Toespraak staatssecretaris Van Veldhoven op bijeenkomst DCMR

De staatssecretaris spreekt vandaag 1 februari op een bijeenkomst van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) over veiligheid en risico’s. ‘Luister naar ons. Zorg voor goede communicatie. En zorg ervoor dat onze belangen worden meegenomen. Oók in besluiten net over de grens’. Dat was de boodschap die zij kreeg van bewoners uit Bergen op Zoom tijdens haar eerste werkbezoek als bewindspersoon. ‘Die boodschap is mijn leidraad’, aldus de staatsecretaris. 

Dames en heren,

Ik dank de Milieudienst Rijnmond, in het bijzonder mevrouw Thé,  voor de uitnodiging hier te spreken.
Want gezondheid en veiligheid is niet alleen een actueel thema, het is óók een speerpunt in mijn beleid.
Daarom ben ik bijzonder blij u toe te spreken over mijn inzet op dit terrein.

Mijn eerste werkbezoek als staatssecretaris bracht ik eind 2017 aan Bergen op Zoom.
Aan de keukentafel sprak ik met bewoners over hun zorgen over de nabijgelegen kerncentrales bij Borssele en België.

Belangrijk punt van de bewoners was: ‘Luister naar ons. Zorg voor goede communicatie. En zorg ervoor dat onze belangen worden meegenomen. Oók in besluiten net over de grens’.

Die boodschap van de bewoners is mijn leidraad.

Net zo belangrijk als luisteren naar bewoners, is te horen wat mensen uit de praktijk dagelijks meemaken.
Of je nu medewerker van een milieudienst bent of verantwoordelijk voor omgevingsveiligheid bij de overheid of zoals velen van u, directeur van  een chemisch bedrijf.

U hier in de zaal bent de man of vrouw uit de praktijk.
Onze ogen en oren.
U weet wat goed en niet goed gaat.
Wat beter moet.

De DCMR is voor mij een belangrijke antenne.
Als een van de beste en belangrijkste milieudiensten van Nederland.

Deze opmerking neigt natuurlijk naar populisme.
Maar ik meen het oprecht.
En vele andere deskundigen zijn het met mij eens.

Die professionaliteit en deskundigheid van de mensen van DCMR zijn hard nodig.
Bedrijven hebben recht op een scherpe toezichthouder met kennis van zaken.
Zeker hier in Zuid Holland en Zeeland, want hier zijn namelijk maar liefst 140 BRZO bedrijven actief.

Overheden en bedrijven hebben in deze regio een zware en verantwoordelijke taak.
 
Dames en heren,

Mensen verwachten dat de overheid zorgt voor een schone lucht en veilige leefomgeving.
Of het nu gaat om gevaarlijke stoffen in de lucht, in de bodem, in het water of het voorkomen van een brand, explosie of gifwolk; gezondheid en veiligheid moeten blijvend onze prioriteit zijn.
Voor werknemers en omwonenden!

Bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen moeten veilig en schoon zijn.
En ook als zodanig worden ervaren door omwonenden.                                                      
Beleving is een veelomvattend begrip.
Succesvol beleid staat of valt met goed inzicht in de beleving van veiligheid.  
Want 100% veiligheid bestaat niet.
En mensen snappen dat.
De maatstaf voor ons moet zijn: is er voldoende vertrouwen in de veiligheid?

Daarom start ik binnenkort een eerste pilot voor het ontwikkelen van een zogeheten ‘belevingsthermometer’.
Vergeeft u mij, ik heb deze naam niet zelf verzonnen.
Het is van belang dat dit instrument breed gedragen, betrouwbaar en een valide is.
Ik heb de RIVM gevraagd dit op te zetten.

Dames en heren,
Een gezond en veilig Nederland is nooit af.
De incidenten van de afgelopen tijd zoals met Chemours bevestigen dat helaas.
Zoals ik recent in een debat met de Kamer heb aangegeven, doe ik er alles aan om de feiten boven tafel te krijgen.
Daartoe hoort ook het krijgen van een overzicht bij welke bedrijven in Nederland de stof GenX wordt gebruikt.

