Dividendbelasting. Vermindering, vrijstelling en teruggaaf onder belastingverdragen

Dividendbelasting. Vermindering, vrijstelling en teruggaaf onder belastingverdragen

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Aspectgebied Internationaal Belastingrecht

Besluit van 18 juli 2008, nr. CPP2008/1527M, Stcrt. nr. 146

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

In dit besluit zijn een aantal beleidsbesluiten waarin (praktische) regelingen zijn getroffen voor vrijstelling, vermindering en teruggaaf van dividendbelasting samengevoegd en geactualiseerd.

1. Inleiding

In dit besluit zijn een aantal beleidsbesluiten die goedkeuringen en praktische regelingen of aanwijzingen bevatten voor de vrijstelling, vermindering en/of teruggaaf van Nederlandse of buitenlandse dividendbelasting samengevoegd. De besluiten zijn tevens geactualiseerd en aangepast aan de wijzigingen in de Wet op de dividendbelasting 1965 per 1 januari 2007.
Onderdeel 2 van dit besluit bevat een praktische regeling voor het bijvoegen van machtigingen bij formulieren voor vermindering van Nederlandse dividendbelasting op portfoliodividend.

Onderdeel 3 regelt dat verzoeken om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden die door gemachtigden worden gedaan namens niet-inwoners van Nederland onder voorwaarden kunnen worden aangeleverd langs elektronische weg.

Onderdeel 4 regelt in welke gevallen en onder welke voorwaarden een buitenlands fiscaal transparant lichaam namens de achterliggende participanten (deelgerechtigden) een collectief verzoek om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting kan doen.

Onderdeel 5 regelt onder welke voorwaarden vermindering van Nederlandse dividendbelasting kan worden verleend aan instellingen in verdragslanden die aldaar niet aan winstbelasting zijn onderworpen.

Onderdeel 6 regelt de voorwaarden waaronder en de wijze waarop in Nederland de vrijstellingsmethode onder het belastingverdrag met Zwitserland respectievel i jk onder de overeenkomst tussen Zwitserland en de EU kan worden toegepast. Verder wordt ingegaan op de manier waarop in Zwitserland de vrijstellingsmethode kan worden toegepast. Tenslotte wordt de verhouding tussen de vrijstellingsmethode volgens het verdrag en volgens de overeenkomst aangegeven.

2. Praktische regelingen voor de vermindering of teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op portfoliodividend

Voor het maken van aanspraak op vermindering van Nederlandse dividendbelasting op grond van een aantal door Nederland gesloten belastingverdragen dient gebruik te worden gemaakt van formulieren IB 92 Universeel en in sommige gevallen van formulieren IB 93 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA. Deze formulieren dienen te worden ondertekend door de aandeelhouder (of houder van de hybride lening/winstdelende obligatie) zelf of door zijn gemachtigde. Op de desbetreffende formulieren is de eis gesteld dat, indien een gemachtigde tekent, elk formulier moet zijn vergezeld van een schriftelijke machtiging.

Ik keur goed, dat het telkenmale bijvoegen van een machtiging achterwege blijft in de gevallen waarin de vermindering van dividendbelasting uitsluitend betrekking heeft op dividenden van aandelen en opbrengsten van hybride leningen/winstdelende obligaties, die de gemachtigde op de datum van betaalbaarstelling van het dividend/de opbrengst in beheer heeft, dan wel op zijn naam zijn ingeschreven in een register dat door de vennootschap die de effecten heeft uitgegeven wordt gehouden, en de gemachtigde in het bezit is van een door de Inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen. daartoe afgegeven vergunning.

Bij de toepassing van deze regeling dient de gemachtigde op het formulier IB 92 Universeel, IB 93 Universeel, IB 95 USA of IB 96 USA onder zijn naam en handtekening te vermelden:

,,Gemachtigde.

Vergunning van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland d.d. ..., nr. ...''.

De Belastingdienst/Limburg licht de overige onderdelen van de Belastingdienst in over de afgegeven vergunningen.

