Betere kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Baby’s en peuters krijgen vanaf volgend jaar betere dagopvang. Ook bij de peuterspeelzalen gaat de kwaliteit omhoog. Daarbij krijgen werkende ouders die gebruik maken van peuterspeelzalen straks ook recht op kinderopvangtoeslag, zoals die nu al geldt voor de kinderopvang.

De Tweede Kamer stemde vandaag in grote meerderheid vóór twee wetsvoorstellen van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: het wetsvoorstel Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang en het wetsvoorstel Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk.

De kwaliteit van de kinderopvang en peuterspeelzalen gaat vanaf volgend jaar verder omhoog en er komt voor werkende ouders één financieringssysteem, de kinderopvangtoeslag. Die wordt vanaf begin 2018 gegeven voor zowel kinderopvang als peuterspeelzalen.

Het belangrijkste doel van de nieuwe wetten is dat in de toekomst iedereen terecht kan bij kwalitatief hoogstaande kinderopvang en peuterspeelzalen. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken: ,,Het moet niet uitmaken of je ouders arm of rijk zijn. Alle kinderen verdienen het om al vroeg samen te kunnen spelen en daarbij ook spelenderwijs te leren. Dat geeft ze niet alleen veel plezier, maar ook een goede start op de basisschool.’’

De kwaliteit van de kinderopvang en de peuterspeelzalen gaat omhoog. Voor allebei gaan nu dezelfde, strengere kwaliteitseisen gelden. Daarmee maakt het voor peuters niet meer uit waar ze naartoe gaan.

Dankzij de extra kwaliteitseisen komt er meer aandacht voor de ontwikkeling van kinderen. Alle medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzalen moeten goed Nederlands spreken. Er komen minimale taaleisen. De kinderopvangmedewerkers krijgen ook coaching tijdens het werk.

De opvang van baby’s wordt beter. Leidsters krijgen meer tijd en aandacht per baby, omdat zij straks voor minder baby’s hoeven te zorgen dan nu.

De nieuwe Kinderopvang-wetten kunnen rekenen op een breed draagvlak. De Brancheorganisatie Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland (de vroegere MO-groep) en BMK, ouderorganisatie Boink, de FNV, het CNV en de VNG staan achter de plannen.

Met de gemeenten is eerder al afgesproken dat ook peuters van niet-werkende ouders naar de opvang moeten kunnen. Zo maakt het niet uit of ouders nu werken of niet en krijgen alle peuters evenveel kans op een zo goed mogelijke start van hun leven.

Beide wetsvoorstellen treden, als de Eerste Kamer binnenkort ook instemt, op 1 januari 2018 in werking.

 

Deze kabinetsperiode is er flink geïnvesteerd in kwalitatief goede en betaalbare kinderopvang. In 2014 en in 2016 is en ook dit jaar wordt er door het kabinet extra geld uitgetrokken voor meer kinderopvangtoeslag. Daarbij ligt de nadruk op de lage en middeninkomens. Daarbovenop stelt het kabinet 60 miljoen ter beschikking aan gemeenten, zodat alle peuters naar een voorschoolse voorziening kunnen.

Er maken op dit moment zo’n 680.000 kinderen gebruik van opvang. Het afgelopen jaar zijn er ruim 500 opvanglocaties bijgekomen in de dagopvang en ruim 200 in de buitenschoolse opvang. Moeders met jonge kinderen zijn de afgelopen jaren meer uren gaan werken en werken inmiddels meer dan vrouwen gemiddeld.