Kamervragen Voordewind en Wiegman-Van Meppelen Scheppink over het tegengaan van gehoorschade bij uitgaanspubliek

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

VGP/ADT-2934248

27 augustus 2009

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister voor Jeugd en Gezin, de antwoorden op de vragen van de Kamerleden Voordewind en Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU) over het tegengaan van gehoorschade bij uitgaanspubliek (2009Z09604).


Hoogachtend,
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

dr. A. Klink

Vraag 1
Kent u het bericht “Oordoppen in op de dansvloer?” (*1)

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening dat gehoorschade door te hoge volumesterktes van mp3-spelers in uitgaansgelegenheden een sluimerend probleem voor de volksgezondheid vormt?

Antwoord 2
Ik kan niet overzien of en in welke mate mp-3 spelers in uitgaansgelegenheden worden gebruikt. Maar dat te hoge volumesterktes in uitgaansgelegenheden een probleem vormen voor personeel en uitgaanspubliek onderschrijf ik. Om het personeel te beschermen, zal (zoals in het aangehaalde krantenartikel al wordt vermeld), de Arbeidsinspectie de komende maanden het muziekvolume gaan controleren in uitgaansgelegenheden. Ook wordt bekeken of personeel op andere manieren wordt beschermd tegen te hoge volumes, bijvoorbeeld door het uitdelen van gehoorbeschermers door de werkgever en het afschermen van ruimtes waar het personeel de meeste werkzaamheden verricht, zoals garderobe en restaurantgedeeltes.

Vraag 3
Vindt u dat naast het wettelijk beschermen van personeel ook uitgaanspubliek bescherming verdient tegen gehoorschade? Zo ja, bent u bereid de branche te stimuleren om de huidige goede voorbeelden te volgen, en zodoende beleid te ontwikkelen om gehoorschade te voorkomen?

Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 6 en 7.

Vraag 4
Overweegt u, gezien het feit dat het aantal jongeren met blijvende gehoorschade ieder jaar stijgt, met wettelijke maatregelen ter voorkoming van gehoorschade te komen?

Zie het antwoord op vraag 5 en 6.

Vraag 5
Bent u bereid met fabrikanten van mp3-spelers afspraken te maken over het toepassen van geluidsbegrenzers? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5
In mijn brief van 30 mei 2008 (TK 2007-2008, 21501, nr. 148) heb ik gemeld dat Nederland zich in Brussel zal inzetten voor het tot stand brengen van een Europese norm voor mp3-spelers om het geluidsniveau te beperken.
Nederland zet zich hiermee in voor een Europese aanpak om hiermee een bijdrage te leveren aan het beperken van blijvende gehoorschade door te hoge volumesterktes. Inmiddels heeft het SCENIHR (Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks)op 23 september 2008 gerapporteerd over mp3-spelers en gehoorschade (Potential health risks of exposure to noise from personal players and mobile phones including a music playing function). Naar aanleiding van dit rapport is dit probleem in Brussel opgepakt. Er vindt overleg
plaats over een concept voor een Europese norm. Hierbij zijn de gezondheidsaspecten en dus gehoorschade nadrukkelijk aan de orde. Aan dit overleg neemt ook de industrie deel. Met aanwijzing van de Europees vastgestelde norm op basis van de Warenwet komt wetgeving tot stand waarmee naar ik verwacht een bijdrage wordt geleverd aan het beperken van blijvende gehoorschade door te hoge volumesterktes van mp3-spelers. In het licht van deze Europese ontwikkelingen en de Nederlandse inzet op dit punt vind ik het maken van afspraken met fabrikanten minder opportuun.

Vraag 6
Hoe beoordeelt u de resultaten van het pilotproject ‘Go Out, Plug In’ in Amsterdam, ondersteund door het ministerie van VWS via ZonMw? Wanneer kan de Kamer de resultaten van het pilotproject verwachten?

Antwoord 6
Het pilotproject ‘Go out, plug in’, is onderdeel van het ZonMw-project ‘Sound Effects’, dat bestaat uit drie trajecten:
- een interventie gericht op jongeren (Go Out, Plug in) om hen te bewegen oordoppen te kopen en te dragen, gehoorpauzes in chillruimtes te nemen en niet dichter dan twee meter bij de boxen te gaan staan.
- een interventie gericht op eigenaren en organisatoren om te zorgen dat zij beschermende maatregelen nemen, zoals het plaatsen van een afscherming tot twee meter om de geluidsboxen, het uitdelen van gehoorbeschermers, het geluidsniveau onder maximaal 100 dB te houden en aantrekkelijke chillruimtes te creëren.
- via de media aandacht vragen voor dit thema om zo bijvoorbeeld te stimuleren dat meer uitgaanspubliek actief informatie zoekt over gehoorschadepreventie.
In het project Sound Effects wordt intensief samengewerkt met de GGD Amsterdam, maar ook de Belangenvereniging Dance en de Vereniging Nederlandse Poppodia.
De pilot voorlichtingscampagne Sound Effects is begin dit jaar afgerond met positieve resultaten: er zijn bruikbare materialen ontwikkeld zoals website en posters, er zijn peer educators getraind en er is verandering te zien in gedrag op uitgaanslocaties, zoals de blijvende verkoop van oordoppen. Tenslotte bleek het samenwerkingsverband goed te werken.

Vraag 7
Bent u bereid het project een landelijk vervolg te geven indien de resultaten positief zijn?

Antwoord 7
De resultaten van het project kunnen, bijvoorbeeld via het Centrum Gezond Leven (CGL) van het RIVM, onder de aandacht worden gebracht van andere gemeenten en GGD-en. Het CGL fungeert als platform voor kennisuitwisseling over gezondheidsbevorderende leefstijlinterventies.

Vraag 8
Acht u het aannemelijk dat in de toekomst de organisator van een evenement aansprakelijk wordt gesteld voor gehoorschade, bijvoorbeeld als gevolg van overduidelijke onvoorzichtigheid met het geluidsvolume en plaatsing van geluidsboxen?

Antwoord 8
Aansprakelijkheidskwesties zijn ter beoordeling van de rechter. Vanuit de rijksoverheid nemen VWS en SZW ieder al maatregelen om gehoorschade tegen te gaan, zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht.


(*1) Spits, 20 mei 2009: “Oordoppen in op dansvloer”