambtenaren met gewetensbezwaren, zolang er praktische oplossingen mogelijk zijn. Dit is in lijn met de beantwoording van Kamervragen uit 2007, dat het beleid ter zake van gewetensbezwaarde trouwambtenaren tot de autonome bevoegdheidssfeer van de gemeenten rekent.3) Het is aldus in eerste instantie aan een gemeente en een gewetensbezwaarde ambtenaar om in onderling overleg te zoeken naar oplossingen. De wettelijke kaders bieden voldoende ruimte om alle huwelijken in alle gemeenten te laten plaatsvinden, en om aan een zorgvuldige omgang met gewetensbezwaarden tegemoet te komen.
In een voorkomend geschil kan de rechter een bindende uitspraak doen.

5. Vraag
Kan u aangeven hoe u aan gemeenten duidelijk maakt hoe volgens u moet worden omgegaan met het sluiten van een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht en gewetensbezwaarde trouwambtenaren?

5. Antwoord
Aangezien geen sprake is van een beleidswijziging is er geen aanleiding om gemeenten te berichten over hoe moet worden omgegaan met gewetensbezwaarde trouwambtenaren. Uiteraard kunnen gemeenten van deze antwoorden kennis nemen.

1) 2008-40 en het CGB-advies 2008-04 ‘Trouwen geen bezwaar’, 15 april 2008
2) Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2006-2007, nrs. 1147, 1564 en 1574, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2007-2008, nr. 1428
3) Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2006-2007, nr. 1564