3. Elektronische aanlevering van verzoeken om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting die door gemachtigden worden gedaan namens niet-inwoners

3.1. Elektronische aanlevering in het kader van de universele uitvoeringsvoorschriften

Hierbij machtig ik overeenkomstig artikel 10 (delegatiebepaling) van de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2007 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland (Regeling van 10 mei 2007, nr. CPP 2006/2578M, Stcrt. nr. 93), de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg binnen de hieronder aangegeven kaders een bijzondere regeling te treffen inzake de teruggave van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden.

Bijzondere regeling
Gemachtigden die jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden verzoeken doen om teruggave van Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden kunnen deze verzoeken langs elektronische weg aanleveren zonder gelijktijdige inlevering van de papieren versie van de verzoeken met de dividendnota.

Op de elektronisch aangeleverde verzoeken wordt beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Aan deelname aan deze bijzondere regeling zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. De gemachtigde meldt zich als deelnemer aan bij de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland te Heerlen (hierna: kantoor Buitenland) en wijst een contactpersoon aan ten behoeve van de communicatie met kantoor Buitenland over de regeling;
b. De verzoeken worden ingediend namens de uiteindelijk gerechtigden tot de opbrengsten waarop de Nederlandse dividendbelasting is ingehouden;
c. De gemachtigde draagt tijdig zorg voor rechtsgeldige opdrachten tot vertegenwoordiging en draagt tevens de verantwoordelijkheid voor de communicatie met de gerechtigden;
d. De opdracht tot vertegenwoordiging aan de gemachtigde omvat de instemming van de gerechtigden met het integreren van de beschikking in één bestand en de geïntegreerde uitbetaling aan de gemachtigde. De gerechtigde ontvangt op verzoek een afschrift van zijn beschikking op papier;
e. De aanlevering van elektronische verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting door de gemachtigde geschiedt conform de door de Belastingdienst voorgeschreven (technische) specificaties;
f. Om doelmatigheidsredenen dient een elektronisch aangeleverd bestand ten minste 25 verzoeken te bevatten;
g. De gemachtigde geeft op verzoek aan kantoor Buitenland inzicht in zijn administratieve organisatie en interne controle alsmede de geautomatiseerde ondersteuning met betrekking tot het aanbieden en verwerken van verzoeken om teruggaaf dividendbelasting;
h. De originele formulieren die ten grondslag liggen aan de elektronisch ingediende teruggaafverzoeken alsmede de (gewaarmerkte kopie van de) dividendnota en andere relevante bewijsstukken worden door de gemachtigde op toegankelijke wijze bewaard. In het kader van de controle zendt de gemachtigde op verzoek van kantoor Buitenland de hiervoor bedoelde door de gemachtigde bewaarde documenten toe c.q. houdt deze beschikbaar voor controle ter plaatse;
i. De gemachtigde gaat - ongeacht de mogelijkheid tot verhaal op de gerechtigden - onvoorwaardelijk akkoord met terugbetaling aan kantoor Buitenland van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende teruggaven;
j. Indien bij een gemachtigde onjuistheden of onregelmatigheden ten aanzien van de uitvoering van de regeling worden geconstateerd kan de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg deze gemachtigde met onmiddellijke ingang van deelname aan de regeling uitsluiten.

3.2. Elektronische aanlevering in het kader van de uitvoeringsvoorschriften inzake de belastingverdragen met de Verenigde Staten van Amerika en de Belastingregeling voor het Koninkrijk (Aruba en de Nederlandse Antillen)

Ik keur goed dat de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg de onder paragraaf 3.1 geschetste bijzondere regeling van overeenkomstige toepassing doet zijn op de uitvoeringsvoorschriften inzake de belastingverdragen met de Verenigde Staten van Amerika en de Belastingregeling voor het Koninkrijk (Aruba en de Nederlandse Antillen). Verzoeken welke gebaseerd zijn op de (gezamenlijke) uitvoeringsvoorschriften met Zwitserland vallen in verband met het afwijkende karakter van deze uitvoeringsvoorschriften (waarin onder meer een andere wijze van aanlevering is overeengekomen) niet onder de bijzondere regeling.

