Speech van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Wilma Mansveld, bij het 15-jarig bestaan van Milieu Centraal, Utrecht, 17 juni 2013

‘Wat mij betreft gaat heel Nederland duurzaam doen’. Dat zei staatssecretaris Wilma Mansveld bij het vijftienjarig bestaan van Milieu Centraal. ‘We maken Nederland duurzamer door zoveel mogelijk gebruik te maken van enthousiaste doeners. Die groep wil ik de komende jaren zien groeien. De komende tijd werk ik aan een strategie om hier nog meer winst in te halen, op het gebied van voedsel, kleding, afval en mobiliteit. Per sector verschillen de partners en de wijze waarop we gaan werken. Maar ik wil altijd zo concreet mogelijk zijn: wat leggen winkeliers in hun winkel en waarom? Met vijf kledingbedrijven ben ik al in gesprek om verschillende manieren van communiceren over duurzaamheid te testen. En wat staat er op de menukaart van je café of bedrijfsrestaurant? Natuurlijk vind ik dan dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven. Daarom gaat mijn ministerie de komende jaren de eigen CO2-uitstoot met een kwart terugdringen. Dat gaan we doen door consequent duurzaam in te kopen, te kiezen voor schoner vervoer en door zoveel mogelijk energie te besparen. En we beginnen met een proef met duurzamer voedsel in de bedrijfsrestaurants van de Rijksoverheid zelf.’

Dames en heren,

allereerst wil ik natuurlijk de jarige van harte feliciteren.
En ik wil u complimenteren met de manier waarop u al 15 jaar betrouwbare en praktische informatie verspreidt.
U bent een belangrijke gids voor ontzettend veel Nederlanders die actief bezig zijn met duurzaamheid:

Dankzij uw keurmerkenwijzer zien we snel wat een keurmerk betekent en hoe die wordt gecontroleerd.
Dankzij uw Afvalscheidingswijzer weten we in één oogopslag wat in welke bak moet.
En dankzij de CO2-vergelijker zien we bij elke reis het verschil in CO2-uitstoot tussen de trein en de auto.

U bent in die 15 jaar ook nog eens flink met de tijd meegegaan.
Gaat u maar na:
Er was in 1998 nog geen Facebook.
En als ik u toen had uitgelegd dat we dit jaar bijna allemaal een smart phone boordevol handige apps – waaronder die van Milieu Centraal -  zouden hebben, had u me waarschijnlijk meewarig aangekeken.

Deze vernieuwingen hebben ook grote invloed gehad op relaties tussen mensen, bedrijven en overheden.
Contacten zijn sneller en laagdrempeliger geworden.
En daardoor ook veel intenser.

Die verandering is wel eens wennen, zeker in de politiek.
Maar dat is de ene kant van de medaille.
Ik benadruk vandaag graag de andere kant: de enorme kansen die het biedt.
Kansen om elkaar te informeren, te inspireren en een duwtje in de juiste richting te geven.

Dat is tegelijk ook mijn belangrijkste boodschap vanmiddag:
er liggen kansen te over om te stimuleren dat mensen duurzaam gaan handelen.
Wat mij betreft gaat heel Nederland  duurzaam doen.

Gelukkig steken overal in Nederland al kleine en grote duurzame initiatieven de kop op.
Van lokale duurzame energie in Groningen of op Texel.
Tot duurzame stadslandbouw in Rotterdam, Utrecht of Almere.

En ook in ons koopgedrag zie ik een verandering:
Duurzame winkelketens als Ekoplaza en Marqt groeien flink.
En vorig jaar hebben we met z’n allen een kwart meer geld besteed aan duurzaam eten.[1]

We zijn dus bereid om in de buidel te tasten voor eten met een keurmerk voor eerlijke handel, diervriendelijkheid of biologische teelt.
Dat is goed nieuws, al brengen we daarmee de milieudruk niet direct omlaag.

Ik zie ook een goede ontwikkeling op het gebied van duurzame energie.
We zijn ook vaker bereid om in de buidel te tasten voor bijvoorbeeld zonnepanelen.

Maar dan moet er wel een duidelijke financieel voordeel zijn.
En de investering moet in een redelijke termijn terug te verdienen zijn.
Dat geldt ook voor mij.
Ik zag de voordelen van zonnepanelen in, toen ik bij mijn buren zag wat de winst was.
En ik ben er nog steeds razend enthousiast over.

Misschien lijkt het erop dat de overheid steeds vaker verdwijnt uit dit speelveld.
En eerlijk gezegd is de rol van de overheid ook flink veranderd.
Ik zal daar zo meteen op terugkomen.

Wij mensen worden met z’n allen steeds mondiger en daarmee onafhankelijker van overheden.
En we organiseren ons makkelijker en sneller.

De mogelijkheden die onze smartphones bieden, is daarvan een mooi bewijs.
We hebben met één snelle swipe contact met wie dan ook.
En via crowdfunding financieren we onze ideeën ook nog eens vliegensvlug.

Kortom, Nederland is anno 2013 een doe-het-zelfland.
Iedereen ervaart inmiddels dat een betere, duurzame wereld bij jezelf begint.
Bij je eigen portemonnee.
En in je eigen buurt.

Ik ben ervan overtuigd dat deze geweldige ontwikkeling de komende jaren blijft doorzetten.
Het zal niet altijd zonder slag of stoot gaan.
Soms gaan we twee stappen vooruit en een stap terug.

