Toespraak De Staat van de Economie

Speech Minister van Economische Zaken, Henk Kamp, tijdens de bijeenkomst over de Staat van de Economie in Den Haag, 14 februari 2013.

Dames en heren,

Ik ga er bij deze tweede staat van de economie niet omheen draaien, we zitten wederom in een dal.

Het CBS heeft zojuist de cijfers over het vierde kwartaal van 2012 toegelicht. De Nederlandse economie is voor de derde keer sinds het begin van de financieel-economische crisis in 2008 in een recessie beland.

Ik wil met u graag dóór het dal heen kijken en de staat van de Nederlandse economie opmaken.

Daarvoor zal ik achtereenvolgens ingaan op de achtergrond van de gepresenteerde cijfers, op onze uitgangspositie en op het kabinetsbeleid.

Cijfers 2012

Eerst de cijfers over het vierde kwartaal van 2012. Daarachter schuilt veel leed. Je zult maar je baan kwijtraken of het bedrijf waar je alles voor gegeven hebt failliet zien gaan. Of je inkomen zien dalen terwijl je toch al krap zit. De crisis raakt mensen hard.

En de vooruitzichten voor 2013 zijn niet gunstig.

Nederland is hierin niet uniek. Ook in de landen om ons heen verloopt het herstel na de grote klap van 2008 traag.

Vanuit macro-economisch perspectief is dat niet verwonderlijk. De internationale ervaringen laten zien dat het herstel na een financiële crisis mééstal jaren duurt. Burgers, bedrijven, banken en overheden hebben tijd nodig om de feiten onder ogen te zien en hun zaken weer op orde te krijgen.

De eerste klappen van de crisis zijn na 2008 opgevangen door de overheid, die het begrotingstekort en de staatsschuld sterk liet stijgen. Dat is onhoudbaar, die les hebben we in het verleden geleerd en anders maken de financiële markten het ons wel duidelijk!

Nu worden burgers en bedrijven direct geraakt. Vooral de bouw heeft het zwaar te verduren, met een krimp van 7% in 2012. Maar ook andere bedrijfstakken die afhankelijk zijn van de binnenlandse vraag hebben te maken met een dalende omzet. Veel bedrijven hebben er last van dat mensen minder zijn gaan consumeren.

Een belangrijke reden hiervoor is dat de reële inkomens èn de vermogens van consumenten de laatste jaren zijn aangetast. Meer mensen zijn hun baan kwijtgeraakt, lonen zijn achtergebleven bij de inflatie, pensioenen zijn verlaagd, lasten, pensioen- en zorgpremies verhoogd. Bovendien brengen veel huishoudens hun financiën op orde, door schulden af te lossen. Wat ze aflossen, geven ze ook niet uit.

Daar bovenop komt de onzekerheid over de nabije toekomst. Als mensen vrezen voor hun baan, pensioen of de waarde van hun huis, geven ze minder uit. Dit gebrek aan vertrouwen remt het herstel.

Dat zie je ook bij ondernemers. Zij zijn in deze tijd terughoudend bij nieuwe investeringen. En àls ze willen investeren, kunnen ze niet altijd het kapitaal krijgen dat ze nodig hebben.

Voorlopig zijn we nog niet uit het dal. De werkloosheid loopt nog op en de prijsdaling op de woningmarkt is nog niet gestopt.

Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen.

In Europa wordt grote vooruitgang geboekt. De schuldencrisis is nog niet voorbij, maar de Europese ingrepen hebben rust gebracht op de financiële markten. En dat is cruciaal voor Nederland, want van onze uitvoer gaat nog altijd driekwart naar andere Europese landen.

Een ander positief punt is de Nederlandse uitvoer. Die heeft de afgelopen jaren de economie gestut. En ook voor 2013 verwacht het CPB dat de uitvoer blijft groeien. Dit duidt erop dat onze bedrijven nog steeds sterk concurrerend zijn.

Maar ook binnenlands zijn voorzichtige tekenen van herstel. Grote bedrijven als ASML, Ahold en Unilever hebben goede jaarcijfers laten zien.

Het door het CBS gemeten consumentenvertrouwen is in januari licht gestegen en volgens marktonderzoeksbureau GfK is de stijgende lijn in februari doorgezet en zijn consumenten weer meer gaan uitgeven.

En de cijfers voor de uitzendbranche, die vaak gezien worden als een voorloper voor bredere economische ontwikkelingen, wijzen weer voorzichtig naar boven.