4. Collectieve verzoeken door fiscaal transparante buitenlandse lichamen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting

4.1. Inleiding

Verzoeken om vermindering van Nederlandse dividendbelasting, die is ingehouden op dividenden op aandelen (dan wel de opbrengst van hybride leningen/winstdelende obligaties) in Nederlandse vennootschappen, kunnen collectief worden gedaan door buitenlandse fiscaal transparante lichamen namens de achterliggende participanten (deelgerechtigden) 1). In dit onderdeel wordt aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden wordt tegemoetgekomen aan een collectief verzoek om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting dat is gedaan door een buitenlands fiscaal transparant lichaam.
.....
1) Besluit van 19 maart 1997, nr. IFZ97/204M.

4.2. Goedkeuring

Het gaat bij buitenlandse lichamen die een collectief verzoek doen om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op basis van belastingverdragen om lichamen die volgens de nationale belastingwetgeving van het andere land als fiscaal transparant worden aangemerkt en die dus zelf niet als fiscaal inwoner van dat land worden beschouwd. Deze lichamen zijn dan ook geen inwoner van de betrokken landen in de zin van de belastingverdragen, zodat zij geen zelfstandig beroep kunnen doen op de voordelen van de belastingverdragen. Het zijn de achterliggende participanten die een beroep kunnen doen op verdragstoepassing. Indien de achterliggende participanten als uiteindelijk gerechtigde tot het Nederlandse dividend bij een zelfstandig beroep op verdragstoepassing recht hebben op verdragsvoordelen, komen zij elk apart in aanmerking voor die verdragsvoordelen. Dit is in een aantal verdragen expliciet vastgelegd. In beginsel moeten zij elk apart een verzoek om verdragstoepassing doen overeenkomstig de procedure die is voorgeschreven in de van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften belastingverdragen. De achterliggende participanten kunnen natuurlijke personen of lichamen zijn.

Ik keur goed dat onder de in onderdeel 4.3 vermelde voorwaarden buitenlandse fiscaal transparante lichamen namens al hun achterliggende participanten die voor verdragstoepassing kwalificeren een collectief verzoek kunnen indienen om teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting overeenkomstig de toepasselijke verdragstarieven voor dividenden.
Ik merk nog op dat deze goedkeuring uitsluitend betrekking heeft op de teruggaafprocedure, en niet op de vrijstellingsprocedure.

4.3. Administratieve procedure voor collectieve verzoeken bij verdragstoepassing

Indien een buitenlands fiscaal transparant lichaam gebruik wil maken van de in onderdeel 4.2 vermelde goedkeuring dient een verzoek om een algemene machtiging te worden ingediend bij de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen. Pas na afgifte van de machtiging kan het buitenlands fiscaal transparante lichaam bij de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland een collectief verzoek indienen om teruggaaf namens al zijn achterliggende participanten uit verdragslanden. Aan een collectief verzoek om teruggaaf, dat op grond van een afgegeven machtiging wordt gedaan, worden de volgende voorwaarden verbonden:

1. het collectieve verzoek dient alle verdragsgerechtigde participanten te betreffen en dient, afhankelijk van de status van de participanten, te worden gedaan door het indienen van een gezamenlijk formulier IB 92 Universeel, formulier IB 93 Universeel, formulier IB 95 USA en/of formulier IB 96 USA per verdragsland op naam van het transparante lichaam;

2. bij het gezamenlijke formulier per verdragsland wordt door het transparante lichaam een lijst gevoegd, waarop de namen, adressen en waar nodig de fiscale status (bijvoorbeeld vrijgesteld pensioenfonds) van de achterliggende verdragsgerechtigde participanten zijn vermeld, alsmede hun aandeel in het transparante lichaam;

3. de per verdragsland op te stellen lijst met de gegevens van de participanten wordt door de fiscus van de betrokken verdragsstaat voorzien van een verklaring dat voor de toepassing van het verdrag met die staat alle op de lijst vermelde participanten inwoner van die verdragsstaat zijn;

4. op het gezamenlijke formulier IB 92 Universeel, formulier IB 93 Universeel, formulier IB 95 USA en/of formulier IB 96 USA bevestigt het transparante lichaam voor elke achterliggende participant de op het formulier gevraagde verklaringen, andere dan de woonplaatsverklaring als bedoeld in voorwaarde 3 hiervoor; de verklaringen kunnen ook worden vermeld op een apart blad;

