Toespraak van de Commandant der Strijdkrachten, Generaal T. A. Middendorp, bij de bijeenkomst 'Het draagvlak voor de krijgsmacht anno 2014: Welke strategieën tot behoud en verbreding ervan?'

Toespraak van de Commandant der Strijdkrachten, Generaal T. A. Middendorp, ter gelegenheid van de bijeenkomst 'Het draagvlak voor de krijgsmacht anno 2014: Welke strategieën tot behoud en verbreding ervan?' in Sociëteit de Witte, op 15 september 2014 te Den Haag.

Let op: Alleen gesproken woord geldt!

Dames en heren,

Waarom doen militairen het allemaal? Waarom doe ik het allemaal? Daar dacht ik aan toen ik deze ochtend terug kwam uit Londen.

Ik was dit weekend bij de Invictus Games, zeg maar de Paralympics voor militairen. En ik sprak daar met Jaaike Brandsma, een van onze Nederlandse deelnemers.

U kent haar misschien wel. Jaaike raakte in 2007 zwaargewond bij een bomaanslag in Afghanistan en verloor een been. Haar hele leven stond toen op z'n kop.

Maar wat Jaaike zo bijzonder maakt is dat ze niet bij de pakken neer is gaan zitten. Jaaike begon een nieuwe strijd. Ze revalideerde. Ook initieerde ze de vereniging “De gewonde Soldaat”, waar ze nu voorzitter van is.

En Jaaike heeft net in Londen een gouden medaille gehaald bij het onderdeel kogelstoten. Hier ziet u haar.

[Foto: Jaaike Brandsma met gouden medaille]

Ik stelde Jaaike nog de klassieke sportvraag: 'Wat ging er door je heen?'Maar deze foto zegt genoeg denk ik.

Dames en heren, ik vertel u dit omdat ik geweldig trots ben op deze jonge vrouw. Zij stelde in opdracht van de regering haar leven in de waagschaal. In een land waar 24 collega’s van haar om het leven kwamen...

Toch heeft ze een positieve draai weten te geven aan haar leven. Jaaike staat voor de veerkracht en de vechtlust van onze gewonde militairen.

En dat geldt voor alle deelnemers aan de Invictus Games! Hier ziet u hen: ons Nederlandse team.

[Foto: gewonde militairen in Londen ]

Deze mannen en vrouwen zijn allemaal gewond geraakt. Fysiek. Of mentaal. En net als Jaaike hebben zij hun handicap overwonnen, zetten ze door en geven niet op. Sterker nog: ze bedrijven topsport!

Daar kan ik alleen maar ontzettend veel waardering en respect voor hebben.

Deze mannen en vrouwen laten ons voelen wat dienen betekent. Ons dienen gaat om het beschermen van uw vrijheden, uw rechten en uw welvaart. De vrijheid om uw mening te uiten, het recht op zorg en onderwijs, de mogelijkheid om je eigen koers te bepalen en te gaan en staan waar je wilt. Dat dienen houdt 's avonds om vijf uur niet op, maar gaat dag en nacht, en zeven dagen per week door. Met het risico gewond te raken of zelfs te sneuvelen.

Dat doen we voor u, voor onze samenleving. Daar doen militairen het voor! Niet iedereen in Nederland realiseert zich dat altijd…

Alhoewel daar nu wel verandering in lijkt te komen. We hebben het onderzocht. We zijn de straat opgegaan, en hebben mensen gevraagd waarom zij denken dat ons land een krijgsmacht heeft. Ik laat u graag het resultaat zien…

[Filmpje ‘Straatinterviews’ wordt getoond]

Dames en heren, 35 jaar geleden startte ik op de Koninklijke Militaire Academie in een ander klimaat. Het was de periode van de Koude Oorlog en het sentiment ten aanzien van de krijgsmacht was echt anders.

Ook de afgelopen twintig jaar stonden vooral in het teken van het innen van het vredesdividend.

Mensen zeiden:

'Besteed het geld maar aan goed onderwijs. Aan gezondheidszorg.'

'Veiligheid? Laat ze daar in het verre oosten het lekker zelf uitzoeken.'