Perspectief voor de toekomst

Laten we dóór het dal heen kijken naar het perspectief voor de toekomst. Er zijn ten minste 2 redenen om met vertrouwen naar de toekomst te kijken:

  1. We hebben internationaal een goede uitgangspositie.
  2. We werken er hard aan om die positie ook voor de toekomst te behouden en uit te bouwen.

Op deze 2 punten wil ik graag dieper ingaan.

Goede uitgangspositie

Ik begin met onze uitgangspositie.

Dat die goed is, blijkt weer eens uit de jongste cijfers van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA).

Nederland oefende ook in 2012 een onverminderd grote aantrekkingskracht uit op buitenlandse bedrijven.

De NFIA haalde in 2012 voor bijna € 1 miljard aan investeringen binnen van 166 buitenlandse bedrijven.

In de afgelopen tien jaar is dit het op twee na hoogste aantal buitenlandse investeringen.

En vorig jaar waren die investeerders goed voor een record van ruim 5000 banen, waarvan de meeste hoogwaardig.

Bovendien gaat het om bedrijven met veel groeipotentie. Dames en heren, nuchter feit is dat Nederland een van de welvarendste landen ter wereld is.

In de Europese Unie hoeven we alleen het kleine en bijzondere Luxemburg voor te laten gaan.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste Nederlanders tevreden zijn. Uit een onderzoek van enkele jaren geleden bleek zelfs dat er geen land ter wereld is waar de jongeren tevredener zijn dan in Nederland.

Onze ouderen zijn over het algemeen vermogend en ons pensioenstelsel behoort tot de besten van de wereld. In veel landen moeten de jongeren de pensioenen opbrengen van de ouderen; wij hebben gespaard voor onze oude dag. Daar doen de pensioenverlagingen, hoe pijnlijk ook, niets aan af.

En niet alleen onze welvaart is hoog, ook de fundamenten voor behoud en verdere groei zijn gelegd.

In 3 jaar tijd is Nederland van de tiende naar de vijfde plaats gestegen op de ranglijst van het World Economic Forum van meest concurrerende economieën.

Nederlandse universiteiten scoren hoog in gerenommeerde ranglijsten als de Times Higher Education Supplement. Brainport Eindhoven is één van de slimste regio’s ter wereld. En we hebben een uitstekende infrastructuur. Schiphol verbindt Nederland rechtstreeks met de hele wereld. De Tweede Maasvlakte ontvangt de grootste schepen ter wereld.

We hebben dichte en hoogwaardige netwerken voor gas, elektriciteit en supersnel internet.

Dankzij onze concurrentiekracht, goede infrastructuur en ondernemingsklimaat, is onze positie als Poort van Europa onomstreden.

Ook de wederuitvoer blijft een sterke groeimotor.

We verdienen hier weliswaar beduidend minder aan dan aan de binnenlands geproduceerde uitvoer, maar toch moet de bijdrage van de wederuitvoer niet onderschat worden.

We verdienen er jaarlijks meer dan € 15 miljard  – oftewel 2,5% van ons bruto binnenlands product – en dit bedrag groeit nog elk jaar.

Ten slotte staan onze bestuurlijke verhoudingen internationaal hoog aangeschreven, ook dat is van groot belang.

Op internationale lijstjes scoort de Nederlandse overheid qua integriteit en effectiviteit steevast in de hoogste regionen.

Dat geldt ook voor de kwaliteit van onze publieke dienstverlening.

Ons poldermodel is vermaard.

We leven in Nederland in een high trust samenleving; vergeleken met andere landen hebben we een groot vertrouwen in elkaar en in onze instituties.

Kortom, Nederland is een buitengewoon welvarend land met goede fundamenten.

Uitgangspositie behouden en uitbouwen

Dames en heren,

Met dezelfde kracht als we deze goede uitgangspositie hebben opgebouwd, werken we nu aan het behouden en uitbouwen ervan.

Voor groei is ook perspectief en investeringszekerheid nodig. Noodzakelijk daarvoor is een consistent en consequent overheidsbeleid, met een visie op waar we naar toe gaan.

Met overtuiging werk ik met mijn liberale en sociaal-democratische collega’s in het kabinet daarom aan hervormingen die ons ook voor de toekomst verzekeren van een goed werkende economie. Wij staan daarbij niet alleen, in de Nederlandse politieke verhoudingen is als het er op aan komt ook met de oppositie zaken te doen.

De beste weg naar duurzame groei is structurele versterking van de Nederlandse economie.

Dat levert ons dit jaar waarschijnlijk geen groei op, maar zorgt ervoor dat we voor de komende decennia onze uitgangspositie versterken. En dat we er in de eerstkomende jaren optimaal van kunnen gaan profiteren als de wereldeconomie weer aantrekt.