Maar ik geloof ook dat het onvermijdelijk is.
Nederland wordt alleen duurzamer als het initiatief ook echt van onderop komt.
Bij gewone mensen in hun eigen buurt.
Bij ondernemers in kleine en grote bedrijven.
Het Engels heeft daar een veel mooiere term voor: een grassroots movement.

Misschien vraagt u zich dan af wat mijn rol daarin is.
Dat zal ik u zeggen.
Ik zet mijn leiderschap in om al die duurzame doeners te verbinden en te enthousiasmeren.

Daarmee wil ik grotere en kleinere krachten bundelen tot een sterke beweging van consumenten en bedrijven.
Een beweging die producenten en overheden – dus ook mij – beïnvloedt en in de juiste, duurzame richting stuurt.

Daarom wil ik concrete initiatieven zichtbaar te maken door ze op een voetstuk te zetten.
Door concrete successen, klein en groot, te vieren.
En door belemmeringen weg te nemen en vernieuwing aan te jagen.
En ik wil daarbij vooral dat de overheid het goede voorbeeld geeft.

Mijn stip op de horizon is een samenleving waar iedereen zo duurzaam mogelijk koopt, gebruikt en hergebruikt.

Dat vraagt echter wel om twee belangrijke randvoorwaarden:
Om goede informatie en om kennis van menselijk gedrag.

Ten eerste goede informatie.
Die is belangrijk om bewuste keuzes te maken.
En daarvoor bent u er, als een essentiële bron van betrouwbare en vooral praktische informatie.

Ten tweede vraagt het om kennis van menselijk gedrag.
Zodat we de juiste manieren kunnen inzetten om mensen te bewegen duurzaam te kiezen. 

Natuurlijk kom ik niet met een wet die iedereen verplicht om alleen maar biologisch te eten of t-shirts van hergebruikt katoen te kopen.
Dat is gelukkig ook helemaal niet nodig.
Maar ik wil wel de keuzes zichtbaarder maken.

U en ik maken namelijk de meeste van onze keuzes onbewust.
Dus om mensen te verleiden om voor duurzaam te kiezen, hebben we inzichten uit de gedragswetenschappen nodig.
Door die inzichten samen met producenten en winkeliers in te zetten, geven we consumenten een duwtje in de juiste richting.

En daarmee kunnen we individuele initiatieven laten uitgroeien tot een massale beweging van krachtige, mondige consumenten.
Ik wil de komende jaren focussen op een paar terreinen waarop we echt zichtbaar resultaat kunnen boeken.
Dat zijn voedsel, kleding, afval en mobiliteit.

De komende tijd werk ik aan een strategie om hier nog meer winst in te halen.
Per sector verschillen de partners en de wijze waarop we hieraan gaan werken.

Maar ik wil altijd zo concreet mogelijk zijn:
wat leggen winkeliers in hun winkel en waarom?
Met vijf kledingbedrijven ben ik al in gesprek om verschillende manieren van communiceren over duurzaamheid te testen.
En wat staat er op de menukaart van je café of bedrijfsrestaurant?
Kortom, het gaat bij mij altijd om duurzaam doen.

Natuurlijk vind ik dan dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven.
Daarom gaat mijn ministerie de komende jaren de eigen CO2-uitstoot met een kwart terugdringen.
Dat gaan we doen door consequent duurzaam in te kopen, te kiezen voor schoner vervoer en door zoveel mogelijk energie te besparen.
En we beginnen met een proefproject met duurzamer voedsel in de bedrijfsrestaurants van de Rijksoverheid zelf.

Daarnaast wil ik de komende jaren ambitieus klimaatbeleid ontwikkelen.
En duurzame mobiliteit stimuleren.

En ik wil zorgen voor zo min mogelijk afval.
Ik wil ‘van Afval naar Grondstof’.
Dan denk ik aan betere afvalscheiding en –inzameling en aan meer hergebruik.
Daarmee werken we toe naar een circulaire economie:
Een economie waarin afval niet meer bestaat, maar altijd gebruikt kan worden als grondstof voor nieuwe producten.

Dames en heren,

we maken Nederland duurzamer door zoveel mogelijk gebruik te maken van enthousiaste doeners.
Die groep wil ik de komende jaren zien groeien.

Mensen die energieslurpende of grondstoffen verslindende producten mijden.
Mensen die kiezen voor duurzame kleding, duurzaam eten of duurzame mobiliteit.
Bewust of onbewust.
En maatschappelijke partners met wie we consumenten – en dus ook onszelf – kunnen bewegen tot steeds duurzamer gedrag.

Voor hen en voor al die anderen die nog twijfelen of niet precies weten waar ze moeten beginnen, bent u er ook.
Als vraagbaak en als onafhankelijk kenniscentrum.

Uw uitdaging blijft om zoveel mogelijk kennis te verspreiden en daarmee mensen te informeren, stimuleren en inspireren.
En ik ben blij dat u in diverse projecten concrete samenwerking zoekt met een heleboel verschillende partijen.

Blijf dus die onmisbare informatie en die geweldig handige apps over verspreiden!
Laten we er samen voor zorgen dat Nederlandse smartphones er de komende jaren bomvol mee staan!

Dank u wel.


[1] Bron: Monitor Duurzaam Voedsel 2012, Ministerie van EZ en bericht op NOS.nl, 11 juni.