Nog geen anderhalf jaar geleden maakten we ook een filmpje met straatinterviews, en toen hoorden we uitspraken als: 'Wat mij betreft wordt er zoveel mogelijk bezuinigd. Als je ziet dat we hier voedselbanken hebben, waarom dan investeren in Defensie?' Of: 'Die nieuwe straaljagers die aangeschaft worden, daar kan ik zó verschrikkelijk boos om worden.' Kortom, heel andere geluiden.

De mensen die wij nu spraken zien het belang van het hebben van een krijgsmacht wel in. Zoals een jongen zei: 'Als je ziet wat er gebeurt in de wereld, dan ben je blij dat ze er zijn.'

En, ook niet onbelangrijk: bijna iedereen op straat vond dat er meer geld bij moet.OK, de bedragen verschilden nogal. De één vond 1 miljoen wel voldoende, de ander dacht juist aan 5 miljard, maar bijna iedereen was het erover eens: Nederland moet investeren in haar veiligheid!

Om de stroopwafelman maar te citeren: 'Je moet gewoon investeren. In straaljagers, dingen waar je wat aan hebt.'

Onze landgenoten realiseren zich in toenemende mate dat vrijheid niet gratis is. Zij zien de krijgsmacht steeds minder als een kostenpost en steeds meer als een investering. Een investering in vrijheid, veiligheid en behoud van welvaart.

Waarom? Omdat we met de neus op de feiten worden gedrukt.

Aan de randen van Europa woeden crises. Van Libië tot Oekraïne wordt gevochten, worden staten ondermijnd, slaan miljoenen mensen op de vlucht. Het is niet langer de ver-van-mijn-bed show. Het raakt je buren, je vrienden op de sportclub, je stadsgenoten. Het raakt ons allemaal.

Zo leefde heel Nederland mee met de getroffenen van de ramp met de MH17. Veiligheid, zo blijkt nu wel heel duidelijk, is niet vanzelfsprekend. En komt zeker ook niet automatisch.

Uit reguliere monitoronderzoeken die we laten uitvoeren, blijkt dat de steun voor de inzet van Defensie in het buitenland stijgt naar een recordhoogte van zestig procent. In alle lagen van de bevolking. En uit onderzoek van TNS/NIPO, in opdracht van de Atlantische Commissie, blijkt dat driekwart van de Nederlanders, van mening is dat het Nederlandse lidmaatschap van de NAVO van tamelijk tot zeer groot belang is voor onze veiligheid.

Bijna de helft van de bevolking vindt dat er nu zo’n vijf miljard bij moet om aan de twee procentnorm te kunnen voldoen. Er is dus iets aan het veranderen in Nederland. Heel veel mensen voelen de noodzaak van Defensie. Een trendbreuk.

En ik zie u denken: 'Mooi toch?'

'Defensie is nu eens niet de sluitpost van een begroting; de plek waar je nog wel een miljard weg kunt halen zonder dat het veel protest oplevert.'

Geloof mij, ik ben ook de laatste die hierover klaagt. Maar ik heb er ook een wat ongemakkelijk gevoel bij. Moeten we afhankelijk willen zijn van plotselinge conflicten, die de noodzaak van een krijgsmacht opeens voelbaar maken? Zijn het dagkoersen die bepalen wat we over hebben voor onze veiligheid? Maakt dat ons land juist niet vreselijk kwetsbaar…?

De krijgsmacht is onze veiligheidsverzekering voor de toekomst. En net zoals bij een brandverzekering betaal je ook voor Defensie een premie.Niet omdat je hoopt dat er brand komt, maar om jezelf in te dekken als het toch gebeurt. Het feit dat er al een tijd lang geen grote branden zijn geweest, betekent niet dat het slim is om je brandverzekering op te zeggen, of de brandweerwagens te verkopen. Toch is daar de afgelopen jaren vaak heel makkelijk over gedacht. We staan wereldwijd in de top vijf van landen die het zwaarst hebben bezuinigd op hun krijgsmacht. Iedere keer kon er best wat van af. Heel veel van af…

Maritieme patrouillevliegtuigen. Tanks. Minder schepen. Minder jachtvliegtuigen. Tienduizenden militairen minder…

Met mijn mensen ben ik nu nog 1,4 miljard aan bezuinigingsmaatregelen aan het verwerken; een enorme afbraak van militair vermogen…

Maar weinig mensen in Nederland lagen hier wakker van. Nu lijkt dat anders, maar voor hoe lang? Wat als veiligheid weer even vanzelfsprekend lijkt? Stel dat het conflict in de Oekraïne is opgelost? Stel dat wij de komende tijd NIET te maken krijgen met moslimjongeren die naar Irak en Syrië zijn geweest, en hier de samenleving kunnen ontwrichten?