Het kabinet zet daarom in op een beleid dat zorgt voor structureel meer banen, innovatie en welvaart.

We doen dat door bezuinigingen en lastenverhogingen niet vooruit te schuiven, maar nu de overheidsfinanciën op orde te brengen.

Zo maken we die houdbaar en verzekeren we ook onze kinderen van goede zorg, hoogwaardig onderwijs en een behoorlijk sociaal vangnet.

Tegelijkertijd voeren we belangrijke economische hervormingen door.

We moderniseren verouderde instituties op de woningmarkt, de arbeidsmarkt en in de zorg en we ondersteunen innoverende bedrijven in hun samenwerking met de wetenschappelijke onderzoekers.

Verouderde instituties beperken het vermogen van de economie om te groeien.

Een slecht functionerende woningmarkt remt de arbeidsmobiliteit.

Te hoge hypotheekschulden zijn uiteindelijk niet houdbaar.

En de stijgende zorguitgaven drijven de loonkosten op en tasten zo de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven aan.

Dat pakken we dus aan.

Neem de hervormingen op de woningmarkt.

Aflossen wordt voor huiseigenaren weer de norm.

Het verkleint de financiële risico's voor huishoudens en maakt de kans op financiële schokken in de toekomst kleiner.

Ook het optrekken van de AOW-leeftijd is een noodzakelijke modernisering van onze instituties.

Door de pensioenleeftijd in lijn te brengen met de stijgende levensverwachting, verbetert niet allen de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, maar ook de arbeidsparticipatie.

Dat is cruciaal gelet op de vergrijzing.

Zo beschikken bedrijven in de toekomst over meer mensen en daarmee over groeimogelijkheden.

Het kabinet kijkt ook naar de dienstverlening van semi-publieke sectoren als onderwijs, zorg, woningcorporaties en het openbaar vervoer. Dienstverlening die ertoe bijdraagt dat Nederland een prettige plek blijft om te wonen, werken en investeren.

Om de prestaties van deze sectoren te verbeteren zullen we niet alleen het toezicht -de spelregels- moeten versterken maar ook de ordening -het speelveld- moeten bezien.

Om het belang van deze opgave te onderstrepen heeft het kabinet de Ministeriële Commissie Vernieuwing Publieke Belangen opgezet.

Ten slotte stimuleert het kabinet ook de innovatie, de drijvende kracht achter economische groei op langere termijn.

We strooien niet met subsidies, maar versterken de samenwerking tussen onderzoekers, ondernemers en onderwijs. Als er iets is waar ik als nuchtere Twentenaar enthousiast over kan worden, dan is het dit wel.

Daarmee voorkomen we dat kennis op de plank blijft liggen en stimuleren we het ontwikkelen van nieuwe kennis.

Ook het ‘unitaire octrooi’ dat vanaf 2014 ingaat voor de hele Europese Unie, zal de innovatie stimuleren. Innovatieve bedrijven die in Europa een octrooi willen aanvragen, hoeven dit dan niet meer in elke lidstaat afzonderlijke te doen. Voor geen land in Europa is dat zo belangrijk als voor Nederland.

De kabinetsplannen zorgen voor zowel een beter werkende economie als voor gezonde overheidsfinanciën.

In totaal levert het 50.000 banen op en verbetert het de houdbaarheid van de overheidsfinanciën structureel met niet minder dan 15 miljard euro.

Zo wordt een buffer voor de toekomst gecreëerd.

Zo zorgen we ervoor dat Nederland zijn goede uitgangspositie in de toekomst behoudt en verder uitbouwt.

Dames en heren, wat betekent dit voor de korte termijn?

Het is waar dat ombuigingen en hervormingen die zo noodzakelijk zijn voor onze welvaart op de langere termijn, op de korte termijn de groei kunnen afremmen.

Maar zo behouden we ook in deze tijd het vertrouwen van de financiële markten, waardoor de overheid tegen een lage rente kan lenen en de staatsschuld minder hard groeit. Van die lage rente profiteren ook de bedrijven!

Ik ga hier geen hoge groeicijfers voorspiegelen voor 2013.

Maar de maatregelen die het kabinet neemt, brengen een duurzaam herstel wel dichterbij.

Het realiseren van dat herstel is een gezamenlijke opgave.

Op veel vlakken zie ik daar goede voorbeelden van.

