Toespraak bij de ontvangst van het visiedocument ‘Coach, cure en Care’ van de Jonge Orde.

Minister Schippers: ‘Het draait om keuzes’

‘Maak ruimte voor vernieuwing, zodat de zorg klaar is voor de toekomst’. Dat zei minister Schippers van Volksgezondheid bij de ontvangst van het visiedocument ‘Coach, cure en care’ van de Jonge Orde, op 8 oktober 2013 in Den Haag.

Beste mensen,

Allereerst bedankt voor dit visiedocument. Ik zal het met veel interesse lezen! Ik vind het ook echt leuk om hier te zijn. Want ik zie en ik hoor dat u – de zorgverleners van de toekomst – op een inspirerende manier bezig bent met die toekomst.

Ik vind het ook wel wat zeggen dat we elkaar ontmoeten in de Glazen Zaal, hier in Den Haag. Overdag valt het licht hier ongehinderd naar binnen. Precies zoals het in de zorg ook moet zijn. Helder en transparant.

Er gaat nogal wat veranderen in de zorg en u gaat het allemaal meemaken. Het wordt nooit meer zoals vroeger. En natuurlijk vraag ik me wel eens af: is de sector daar wel klaar voor? Maar als ik hier zo om me heen kijk, dan denk ik: u in elk geval wél!

Dat blijkt ook uit de titel van dit visiedocument: coach, cure en care. Ik leid daaruit af dat u niet in schotten denkt, dat u wilt samenwerken met andere disciplines. En u heeft dat ook meteen in de praktijk gebracht. Want deze visie is door jonge medisch specialisten samen met aankomende huisartsen, jonge apothekers en ziekenhuisapothekers op papier gezet.

Dat is niet alleen heel verfrissend; het is ook precies de kant die we op moeten. Daar vraagt de nieuwe werkelijkheid om. Een werkelijkheid waarin blijvend minder groei van de zorgkosten mogelijk zal zijn. Dat is echt een breuk met het verleden.

En minder groei betekent keuzes maken. Welke zorg is medisch noodzakelijk en welke niet? Wat is gepast gebruik van zorg?

En u zit daarbij aan de knoppen. En dat het is niet makkelijk. Want ook de patiënt is voorgoed veranderd. 66 procent van de Nederlanders zoekt op internet naar informatie over behandelingen. En met de uitkomsten staan ze bij u in de spreekkamer.

En dan moet u het gesprek aangaan over gepast gebruik, waarbij u ook de kosten in het achterhoofd houdt. Het is dus niet: u vraagt wij draaien.

En waarom is dit nu zo essentieel? U weet het vast nog: de opgave in het regeerakkoord was: 1,5 miljard uit het basispakket. Dat klinkt abstract, maar als ik u zeg dat de behandeling van bijvoorbeeld onvruchtbaarheid 93, 2 miljoen euro per jaar kost aan medisch-specialistische zorg.

Oorpijn: 123,8 miljoen,  luchtweginfecties: 94,5 miljoen.

Dat hebben we niet gedaan.

In plaats daarvan zullen artsen en apothekers veel scherper moeten kijken wat nu echt medisch noodzakelijk is. Dat vraagt wel om professonaliteit en daar spreek ik u ook op aan. Want artsen hebben die rol nu ook al. Wat maakt dat ze die nu wél oppakken.

Medisch specialisten en patiëntenorganisaties hebben deze veel inhoudelijkere, veel betere weg gewezen. Zodat pakketmaatregelen niet nodig waren. Dat schept natuurlijk wél verplichtingen.

Als u dat voor elkaar krijgt, dan besparen we daarmee 1,2 miljard en hoeven we voorlopig geen discussies meer te voeren over het basispakket. Dan is de patiënt dus beter af!

Maar als het niet lukt… Als we opnieuw zien dat medische noodzaak een zeer rekbaar begrip is, dan zal het niet lang duren voordat drastische pakketmaatregelen onontkoombaar zijn. U maakt hierin dus het verschil! De keuze is aan u.

Maar de keuzes waar u voor staat, gaan niet alleen over medische noodzaak. Ze gaan ook over kwaliteit en openheid: hoe goed bent u eigenlijk in wat u doet? Kunt u een goede borstkankerbehandeling bieden als u daarvoor eigenlijk te weinig ervaring heeft? Of kunt u dat beter aan anderen overlaten?