Laten we hopen dat het zo is! Maar gaan we dan ook weer over tot de orde van de dag? Gaan we dan Defensie toch weer beschouwen als een onkostenpost in plaats van een nationale veiligheidspolis? Ik maak me daar zorgen over. Het actuele laagje support is dun. Nog steeds weten maar weinig mensen precies wat onze militairen in het buitenland doen. Dat we op missie in het buitenland zijn, dat weten onze landgenoten wel. Maar wáárom we daar zijn…

'Landen veilig en stabiel maken', 'onze handel beschermen', 'terrorisme bestrijden', dáár hoor ik bijna niemand over.

De dagvoorzitter, Kees Homan, refereerde er onlangs nog terecht aan in een artikel in het Nederlands Dagblad. Hij zei: 'Twee derde van de bevolking vindt de krijgsmacht wel nodig, maar als je vraagt waarvoor dan – dan noemt net de helft 'vredesmissies' en 'humanitaire hulpoperaties' en als je doorvraagt of dat missies kunnen zijn als in Uruzgan of Mali, dan zegt een meerderheid 'nee'.'

Dames en heren, dat baart mij zorgen. Ernstige zorgen.

Van abstracte risico’s en praten op conferenties over Internationale rechtsorde zijn we terug in een periode waarin dreigingen tastbaar zijn en waarin hard power weer een valuta is in het internationale verkeer. Je kunt het daar niet mee eens zijn, maar het is een feit.

Welcome to the real world.

In die wereld moet de krijgsmacht optreden, gereed zijn, inzetbaar zijn. Om onze veiligheid te beschermen. Om onze belangen op het hoogste niveau te beschermen. Daar zijn we voor. En daar sta ik voor.

Ik zie het draagvlak voor Defensie groeien. En ik ervaar dat ons werk vanuit de samenleving met meer respect wordt bekeken. Maar de vraag blijft hoe we ervoor kunnen zorgen dat ALLE mensen beseffen dat we als land een instrument hebben om onze veiligheid te garanderen, en onze belangen te beschermen. Óók onze economische belangen.

Ik hoef aan de mensen in Rotterdam niet uit te leggen hoe afhankelijk wij voor onze economie zijn van het buitenland. Ik hoef aan het bedrijfsleven niet te vertellen hoe belangrijk stabiliteit in andere landen is…

Het gaat mij juist om de rest. Om mijn buurman, mijn nichtje, mijn bakker. Internationale rechtsorde is vaag, maar de effecten zijn heel voelbaar. Hoe zouden mensen het bijvoorbeeld vinden als ze geen iPhone meer hebben of twintig procent van hun salaris moeten inleveren? Als mensen beseffen dat de krijgsmacht er voor heel Nederland is, dan zouden die mensen het logisch moeten vinden dat we daar dan ook in investeren. Want het gaat immers om ónze veiligheid. Ónze vrede. Ónze economie.

Dames en heren, Defensie zet zich flink in om aan dat natuurlijke draagvlak bij te dragen. Ik noem graag vijf invalshoeken van waaruit wij dat doen.

Allereerst natuurlijk door middel van communicatie. Wij zijn in belangrijke mate afhankelijk van de beeldvorming en verslaglegging door anderen. Daarom hebben we de deuren opengezet voor journalisten die mee kunnen gaan naar missiegebieden. Want, hoe meer zij de lokale omstandigheden begrijpen, en zien wat wij nou daadwerkelijk doen, hoe beter zij nut en noodzaak van ons werk kunnen beschrijven. Zien, doet geloven.

We staan natuurlijk ook open voor nieuwe wegen om het 'waarom' van Defensie duidelijk te maken. Zo ontwikkelen we nu – samen met de Telegraaf Media Groep– een ‘Dagboek Mali’, dat straks online te bekijken is. Hierin wordt soms op rauwe wijze duidelijk hoe de werkelijkheid van de uitgezonden militair eruit ziet.