De Sociaal Economische Raad toont nieuw elan met het initiatief om tot een nationaal energieakkoord te komen. Een akkoord tussen partijen als natuurorganisaties, de bouwsector, de energiesector en de industrie levert een bijdrage aan de overgang naar een duurzamere economie.

We gaan ook dóór met de Green Deals waarmee we bedrijven, burgers, organisaties en overheden helpen bij het realiseren van initiatieven voor groene groei.

Daar zijn er nu bijna 150 van. De meest succesvolle willen we uitbreiden.

Een mooi voorbeeld is de Green Deal met de partijen van het Rotterdamse Climate Initiative – gemeente, haven, milieudienst en bedrijven. Zij willen de CO2-uitstoot tot 2025 halveren. Door meer elektrisch vervoer. Beter gebruik van restenergie, Meer inzet op biomassa. Betere isolatie van gebouwen. Meer productie van windenergie. Een klimaatneutrale wijk. En door 2.000 MKB-bedrijven te helpen bij energiebesparing.

Bij de gezamenlijke inzet kunnen we ook denken aan de institutionele beleggers. Met hen ben ik aan het verkennen welke rol de Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars kunnen spelen bij de financiering van hypotheken en bij investeringen die de Nederlandse economie kunnen versterken.

Samen met werkgevers, het onderwijs en de vakbeweging gaan we dit voorjaar een Techniekpact sluiten. Hiermee willen we het oplopende tekort aan technici tegengaan en de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector blijvend versterken.

Net als al mijn medewerkers op het Ministerie van Economische Zaken kijk ik natuurlijk speciaal naar de ondernemers. Uiteindelijk zijn zij het die kansen pakken en zorgen voor economische groei. Daarbij willen ze niet gehinderd worden door onnodige regels of onzekere financiering.

Ik wil ze de ruimte geven en daarom zet ik me in om de randvoorwaarden te scheppen waaronder ondernemers weer kunnen groeien.

Daarom stimuleer ik dat ondernemers beter toegang krijgen tot kapitaal.

Met garantieregelingen voor MKB’ers en voor grote bedrijven.

Door Qredits de mogelijkheid te geven om leningen tot 150.000 euro te verstrekken.

Door te zorgen voor meer risicokapitaal via het Innovatiefonds MKB+.

Door te zoeken naar een logische koppeling tussen de besparingen van pensioenfondsen en de financieringsbehoefte van bedrijven.

Door alternatieve financieringsvormen te ondersteunen zoals kredietunies, crowdfunding en obligaties voor het MKB.

En door samen op te trekken met de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds, die meer willen en kunnen investeren in innovatie, groei en banen in Nederland.

Ter verdere versterking van het ondernemingsklimaat zet ik ook met kracht in op het verlagen van de regeldruk.

Sinds eind 2010 zijn de lasten voor bedrijven al met bijna een miljard gedaald. Dankzij maatregelen als de vereenvoudiging van de regels voor de besloten vennootschap en de invoering van de Europese standaard voor e-factureren.

In totaal gaan we in deze kabinetsperiode de lastendruk met nog eens 2,5 miljard euro extra terugdringen.

Bijvoorbeeld door invoering van het Ondernemingsdossier.

Dat zorgt ervoor dat ondernemers gegevens nog maar één keer online in hun digitale dossier hoeven te zetten, en die vervolgens bij elk contact met de overheid kunnen hergebruiken – of het nu gaat om een vergunningaanvraag, een belastingaangifte of een inspectie.

Eind 2016 moet een kritische massa van 80.000 bedrijven zo’n Ondernemingsdossier hebben.

Met de ambitie om de jaren daarna alle ondernemers die veel zaken met de overheid doen, te bereiken.

Dat levert deze ondernemers naar schatting een verlaging van de kosten om aan regels te voldoen op van minimaal 15%.

Slot

Dames en heren, ik sluit af.

Onze economie zit in een dal, dat valt niet te ontkennen.

Het kabinet ziet de oorzaken onder ogen en pakt aan wat aangepakt kan worden.

Dat doen we door belangrijke hervormingen niet voor ons uit te schuiven.

Door de overheidsfinanciën ook voor de lange termijn op orde te brengen.

En door de voorwaarden te scheppen waaronder bedrijven en consumenten weer gaan investeren en uitgeven.

Met dezelfde kracht waarmee we onze goede uitgangspositie hebben opgebouwd, werken we nu aan het behouden en uitbouwen daarvan.

De koers is uitgezet en daar houden we aan vast. Samen met ondernemers, onderzoekers, medeoverheden, sociale partners, samen met u dus.

Dank voor uw aandacht.