5. het formulier is voorzien van de dividendnota(‘s) of een gewaarmerkt afschrift daarvan of een ander bewijsstuk (uit dit andere bewijsstuk moet de desbetreffende opbrengst blijken en het geeft aan dat de terug te geven belasting ten laste van de verdragsgerechtigde participant is ingehouden);

6. bij het formulier wordt een algemene machtiging (met vermelding van het daaraan toegekende nummer) gevoegd van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, waaruit blijkt dat het transparante lichaam verzoeken kan indienen voor alle achterliggende verdragsgerechtigde participanten; ook kan met een stempelafdruk en vermelding van het toegekende machtigingsnummer op het gezamenlijke formulier worden aangegeven dat een algemene machtiging is afgegeven;

7. het transparante lichaam doet de collectieve verzoeken tegelijk zowel voor de inwoners van de staat waarin ook het lichaam is gevestigd, als voor de inwoners van andere verdragsstaten;

8. het transparante lichaam (en niet de individuele participant) is aansprakelijk voor eventuele onjuiste teruggaven.

Aanvullende opmerkingen
De woonplaatsverklaring als bedoeld in voorwaarde 3 geldt voor twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de woonplaatsverklaring. Indien binnen die twee jaar meer dividenduitkeringen worden gedaan, hoeft dus niet voor elke dividenduitkering een nieuwe woonplaatsverklaring te worden overgelegd. Bij wijziging in de participanten dient wel een nieuwe woonplaatsverklaring te worden bijgevoegd.

Ter voorkoming van misbruik dient de kwalificerende participant zijn aandeel in het buitenlandse fiscaal transparante lichaam gedurende een bepaalde periode te bezitten. In verband daarmee moet het verzoekende lichaam bewijzen dat de voor verdragstoepassing kwalificerende participant ten minste een jaar onafgebroken eigenaar is van zijn aandeel in het lichaam. Ingeval het naar het oordeel van de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland duidelijk is dat er geen misbruik in het geding is, kan hij afwijken van de bedoelde eenjaarseis. Hierbij kan gedacht worden aan de in onderdeel 4.4 genoemde buitenlandse werknemersspaarfondsen of werknemersspaarbanken.

4.4. Centrale werknemersfondsen en aandelenspaarplannen van ondernemingen

Het kan ook voorkomen dat ondernemingen voor hun werknemers centrale werknemersfondsen hebben opgericht of aandelenspaarplannen hebben ontwikkeld. Daaraan kunnen de eigen werknemers van de onderneming deelnemen. Deze werknemers kunnen dan aandelen kopen in de onderneming waaraan zij verbonden zijn. Hierdoor kan het aantal kleine particuliere aandeelhouders van de onderneming aanzienlijk toenemen. De werknemers kunnen woonachtig zijn in verdragslanden. Onder werknemers worden in dit verband ook begrepen gepensioneerde werknemers en nabestaanden van werknemers.

Indien de aandelen van de bedoelde werknemers in hun onderneming namens hen worden gehouden door een lichaam, kan de regeling van onderdeel 4.3 hiervoor ook gelden. Dit betekent dat dit lichaam een algemene machtiging kan aanvragen voor een collectief verzoek namens de werknemers/aandeelhouders en dat pas na afgifte van de machtiging het collectief verzoek kan worden gedaan. Het betekent voorts dat de voorwaarden van onderdeel 4.3 (met inbegrip van de aanvullende opmerkingen), die gelden voor transparante lichamen, van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van voorwaarde 3. Anders dan bij de transparante lichamen mag het hiervoor bedoelde lichaam zelf namelijk de lijst met gegevens van de verdragsgerechtigde werknemers voorzien van een woonplaatsverklaring. De inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland kan echter steekproefsgewijs verzoeken om woonplaatsverklaringen van de fiscus van een verdragsstaat ten aanzien van personen die op de bedoelde lijs t voorkomen.