En net als heel veel collega’s ben ikzelf ook online actief. Maandelijks schrijf ik een weblog die geplaatst wordt op onze Defensie-website, en ik heb een eigen Facebookpagina waar ik volgers bijpraat.U kunt mij vinden onder 'Commandant der Strijdkrachten'. Meer ‘likes’ zijn natuurlijk altijd welkom.

Maar voor draagvlak is meer nodig dan laten weten wat je doet en waarom. Mensen moeten ook weten dat ze maximaal rendement halen uit de investering die ze in Defensie doen. Simpel gezegd: dat ze waar krijgen voor hun geld!

Dat brengt me bij mijn tweede invalshoek. Want hoe krijgen mensen waar voor hun geld? Door over een krijgsmacht te beschikken die bruikbaar is en breed inzetbaar om in alle soorten conflicten op te treden. Van humanitaire operaties tot interventies. In binnen- en in buitenland. Want de dreigingen van vandaag, zijn niet de dreigingen van morgen.

Daarom hebben we die gereedschapskist met een mix van eenheden en capaciteiten, die we afhankelijk van de vraag op verschillende manieren kunnen samenstellen en inzetten. En er is geen enkele noodzaak om daaraan te tornen. Veelzijdigheid en bruikbaarheid helpen ons om voorbereid te zijn op het onvoorspelbare, en om in te spelen op de ontwikkelingen en uitdagingen van morgen, die vandaag nog onvoorstelbaar lijken.

De derde dimensie van draagvlak betreft de intensivering van onze internationale samenwerking. We staan er gelukkig niet alleen voor. Dat is het mooie van de Atlantische samenwerking binnen de NAVO. Met de relatief beperkte defensiepremie halen we een hele grote NAVO-dekking binnen.

Door samenwerking zien mensen dat we er niet alleen voor staan en ook niet alle kosten alleen hoeven te dragen. Via de samenwerking in NAVO- en EU-verband, kunnen we bijvoorbeeld keuzes maken in dure niche-gebieden.

Wij investeren bijvoorbeeld in raketverdediging en andere landen in satellietsystemen en vliegdekschepen. Zo vullen we elkaars tekortkomingen en tekorten aan. Samenwerking stelt ons in staat meer rendement te halen uit iedere defensie-euro. Daarom zetten wij op een groeiend aantal gebieden de stap naar integratie van eenheden.

Nederland gaat daarin heel ver en is een koploper in Europa. Altijd zoeken we de win-winsituaties met landen die like-minded zijn. Met België hebben we bijvoorbeeld beide marines geïntegreerd, en werken we aan een overeenkomst om samen ons luchtruim te beveiligen. Ons luchttransport poolen we in het European Air Traffic Center in Eindhoven. Met Duitsland hebben we een gezamenlijk snel inzetbaar hoofdkwartier. Onze luchtmobiele brigade is in juni geïntegreerd in een Duitse divisie. En zo er staat nog veel meer op stapel.

Dit alles om, zoals de Amerikanen het zeggen, meer 'bbang for our buck' te krijgen.

Maar, en er is helaas vaak een maar…

Hoe graag we het ook zouden willen...

Méér samenwerken alléén, is niet de oplossing. Het helpt misschien om meer rendement te halen maar het verhoogt niet onze bijdrage. En die bijdrage, die moet proportioneel zijn.

Dat brengt me bij de vierde invalshoek. Werken aan draagvlak betekent ook werken aan het besef van de noodzaak om proportioneel bij te dragen. Daar hebben we nu nog een fikse achterstand in weg te werken. We komen bij lange na nog niet in de buurt van de NAVO-norm van 2 procent van ons BNP. Wij zitten met onze 1,16 procent zelfs ruim onder de gemiddelde bijdrage van de Europese NAVO-landen, die 1,56 procent bedraagt. En dat is zorgwekkend. Heel zorgwekkend.

Nederland zit qua Defensiebudget op het laagste punt ooit. Veel lager dan bijvoorbeeld de 1,59 procent van voor de Tweede Wereldoorlog, de tijd van het gebroken geweertje. En dat terwijl wij, met onze economische positie, ons juist in de kopgroep bevinden!