Ik heb mijn zorg uitgesproken over de opstelling van het bedrijf dat weigert om dit overzicht te leveren.
Deze opstelling leidt tot vertraging en extra kosten om de bronnen op te sporen.
Ik vind deze houding zeer onwenselijk.

Overigens werken we niet alléén aan stoffen waarvan we weten dat ze zorgwekkend zijn en lang in het milieu blijven, maar ook aan stoffen waarvan we dat vermoeden hebben.

Daar is overigens veel onderzoek voor nodig.
Het is belangrijk ons beleid te baseren op feiten.
Anders kun je ook niet onderbouwen dat iets veilig is.

U en ik weten dat een samenleving zonder risico’s niet bestaat.
Mensen moeten er échter van op aan dat we voortdurend blijven werken aan een gezonde en veilige omgeving.
We moeten samen blijven kijken waar het veiliger en beter kan.
Elke partij heeft daarbij een eigen rol en eigen verantwoordelijkheid
Bedrijven, bestuurders en burgers.

Op de eerste plaats kijk ik daarbij naar de bedrijven zélf.
In de industrie is een goede veiligheidscultuur, dé basis voor het vermijden van incidenten.
Een sterke industriële sector, zoals de chemie, moet gelijk staan aan een veilige en betrouwbare sector.
Een sector die laat zien dat ze alles op alles zet dat werknemers en omwonenden veilig en gezond kunnen werken en wonen.

En dat betekent ook goed communiceren en transparant zijn naar overheden en bewoners die direct in de omgeving wonen van een fabriek.
De focus moet meer en meer komen te liggen op het voorkómen en beheersen van onveilige situaties.
Ofwel: niet wettelijke normen zijn leidend, maar het streven naar veiligheid.

Ik ben blij dat ik recent met de voorzitter van Veiligheid Voorop een goed gesprek heb gehad over een gezamenlijke aanpak de komende jaren.

Ten tweede moet het uitgangspunt zijn dat bij het ontwerp van een stof, materiaal, product of productieproces veiligheid en gezondheid  vanaf het begin wordt meegenomen.
Met andere woorden: safe by design.
Op die manier kiezen we voor de meest veilige en gezonde opties.

Een mooi voorbeeld daarvan is een nieuw ontwerp van zonne-ramen voor het opwekken van energie.                                                                                                                                                                              Zonneramen kunnen een mooie stap zijn in onze reis naar een schonere wereld met alternatieve energiebronnen.
Maar dan moeten ze geen schadelijke materialen bevatten zoals cadmium of lood.  
Door innovaties kunnen deze metalen nu vervangen worden door milieuvriendelijker materialen.
Terwijl ze tegelijkertijd óók nog efficiënter zijn.                                                                                                                                                                 

In de derde plaats is mijn inzet de komende periode gericht op het versterken van de kwaliteit van de vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Hierbij hoort ook het versterken van een integrale uitvoering.
Al enige jaren werken de toezichthouders samen in het zogeheten BRZO+ .
En zorgen voor een risico-gestuurde, deskundige èn eenduidige benadering van deze bedrijven.                                                                      

De uitdaging is nu - zonder het hele stelsel weer op de schop te nemen -  verdere stappen te zetten in de richting van deze integrale uitvoering.

Dit alles laat onverlet dat het bedrijfsleven primair verantwoordelijk blijft.
Dat betekent: voldoen aan wet- en regelgeving.
Maar bovenal een focus op het voorkomen van onveilige situaties.
En als wenkend perspectief: het streven naar nul incidenten en nul emissies.
Dit alles vraagt een actieve houding van bedrijven.
Gericht op een veilige en gezonde werk- en leefomgeving.
En gericht op goede communicatie naar overheden en bewoners.

Overheden zijn verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel.
Met adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Dat is een rol die ik wil versterken.
De afgelopen jaren is daar veel in geïnvesteerd.
Door het bundelen van expertise.
En door het verbeteren van kwaliteit van de omgevingsdiensten.
Het is nu zaak die ingezette verbeteringen vast te houden of beter: verder uit te bouwen.

Denk aan een landelijk inspectieprogramma dat zorgt voor een gelijk speelveld voor onder toezicht staande bedrijven.
Of aan het verbeteren van de samenwerking tussen de inspecties.

