Advies Waarderingskamer kamervragen over lage WOZ-taxaties van dure woningen

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 's-GRAVENHAGE

Ons kenmerk: AFP 2006-00550

In de antwoorden op de vragen 8 en 9 van de leden Fierens en Van Beek over lage WOZ-taxaties van dure woningen heeft de toenmalige staatssecretaris Wijn aangegeven dat hij deze vragen heeft voorgelegd aan de Waarderingskamer teneinde het huidige beeld over de juistheid van WOZ-taxaties nader te objectiveren (Kamerstukken II 2005-2006, Aanhangsel nr. 1534).

Bijgaand zend ik u het afschrift van de reactie van de Waarderingskamer hierop.

De Waarderingskamer onderschrijft hierin ons beeld van de WOZ-taxaties.

De Waarderingskamer zegt wel signalen te hebben dat sommige gemeenten negatieve gevolgen onderkennen van de samenhang tussen gemeentefonds en tariefmaximering in de OZB, doch zij geeft vervolgens aan dat zij er alles aan doet om een doelbewuste en stelselmatige onderwaardering van alle of van specifieke groepen van onroerende zaken te voorkomen. Dit is ook in het belang van de gezamenlijke gemeenten. Zo worden in de Waarderingsinstructie die de Waarderingskamer heeft uitgegeven, voorschriften gegeven op het terrein van de waardebepaling en de kwaliteitsbewaking. Ook zal binnenkort de Waarderingsinstructie jaarlijkse waardebepaling verschijnen waarin te stellen kwaliteitseisen aan taxatiemodellen zijn opgenomen.

De minister van Financiën,

G. Zalm