Het is goed dat dit onderwerp tijdens de NAVO-top in Wales op de agenda stond. Voor het kabinet is het in ieder geval duidelijk dat de tijd van bezuinigingen op het defensiebudget voorbij is, en dat we moeten werken aan herstel. En we zien - dankzij het onderzoek van de Atlantische Commissie - dat daar ook steun voor is bij de bevolking. Mensen beseffen dat je moet investeren om te kunnen blijven profiteren!

En dat brengt mij op de vijfde invalshoek van waaruit wij draagvlak benaderen: de verankering van de krijgsmacht in de samenleving. In de tijd van de dienstplicht kende iedereen wel een militair. Nu is dat niet meer zo. Gelukkig bieden onze samenwerkingsverbanden nieuwe mogelijkheden om de banden met de samenleving aan te halen.

Zo bezocht ik vorige week een Veiligheid-en Vakmanschap-opleiding van een van de vele regionale opleidingscentra in Nederland. Hier volgen 7.500 jongeren Defensie-gerelateerde opleidingen. Een succesformule waar alle partijen beter van worden.

Een ander voorbeeld is de samenwerking met relatieziekenhuizen waar ons medisch personeel ervaring op doet en die ons ondersteunen met medisch specialisten voor missies. Maar denkt u bijvoorbeeld ook aan de civiel-militaire samenwerking met politie-en veiligheidsdiensten.

Jaarlijks groeit het aantal nationale inzetten van de krijgsmacht. Ook de samenwerking met het bedrijfsleven en de onderzoeksinstituten, de zogenaamde 'Gouden Driehoek', biedt borging in de samenleving.

En dan is er natuurlijk nog de samenwerking met onze duizenden reservisten, de deeltijdmilitairen die zich naast hun baan of studie ook nog inzetten voor Defensie. Al die samenwerkingsverbanden bieden meer kennis en betrokkenheid voor beide partijen.

Een voorbeeld:

Reservisten zijn onze ambassadeurs. Zij staan immers met één been in de samenleving, met het andere in de krijgsmacht.

Daarom loopt er nu bijvoorbeeld een pilot-project met een aantal universiteiten, waarbij we studenten als reserveofficier willen inzetten op staffuncties. Deze jonge academici kunnen zich vervolgens binnen én buiten Defensie ontwikkelen.

Sommigen zullen misschien carrière maken binnen het bedrijfsleven, of bij de overheid. Zij zijn onze toekomstige ambassadeurs!

Maar is het genoeg? Kunnen wij met onze inspanningen alleen dat natuurlijke draagvlak creëren?

Ik denk van niet. Wij hebben ook andere mensen nodig die het belang van Defensie voor Nederland benadrukken. Mensen, zoals u. Politici, onderzoekers, journalisten, beleidsmedewerkers, diplomaten, directeuren en andere stakeholders…

Allemaal heeft u belang bij het waarborgen van vrijheid, van veiligheid en van welvaart…

Allemaal heeft u belang bij een krijgsmacht die zich daar dag en nacht voor inzet. Een krijgsmacht waar u op kunt vertrouwen. Met mannen en vrouwen die bereid zijn hun leven voor het Nederlandse belang te riskeren.

Dames en heren, Defensie is geen windvaantje. We kunnen eenheden niet zomaar digitaal aan- en uit zetten. We hebben steun nodig. Moreel. Maar ook financieel. Niet eventjes als er een crisis is, maar meerjarig, structureel en consequent.

U weet hoeveel er op het spel staat. U kunt dat ook kenbaar maken. Het gaat niet om gunnen maar om noodzaak.

Laat weten welke rol Defensie speelt in ons veiligheidsbeleid. Laat weten dat heel Nederland gebaat is bij een krijgsmacht. Laat weten dat het nodig is te blijven investeren in onze veiligheid.

Wij zijn er immers voor u! Wij zijn er voor de samenleving. En wij gaan tot het uiterste om de belangen van de samenleving te dienen en te beschermen.

Jaaike Brandsma en haar vrienden weten heel goed wat tot het uiterste gaan inhoudt. Wat dienen en beschermen inhoudt. De familie en vrienden van onze omgekomen collega’s weten heel goed wat dienen en beschermen inhoudt. Ik zou graag zien dat iedereen in Nederland dat weet.

Onze krijgsmacht verdient steun om het vertrouwen van de Nederlandse bevolking blijvend waar te maken.

In het belang van Nederland.

In het belang van ons allemaal.

Dank-u-wel.

-0-0-0-