4.5. Artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001

De in onderdeel 4.2 vermelde goedkeuring geldt niet voor instellingen voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 25 van het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001. Ingeval een dergelijke instelling de in dat artikel neergelegde regeling wil toepassen moet zij zich wenden tot de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland voor de administratieve voorwaarden waaronder deze regeling kan worden toegepast.

5. Vermindering van dividendbelasting voor instellingen in verdragslanden die aldaar niet aan winstbelasting zijn onderworpen

5.1. Niet aan winstbelasting onderworpen instellingen

Nederlandse verdragen plegen als definitie voor inwonerschap te bevatten het onderworpen zijn aan belasting hier te lande. Naar Nederlandse opvatting is het echter niet de bedoeling van de genoemde voorwaarde verdragstoepassing te verh inderen voor (subjectief) van belasting vrijgestelde pensioenfondsen en non-profit organisaties (kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen). De meeste verdragspartners van Nederland zijn dezelfde opvatting toegedaan.
In verdragslanden gevestigde en aldaar niet aan een belastingheffing naar de winst onderworpen pensioenfondsen en non-profit organisaties hebben dus in beginsel recht op toekenning van de verdragsvoordelen. Dit houdt in dat aan dergelijke instellingen gehele of gedeeltelijke teruggaaf van de Nederlandse dividendbelasting kan worden verleend conform de Nederlandse uitvoeringsvoorschriften die gelden voor de betreffende belastingverdragen.
Deze teruggaaf wordt uitgevoerd door de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen.

5.2. Overheidsinstellingen

De Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland kan aan in verdragslanden gevestigde en in die landen niet aan belastingheffing onderworpen overheidsinstellingen (staten, provincies, gemeenten, waterschappen, financiële instellingen en algemeen nut beogende instellingen) gehele of gedeeltelijke teruggaaf van de Nederlandse dividendbelasting verlenen conform de Nederlandse uitvoeringsvoorschriften die gelden voor de betreffende belastingverdragen.

5.3. Wederkerigheid

Bij het in onderdelen 5.1 en 5.2 genoemde beleid ga ik ervan uit dat er sprake is van wederkerigheid en dat de betrokken verdragspartner op grond van de bepalingen in het belastingverdrag met Nederland aan in Nederland gevestigde pensioenfondsen, non-profit organisaties en overheidsinstellingen een gehele of gedeeltelijke vrijstelling of teruggaaf van bronbelasting zal verlenen.
Indien in de uitvoeringspraktijk blijkt dat een gehele of gedeeltelijke vrijstelling of teruggaaf van buitenlandse bronbelasting aan de in Nederland gevestigde pensioenfondsen, non-profit organisaties en overheidsinstellingen op grond van het belastingverdrag dat van toepassing is, is geweigerd, dan verzoek ik de desbetreffende inspecteurs mij hiervan op de hoogte te stellen. Er zal dan in overleg worden getreden met de autoriteiten van dat desbetreffende verdragsland en aan de hand van de uitkomst van dat overleg beslissen of de verdragstoepassing door de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland met betrekking tot pensioenfondsen, non-profit organisaties en overheidsinstellingen in de relatie met dat desbetreffende verdragsland aanpassing behoeft. Als dit overleg niet leidt tot wederkerige toepassing van het in onderdelen 5.1 en 5.2 genoemde beleid zal Nederland dit beleid met betrekking tot de betreffende verdragspartner niet langer toepassen.

5.4. In EU-lidstaat gevestigde instellingen

Aan pensioenfondsen, non-profit organisaties en overheidsinstellingen gevestigd in een EU-lidstaat kan met ingang van 1 januari 2007 ingevolge artikel 10, derde lid in samenhang met het eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 teruggaaf van dividendbelasting worden verleend, die ten laste van hen in een kalenderjaar is ingehouden. Het in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigd lichaam mag aldaar niet aan een belastingheffing naar de winst zijn onderworpen en, ware hij in Nederland gevestigd geweest, zou het lichaam ook alhier niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen.
De wederkerigheidstoets geldt hierbij niet.