Eveneens essentieel is het bevorderen van kennis.
Denk aan kennis over nieuwe zeer zorgwekkende stoffen.
De rol van het RIVM als onafhankelijk kennisinstituut is hier uiteraard fundamenteel.
Die inzet van het RIVM -  waar de kennis over risico’s van stoffen is gebundeld -  ga ik dan ook verder stimuleren.

Beter toezicht betekent ook zicht op wie goed presteert en wie minder.
Ook hieraan werken we in BRZO + verband om gerichter en effectievere inzet te plegen op beide categorieën.
En waar nodig wanpresteerders stevig aan te pakken.
Dit gebeurt mede door het bundelen van de kennis en informatie van de verschillende toezichthouders. Adequate vergunning verlening, toezicht en handhaving is natuurlijk niet alleen voor BRZO bedrijven van groot belang.
Dat geldt ook voor bedrijven die net onder die grens vallen.
Ook dáár verwacht ik nog veiligheidswinst te kunnen boeken.
Momenteel laat ik onderzoeken voor welke bedrijven dit geldt.
En op welke wijze deze bedrijven stappen kunnen zetten.
Mogelijk dat het instrument Safety Deals ook hen kan ondersteunen.

Je rol kennen en verantwoordelijkheid nemen is natuurlijk maar de helft van het verhaal.
Samenwerken is net zo belangrijk.

Een mooi landelijk voorbeeld is het programma Duurzame Veiligheid 2030 waar overheden, industrie en wetenschap gezamenlijk werken aan een verdere verbetering van de veiligheid van de chemische industrie.
We werken hier aan oplossingen voor morgen, voorbij de incidenten van vandaag.

Dames en heren,
Ik  wil graag eindigen met een ander speerpunt van mij: de circulaire economie.

Ik vind namelijk dat externe veiligheid en circulair ondernemen elkaar kunnen versterken, maar dat er ook een spanningsveld is, waar we niet omheen kunnen .
In een circulaire economie geldt simpel gezegd: als je rommel in de ‘loop’ brengt, komt er rommel uit.
We moeten dus zorgen dat onze stoffen ‘schoon’ worden.

In een volledig circulair werkende economie staan restproducten of reststoffen gelijk aan kapitaalvernietiging.
Als je bedenkt dat elke grondstof een lego steentje is, zie je hoe zonde het is er steeds grote bakken van weg te gooien.

Elk bedrijf zou voortdurend moeten bedenken bij elk productieproces of product dat ze ontwikkelen, hoe deze veilig opnieuw gebruikt kan worden in het eigen proces of elders.

Arizona Chemical is zo’n bedrijf.
Deze onderneming heeft samen met een aantal partners een baanbrekende methode ontwikkeld om oud asfalt een nieuw leven te geven.
De eerste fietspaden van 100% gerecycled asfalt zijn inmiddels al aangelegd.
Een sterk staaltje van innovatie en samenwerking.


Waste2Chemicals in de Botlek is een ander inspirerend voorbeeld.
Zij produceren methanol uit afval; een potentieel interessante brandstof voor vaartuigen.

Bij beide voorbeelden is samenwerking en durf om te innoveren en te investeren de gemeenschappelijke noemer.  
Samenwerking speelt een belangrijke rol in het gebruik maken van elkaars restproducten.
Bij het sluiten van de kringloop van stoffen tussen bedrijven is nog veel meer mogelijk.

Dit alles is voor sommige bedrijven nog toekomstmuziek.
Voor anderen al realiteit.
Maar het is wel waar we uiteindelijk naar toe moeten.
Het is een grootse uitdaging met kansen
voor onze bedrijven,
voor nieuwe banen èn
voor een veiliger en schoner milieu.
Voor al onze inwoners!

Dames en heren,
Tot slot.
Ik heb uitgebreid stilgestaan bij mijn inzet op veiligheid en risico’s.
Omdat het een actueel en belangrijk onderwerp is
èn omdat dit mij als Kamerlid en nu als staatssecretaris na aan het hart ligt.
U kunt er dan ook vanuit gaan dat ik hier de komende jaren hard mee aan de slag ga.

Bedankt voor uw aandacht.