Brief EIA en MIA in 2007

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 AE DEN HAAG

Ons kenmerk: DB 2006-00652 M

Bij brief van 12 oktober jl. (Kamerstukken II, 2006/2007, 30 800 IXB, nr. 7) heb ik u geïnformeerd over de tijdelijke buitentoepassingstelling van de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek. Naar aanleiding daarvan heeft de heer Vendrik mij in het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2007 (Kamerstukken II, 2006/2007, 30 804, nr. 37) verzocht nog in 2006 te komen met een visie inzake de milieu- (MIA) en energie-investeringsaftrek(EIA) 2007 en daarbij in te gaan op de vraag wat de overheid wil dat er in de markt op het terrein van energiebesparing geschiedt en welk tempo er moet worden aangehouden, in het licht van de klimaat- en milieudoelstellingen.

Mede namens de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer die de beleidsverantwoordelijkheid voor de energie-investeringsaftrek respectievelijk de milieu-investeringsaftrek dragen, bericht ik u als volgt.

EIA

Bij het wetgevingsoverleg was de gedachte dat het wellicht nodig zou zijn het aftrekpercentage van de EIA voor 2007 aan te passen om binnen het beschikbare budget 2007 te blijven. Inmiddels is echter duidelijk dat als gevolg van de inmiddels aangebrachte aanscherpingen in de aangewezen energie-investeringen het aftrekpercentage van de EIA gehandhaafd kan blijven op 44%. Deze aanscherpingen betreffen het volgende.

Gelet op de hoge energieprijzen is de besparingsnorm bijgesteld. Ook worden de eisen voor biobrandstofinstallaties en installaties voor duurzame energie verhoogd. Zo is de eerste generatie biobrandstofinstallaties, een grote post in 2006, van de lijst gehaald. Bij installaties voor duurzame energie moet voor ten minste 70% gebruik worden gemaakt van duurzame energiebronnen. In 2006 was dit 30%.

MIA

Voor de MIA is het noodzakelijk om gelet op het beschikbare budget een afweging te maken tussen enerzijds de hoogte van het aftrekpercentage voor investeringen en anderzijds de grondslag van de aan te wijzen investeringen. Daarbij is het grote beroep op de MIA in 2006 door investeringen in Groen Label Kassen van belang. De milieutechnische vereisten voor een Groen Label Kas zijn voor het laatst in 2004 gewijzigd en een herziening van deze vereisten is aanstaande. De herziening van het certificatieschema voor de milieutechnische vereisten van een Groen Label Kas kon echter niet voor 1 januari 2007 gerealiseerd worden.

Daarom zijn – in overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – de Groen Label Kassen nog niet op de aanwijzingsregeling MIA en VAMIL geplaatst. Zodra een aanscherping van de milieu-technische vereisten gerealiseerd is, zal het MIA-percentage voor de kassen worden vastgesteld. Daarbij is de intentie de aanscherping zo vorm te geven, dat het aftrekpercentage op 40% kan worden gesteld.

Ook de duurzame stallen zijn, in afwachting van meer duidelijkheid over de milieutechnische vereisten in combinatie met dierenwelzijn, nog niet op de aanwijzingsregeling MIA en VAMIL geplaatst. Er wordt naar gestreefd om in februari 2007 de stallen en kassen aan te wijzen.

Wij blijven hiermee inzetten op aantrekkelijke regelingen ter stimulering van innovatieve milieuvriendelijke en energiezuinige investeringen en investeringen in duurzame energie gelet op de bestaande doelstellingen op deze terreinen. Het presenteren van een verdere visie hierover lijkt niet opportuun voor het huidige demissionaire kabinet.

Hoogachtend,

De minister van Financiën,

G. Zalm