Denk daarbij eens aan uw moeder, uw zus, uw partner. Zou u haar zelf opereren? Naar uw eigen ziekenhuis doorverwijzen? Of verwijst u liever naar een collega elders, die het eigenlijk veel beter kan, die meer ervaring heeft. Als u het laatste denkt, stop dan met deze behandeling. Of ga in een ziekenhuis werken waar u als specialist wél in het goede team werkt.

En als ik dat zeg, dan krijg ik vaak te horen: zie je wel, de minister wil alleen maar concentratie van zorg. Ze heeft iets tegen kleine ziekenhuizen!

Maar dat is echt een misverstand. We hebben streekziekenhuizen juist heel hard nodig, nu en in de toekomst. Juist door de toename van het aantal chronisch zieken zijn streekziekenhuizen, als expert in basis medisch-specialistische zorg keihard nodig. Maar zij moeten dan wel samenwerken met de eerste en anderhalve lijn. Daar liggen voor deze ziekenhuizen grote kansen.

Want de nieuwe werkelijkheid is ook dat mensen vaak verschillende aandoeningen tegelijk hebben, waarmee ze toch gewoon oud kunnen worden. Gelukkig maar! We investeren daar veel geld in en dat doen we heel graag. Dat wordt nog wel eens vergeten bij alle discussies over de kosten.

Maar in 2025 gaat het om de helft van de bevolking! Mensen die diabetes hebben én een hartkwaal én artrose bijvoorbeeld. Aandoeningen die grotendeels in de buurt behandeld kunnen worden, door de huisarts, in samenwerking met de apotheker, de wijkverpleegkundige, gespecialiseerd verpleegkundigen, in een keten, met de medisch specialistische zorg.

En dan moet je goed kijken: wie doet wat, en wie heeft de regie? Heel belangrijk dat er dan ook gekeken wordt naar therapietrouw. En of mensen alle medicijnen die ze gebruiken nog steeds nodig hebben. En – heel belangrijk – hoe de kwaliteit van leven van mensen is. Staat dat nog wel centraal? Of is ieder met z’n eigen specialisme bezig, terwijl er niemand is die nog naar het grotere plaatje kijkt: wat heeft de patiënt eigenlijk nodig?

En ik heb gehoord dat u daarom ook voorstander bent van een veel bredere generalistische basis bij de opleidingen geneeskunde en farmacie. Juist om die samenhangende zorg rondom patiënten goed te kunnen organiseren. Ik vind dat een geweldige gedachte!

Wat niet wil zeggen dat u ooit bent uitgeleerd. Bij- en nascholing wordt steeds belangrijker om mensen steeds de beste zorg te kunnen geven. Ook omdat de technologische ontwikkelingen razendsnel gaan.

En die innovatie biedt heel veel kansen om met minder groei toch zorg van hoge kwaliteit te kunnen blijven leveren. En dan heb ik het niet over de nieuwste medische apparatuur – daar zit het meestal wel snor mee. En die kost juist heel veel geld. Nee, ik heb het vooral over procesinnovatie en e-health. Dat biedt kansen die we tot nog toe nog te veel hebben laten liggen. Althans, in de zorg.

Want bij mensen thuis is die innovatieslag wél volop bezig. We hebben in Nederland de hoogste dichtheid aan internetaansluitingen van heel de wereld. We doen onze boodschappen on line, boeken zelf onze vakanties. In plaats van cd’s kopen we alleen nog de toegang tot muziek, via Spotify. Maar als mijn kind ’s nachts ineens vlekjes heeft en ik wil die even aan mijn arts laten zien, via de webcam of door en fotootje te mailen, dan kan dat niet. Dan moet ik bij nacht en ontij in de auto stappen. Dat kan natuurlijk niet zo blijven.

Er is zoveel meer mogelijk dan we nu doen.

Revalidatie aan huis met behulp van robots. Wearable technology: dat zijn sensoren in kleding en in het lichaam die real time data doorgeven aan zorgverleners. Sensoren in vloeren, die een waarschuwing geven als iemand valt, het kan allemaal al. Stelt u zich eens voor hoeveel vrijheid dit mensen kan geven? Hoeveel kosten dit bespaart? En hoeveel arbeidskrachten? Eigenlijk een drie-in-één-oplossing!

Ik heb het vermoeden dat u dit ook echt gaat oppakken. Omdat mensen dat willen. En om de zorg beter te maken, zonder dat de kosten oplopen. Dat verwacht ik ook van u. Geen koudwatervrees, maar ruimte maken voor vernieuwing. Zodat de zorg klaar is voor de toekomst.

Ik ben benieuwd, en ik zal uw gezamenlijke rapport met veel interesse lezen! Ik wens u alle succes toe!

-0-0-0-