Antwoorden op kamervragen over boete door Europese Commissie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA ‘S-GRAVENHAGE

Uw brief (Kenmerk) 2060716380

Ons kenmerk: DGB 2007-02920 U

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) over de boete die door de Europese Commissie aan Nederland is opgelegd voor onvolkomenheden in controlewerkzaamheden van de Nederlandse Douane.

Hoogachtend

De Staatssecretaris van Financiën,

Mr. Drs. J.C. de Jager

Antwoorden naar aanleiding van vragen van het lid Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) aan de staatssecretaris van Financiën over de boete die door de Europese Commissie aan Nederland is opgelegd voor onvolkomenheden in controlewerkzaamheden van de Nederlandse douane. (Ingezonden 29 mei 2007, nr. 2060716380)

Vraag 1 en 2
Klopt het dat Nederland van de Europese Commissie een boete van 26.7 miljoen euro opgelegd heeft gekregen doordat de Nederlandse douane er een aantal jaren niet in slaagde minstens 5% van de landbouwexportproducten te controleren? 1)

Hoeveel jaren slaagt de douane er al niet in aan het vereiste controlepercentage van 5% te voldoen? Was u daarvan al die jaren op de hoogte?

Het controlesysteem op export van landbouwgoederen bestaat uit twee vormen van controles. Als eerste de zogenoemde restitutiecontroles op het moment van inlading door de exporteur. Hiervoor geldt een norm van 5% controledichtheid, per goederensoort en douanekantoor van uitvoer. Voor deze controles is door de Europese Commissie geen financiële correctie opgelegd.

Als tweede de zogenoemde substitutiecontroles op het moment van het verlaten van het grondgebied van de EU (in Nederland dus feitelijk in de zee- en luchthavens). De norm voor deze controles bedraagt een controle per dag per kantoor van uitgang, indien er die dag aanbod is van restitutiegoederen.

De financiële correctie van € 26,7 mln. vloeit voort uit het gegeven dat de Nederlandse douane niet heeft voldaan aan de norm van substitutiecontroles in de drie kantoren van uitgang in de haven van Rotterdam over de periode 1999 tot en met 2001.

Terugblikkend heeft de Nederlandse douane niet voldaan aan de norm voor substitutiecontroles voor de jaren 1999 tot en met 2003. In het controlerapport van de Europese Commissie dat in september 2001 aan mij beschikbaar is gesteld, geeft de Europese Commissie aan dat zij van mening is dat de Nederlandse douane niet voldeed aan de norm van substitutiecontroles voor de jaren 1999 tot en met 2001. De Nederlandse douane was van mening dat zij daar wel aan had voldaan en heeft dan ook het standpunt van de Commissie bestreden. Eind 2001 heeft Nederland haar visie bij brief neergelegd bij de Europese Commissie. De Commissie heeft in mei 2005 bij brief gereageerd. Met ingang van het jaar 2004 heeft de Nederlandse douane haar werkwijze conform de visie van de Commissie aangepast ter voorkoming van eventuele nieuwe correctie over later jaren. Zie verder het antwoord op vraag 8.

Vraag 3 en 4
Klopt het dat de belangrijkste oorzaak van het probleem ligt in het feit dat het controleren van goederen via een scan, zoals de Nederlandse douane doet, niet als controlemiddel wordt geaccepteerd in Europees verband? Wat waren andere oorzaken?

Was u ervan op de hoogte dat de Nederlandse controle via een scan in Europa niet als controle wordt aangemerkt?

De controlescan in de Rotterdamse haven is in 1999 in gebruik genomen, en was vanaf dat moment zeer succesvol, met name in vangsten van drugs en sigaretten. De Rotterdamse douane ging er vanuit dit middel ook te kunnen inzetten bij substitutiecontroles.

De commissie heeft de volgende overwegingen voor de correctie, zoals aangegeven in het controlerapport uit 2001:

  • De Commissie kwam tot andere controleaantallen onder meer door het elimineren van dubbel getelde accijns- en zegelcontroles.
  • De douane had geen substitutiecontroles in het weekend uitgevoerd.
  • De door de douane uitgevoerde scancontroles werden niet door de Commissie geaccepteerd als substitutiecontroles.

Vraag 5
Welke stappen heeft u ondernomen om de Nederlandse controlemethode via een scan toch als controle te laten aanmerken door de Europese Commissie? Waarom mochten deze stappen niet baten?

In het Brusselse comité landbouwfondsen heeft Nederland in februari en mei 2005 ervoor gepleit om scancontroles te accepteren als substitutiecontroles. Tijdens deze hoorzittingen heeft Nederland beargumenteerd dat met scancontroles even goede of betere resultaten bereikt worden dan met een visuele controle. De Commissie en de grote meerderheid van de lidstaten waren niet overtuigd.

Na de aankondiging van de financiële correctie (van toen nog € 28,6 mln.) op 24 januari 2006 heeft er een bemiddelingspoging plaatsgevonden waarbij Nederland nogmaals de voordelen van de scancontroles heeft uiteengezet.

De Commissie was niet overtuigd van de Nederlandse argumenten dat met scancontroles even goede of betere resultaten bereikt kunnen worden. Wel stelde de Commissie dat een scancontrole een goede aanvulling kan zijn naast het openen van de container.

Vraag 6
Zijn er meer Europese landen waar met een scan wordt gewerkt door de douane? Hebben deze landen ook het controlepercentage niet gehaald en dus een boete gekregen?

In onder andere Frankrijk en Duitsland wordt ook gebruik gemaakt van scantechnologie maar deze wordt niet gebruikt bij substitutiecontroles. Denemarken en België hebben ook niet voldaan aan de normen voor substitiecontrole en krijgen daarom ook een financiële correctie opgelegd.

Vraag 7
Wanneer de boete niet aan Nederland zou zijn opgelegd, voor welke post op de begroting zou de 26,7 miljoen euro dan zijn gereserveerd?

De financiële correctie wordt gedekt uit een meevaller op de IX B-begroting. Mocht de financiële correctie niet aan Nederland zijn opgelegd dan zou bij suppletoire begroting een meevaller ten gunste van de algemene middelen zijn ontstaan.

Vraag 8
Bent u voornemens om tegen deze boete in beroep te gaan? Welke maatregelen bent u van plan te nemen om te voorkomen dat in de toekomst opnieuw een boete wordt opgelegd?

Nee, Nederland is niet voornemens in beroep te gaan omdat de Europese Commissie vasthoudt aan formeelrechtelijke argumentatie. Om die reden wordt een beroep bij het Europese hof van justitie kansloos geacht.

In de jaren 2002 en 2003 zijn al enkele maatregelen genomen om te voldoen aan de visie van de Commissie. Met ingang van 2004 is het volgende palet aan maatregelen genomen:

  • Er wordt visueel nagegaan of de goederen overeenstemmen met de begeleidende documenten.
  • Op alle dagen van aanbod, ook in het weekend, van restitutiegoederen wordt een substitutiecontrole per kantoor van uitgang uitgevoerd.
  • Accijns- en zegelcontroles worden afzonderlijk in de telling opgenomen.
  • Verbeterde interne controle op het halen van de normen.

De Europese Commissie heeft in december 2004 vastgesteld dat ook voor de jaren 2002 en 2003 de Nederlandse douane de normen voor de substitutiecontroles niet heeft gehaald. De hoogte van een mogelijke financiële correctie over die jaren is nog niet vastgesteld.

1) Rtl-nieuws.nl, 24 mei 2007 ‘Voorjaarsnota: fikse boete douane’