6. Vrijstellingsprocedure Nederlandse en Zwitserse dividendbelasting met betrekking tot bepaalde deelnemingsdividenden

6.1. Inleiding

Volgens het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen van 12 november 1951 (Trb. 1951,148) (hierna: het verdrag) wordt vrijstelling of vermindering van bronbelasting op dividenden uitsluitend verleend in de vorm van terugbetaling van ingehouden dividendbelasting (teruggaafprocedure). In de gemeenschappelijke uitvoeringsvoorschriften van 18 december 1990, nr. IFZ 90/1908 (Stcrt. 1990/251) zijn nadere regels gegeven voor de teruggaafprocedure. Vanaf 1 januari 2005 staat Zwitserland echter toe dat bij de uitbetaling van deelnemingsdividenden in de zin van artikel 9, tweede lid, onderdeel a, onder (i), van het verdrag direct rekening wordt gehouden met de vrijstelling van Zwitserse bronbelasting, mits het in Nederland gevestigde lichaam dat de dividenden verkrijgt de uiteindelijke gerechtigde daartoe is (vrijstellingsprocedure). Het wederkerigheidsbeginsel brengt mee dat ook in Nederland vanaf 1 januari 2005 onder dezelfde voorwaarden de vrijstellingsprocedure kan worden toegepast bij dergelijke deelnemingsdividen den die worden betaald aan in Zwitserland gevestigde lichamen.
Met ingang van 1 juli 2005 geldt in de Nederlands-Zwitserse verhouding de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EU 29 december 2004, nr. L 385/30) (hierna: de overeenkomst). Artikel 15, eerste lid, van de overeenkomst voorziet in lijn met de oorspronkelijke versies van Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten in een vrijstelling van bronbelasting bij uitkering van deelnemingsdividenden.

6.2. Toepassing vrijstellingsmethode in Nederland onder het verdra g

6.2.1.

Een Nederlands lichaam dat dividenden betaalt aan een lichaam dat inwoner is van Zwitserland en dat een deelneming in de zin van artikel 9, tweede lid, onderdeel a, onder (i), van het verdrag in het Nederlandse lichaam bezit, kan bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waaronder het ressorteert het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting om de op de grond van het verdrag niet-verschuldigde dividendbelasting in te houden, mits het Zwitserse lichaam de uiteindelijke gerechtigde tot de dividenden is.

6.2.2.

In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a. de naam, het adres, de vestigingsplaats en de plaats van statutaire zetel van het in Zwitserland gevestigde lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste deel van het maatschappelijke kapitaal van het Nederlandse lichaam (de uitdrukking "maatschappelijk kapitaal" zoals gebezigd in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, onder (i), van het verdrag moet voor wat betreft het Nederlandse lichaam volgens het arrest HR 4 november 1992, nr. 27 222, BNB 1993/38c*, worden uitgelegd als het geplaatste deel van het maatschappelijk kapitaal);
c. het gedeelte van het geplaatste deel van het maatschappelijk kapitaal van het Nederlandse lichaam dat het in Zwitserland gevestigde lichaam onmiddellijk of middellijk bezit;
d. dat het kapitaal van het in Zwitserland gevestigde lichaam dat inwoner is van Zwitserland geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.

6.2.3.

Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
- het lichaam dat inwoner van Zwitserland is inwoner van Zwitserland blijft volgens het verdrag, en
- het lichaam dat inwoner van Zwitserland is een deelneming blijft bezitten in het Nederlandse lichaam, welke voldoet aan artikel 9, tweede lid, onderdeel a, onder (i), van het verdrag.

De bestuurder van het Nederlandse lichaam, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.

6.2.4. Formulieren

Voor de toepassing van de vrijstellingsmethode kan het formulier R NL 1 (810) bij de eerdergenoemde gemeenschappelijke uitvoeringsvoorschriften niet worden gebruikt. Er zal voor de vrijstellingsmethode geen nieuw formulier worden ontwikkeld. Volstaan kan worden met het in onderdeel 6.2.2 vermelde verzoek.

6.3. Vrijstellingsmethode Zwitserse bronbelasting onder het verdrag

Voor de vrijstelling van Zwitserse bronbelasting dient gebruik te worden gemaakt van het form. 823B. Dit formulier is verkrijgbaar op de website http://www.estv.admin.ch/data/dvs/druck/forms/forms/823Bd.pdf (Duits, Frans en Engels) of telefonisch +41(0)31 322 72 70/+41 (0)31 322 71 71 of bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening-kantoor Apeldoorn/logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn (mailadres: lrc.apeldoorn@belastingdienst.nl).

