Stand van zaken uitvoering motie fiscale behandeling woningcorporaties

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer
Postbus 20017
2500 EA 's-Gravenhage

Uw brief (Kenmerk): 139362.04u

Ons kenmerk: DGB 2008-02953 U

Geachte voorzitter,

In uw brief van 8 mei 2008 met bovengenoemd kenmerk vraagt u naar de concrete acties die tot op heden zijn ondernomen om de motie-Essers c.s. over de fiscale behandeling van woningcorporaties (EK 31205/31206, I) ten uitvoer te brengen. In het bijzonder wenst de commissie te vernemen wat de stand van zaken is ten aanzien van de afwikkeling van de verschillende onderdelen van de (vorige) vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO I) alsook ten aanzien van de totstandkoming van de nieuwe vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO II). In verband met de uitvoering van voormelde motie kan ik u het volgende meedelen.

Zowel tijdens de Tweede als Eerste Kamerbehandeling van het Belastingplan 2008 heb ik ten aanzien van woningcorporaties herhaaldelijk aangegeven dat de Belastingdienst zich redelijk en constructief zal opstellen bij de afwikkeling van VSO I en ook een dergelijke houding zal aannemen bij de onderhandeling over een VSO II. Bij de afwikkeling van VSO I zal de Belastingdienst zich flexibel opstellen. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer heb ik overigens aangegeven de motie-Essers c.s. als een ondersteuning van mijn beleid te beschouwen.

In het kader van een flexibele afwikkeling van VSO I heeft de Belastingdienst een aantal stappen gezet. Het gaat hierbij onder meer om de volgende tegemoetkomingen:

  • uitstel van de modelkeuze; de termijn voor het uitbrengen van de modelkeuze is tweemaal verlengd. Laatstelijk bij brief van 20 november 2007, waarbij het uiterste tijdstip van de modelkeuze is verlengd tot 1 februari 2008. Zodoende zijn woningcorporaties in staat bij de modelkeuze mede rekening te houden met de gevolgen die de integrale vennootschapsbelastingplicht voor hen heeft.
  • In het verlengde van het vorige punt is in geval modelkeuze 1 tevens de termijn tot oprichting van de BV en de in inbreng van het (commerciële) vastgoed in de BV verlengd. Oprichting moet geschieden vóór 1 juni 2008, terwijl de inbreng van het commercieel vastgoed uiterlijk 31 december 2008 kan plaatsvinden.
  • In een brief van de Belastingdienst aan alle woningcorporaties die VSO I hebben ondertekend en hebben gekozen voor model 1, is aangegeven dat de in de VSO getroffen regeling voor de omzetbelasting en de overdrachtsbelasting eveneens kan worden toegepast in 2008.
  • De Belastingdienst heeft in haar brief van 27 februari 2008 collectief nader uitstel voor inlevering van de schattingsformulieren vennootschapsbelasting 2006 en 2007 verleend voor zowel modelkeuze 1 als modelkeuze 2. Dit betekent dat de schattingsformulieren vóór 1 mei 2008 moeten zijn ingediend.
  • Desgevraagd wordt nader uitstel voor indiening van de aangiftebiljetten vennootschapsbelasting 2006 en 2007 verleend.
  • Aedes heeft verzocht om geen voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting 2008 vast te stellen zolang er nog geen VSO II tot stand is gekomen. Ik heb met dat verzoek ingestemd. Bedacht moet worden dat vanaf 1 juli 2008 heffingsrente zal worden berekend (thans 5,15%). Natuurlijk staat het elke woningcorporatie vrij om desalniettemin - in goede justitie - een schatting over dat jaar te doen. Verder merk ik op dat die afspraak destijds is gemaakt in de veronderstelling en met de verwachting dat de woningcorporaties en de Belastingdienst spoedig tot een VSO II zouden komen.

Voorgaande maatregelen beogen een flexibele afwerking van VSO I en een flexibele overgang naar VSO II. Dit kan tevens worden opgevat als overgangsrechtelijke maatregelen die samenhangen met het verval dan wel de opzegging van de VSO I.

Als er in de nabije toekomst zich opnieuw (andere) overgangsrechtelijke knelpunten voordoen, is de belastingdienst bereid op constructieve wijze naar oplossingen te zoeken. Ten aanzien van een dergelijke flexibele opstelling voor de afwikkeling van VSO I merk ik op dat daarmee in het bijzonder wordt gedoeld op procedurele aspecten en niet zozeer op een soepele houding ten aanzien van de belastingheffing bij woningcorporaties. Bij de afwikkeling van VSO I is de Belastingdienst vanzelfsprekend gehouden de fiscale regels correct toe te passen en daarbij niet contra legem te handelen. Daarbij zijn de feiten en omstandigheden zoals zij zich hebben voorgedaan, bepalend. Mij valt in dat verband op dat de door PWC in hoofdstuk 3 geschetste oplossingsrichtingen van haar onderzoeksrapport “Een fiscale heroverweging, naar een evenwichtige heffing voor woningcorporaties” buiten de reikwijdte vallen van een flexibele afwikkeling van VSO I. De oplossingsrichtingen lijken er mede op te zijn gericht, althans hebben in elk geval tot gevolg, dat minder vennootschapsbelasting zal zijn verschuldigd dan volgt uit een reguliere wetstoepassing.

Tijdens een gesprek met Aedes op 24 januari 2008 heeft Aedes een kort geding over het verval dan wel de opzegging van VSO I in het vooruitzicht gesteld. Ik heb tijdens dat gesprek aangegeven dat de onderhandelingen voor VSO II pas van start zullen gaan nadat de voorzieningenrechter in het kort geding heeft beslist.

Op 27 mei 2008 heeft de rechter in het kort geding geoordeeld dat het (eerste) verweer van de Staat slaagt en dat alle vorderingen van de eiser worden afgewezen.

Op 4 juni 2008 is door het Managementteam Belastingdienst een brief aan Aedes verzonden waarin is aangegeven dat het moment is aangebroken om op zeer korte termijn de mogelijkheden en de contouren van VSO II te verkennen. De Belastingdienst staat hiervoor klaar in de “startblokken”. Aedes is verzocht om aan te geven wanneer dit overleg kan starten. Daarnaast heb ik een overleg met Aedes gepland waarbij diverse onderwerpen in het woningcorporatiedossier aan de orde zullen komen.

Ik ga ervan uit dat ik u met voorgaande voldoende heb geïnformeerd naar de huidige stand van zaken voor wat betreft de afwikkeling van VSO I en de start van VSO II.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Financiën,

mr. drs. J.C. de Jager