6.4. Toepassing vrijstellingsmethode in Nederland onder de overeenkomst

6.4.1.

Een Nederlands lichaam dat dividenden betaalt aan een lichaam dat inwoner is van Zwitserland en dat een deelneming in de zin van artikel 15, eerste lid, van de overeenkomst in het Nederlandse lichaam bezit, kan, indien ook aan de overige voorwaarden van artikel 15, eerste lid van de overeenkomst wordt voldaan, bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie het ressorteert een verzoek om vrijstelling van de inhouding van dividendbelasting indienen, mits het Zwitserse lichaam de uiteindelijke gerechtigde tot de dividenden is.

6.4.2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:

a. de naam, het adres, de vestigingsplaats en de plaats van statutaire zetel van het in Zwitserland gevestigde lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam;
c. het gedeelte van het kapitaal van het Nederlandse lichaam dat het in Zwitserland gevestigde lichaam onmiddellijk bezit;
d. het tijdstip waarop het in Zwitserland gevestigde lichaam de aandelen in het Nederlandse lichaam in bezit heeft gekregen;
e. dat het kapitaal van het in Zwitserland gevestigde lichaam geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld;
f. dat het in Zwitserland gevestigde lichaam vennootschapbelasting betaalt zonder te zijn vrijgesteld.

6.4.3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:

- het lichaam dat inwoner van Zwitserland is inwoner van Zwitserland blijft, zoals vereist in artikel 15 van de overeenkomst, en
- het lichaam dat inwoner van Zwitserland is een deelneming blijft bezitten in het Nederlandse lichaam, welke voldoet aan de voorwaarden van artikel 15, eerste lid, van de overeenkomst.

De bestuurder van het Nederlandse lichaam, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.

6.4.4. Formulieren

Voor de toepassing van de vrijstellingsmethode zal geen formulier worden ont wikkeld. Volstaan kan worden met het in onderdeel 6.4.2 vermelde verzoek.

6.5. Vrijstellingsmethode Zwitserse bronbelasting onder de overeenkomst

Indien een in Zwitserland gevestigd lichaam dividenden betaalt aan een lichaam dat inwoner is van een lidstaat van de Europese Gemeenschap en het dividend op basis van artikel 15 van de overeenkomst niet is onderworpen aan Zwitserse bronheffing, dient gebruik te worden gemaakt van het form 823C. Dit formulier is verkrijgbaar op de website http://www.estv.admin.ch/data/dvs/druck/forms/forms/823Cd.pdf (Duits, Frans en Engels) of telefonisch +41(0)31 322 72 70/+41 (0)31 322 71 71 of bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening-kantoor Apeldoorn/logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn (mailadres: lrc.apeldoorn@belastingdienst.nl).

6.6. Verhouding tussen verdrag en overeenkomst

In artikel 15, derde lid, van de overeenkomst is bepaald dat bestaande overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting tussen Zwitserland en de lidstaten, die op het moment van goedkeuring van deze overeenkomst voorzien in een gunstigere belastingbehandeling van uitkeringen van dividenden onverlet blijven. Dit betekent dat de regeling in de overeenkomst geen toepassing vindt indien het verdrag in een gunstigere behandeling van uitkering van dividenden voorziet.

7. Ingetrokken besluiten

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
- besluit van 9 juli 1993, nr. IFZ93/713;
- besluit van 1 september 1993, nr. IFZ93/874;
- besluit van 27 juni 1994, nr. IFZ94/717;
- besluit van 24 april 2001, nr. IFZ 2001/327M;
- besluit van 24 augustus 2005, nr. CPP2005/964M;
- besluit van 6 december 2005, nr. CPP2005/2215M.

8. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit.

Den Haag, 18 juli 2008.

De staatssecretaris van Financiën,
namens deze:
de directeur-generaal Belastingdienst,
mr. J. Thunnissen.