Toespraak minister Hoekstra bij aanbieden Miljoenennota 2020

Toespraak van minister Hoekstra (Financiën) bij de aanbieding van de Miljoenennota 2020 aan de Tweede Kamer op 17 september 2019 in Den Haag.

(Tweede Kamer)

VOORZITTER ARIB: Ik open de vergadering van dinsdag 17 september 2019.
Ik heet iedereen van harte welkom in het bijzonder de gasten van de Kamerleden op de publieke tribune.
Jullie zien er prachtig uit.
Aan de orde is de aanbieding van de begroting van het jaar 2020.
En ik geef het woord aan de minister van Financiën.

(Minister Hoekstra staat op, gaat achter een katheder staan en stelt de microfoon bij. Hij draagt een jacquetkostuum.)

MINISTER HOEKSTRA: Mijne heeren ingevolge de machtiging door de koning verleend heb ik de eer de ontwerpen der algemene begrootingswetten voor koomend dienstjaar over te leggen.
Mijnen indruk omtrent den gang der middelen zou ik aldus willen samenvatten dat gelukkig over het algemeen nog steeds een geleidelijk accres valt waar te nemen doch dat de tijden waarin de ontvangsten ook zonder belastingverhoging met sprongen vooruitgingen voorloopig achter ons liggen.

(Hij slaat een blad om.)

Voorzitter, tegenwoordig spreken we in deze Kamer via u.
En toen deze tekst voor het eerst werd uitgesproken zaten er enkel mannen in deze zaal.
Het betreft hier namelijk de tekst van de allereerste rede bij het indienen van de Staatsbegroting.
Die sprak toenmalig minister van Financiën Theodoor Herman de Meester in september 1905 uit.
In deze rede behandelde hij de begroting over, wat toen heette, het dienstjaar 1906.
Daarmee begon hij de traditie om tijdens Prinsjesdag door middel van een speech, de begroting aan u en aan de Kamer aan te bieden.
Het is mij een eer en een genoegen om dat vandaag aan u te mogen doen.
Ik neem u graag kort mee naar het Nederland van 1906.
De familieroman van Louis Couperus met de titel Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan wordt voor het eerst als boek gepubliceerd.
Een verwijzing naar het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.
Van democratie is in 1906 nog geen sprake. Van sociale zekerheid evenmin.
In die jaren kent ons land, vergeleken met het buitenland relatieve vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van gelijkheid tussen man en vrouw.
Maar nog geenszins in de mate en wijze zoals wij die nu kennen.
In het jaar 1906 is Theodoor de Meester zowel minister van Financiën als voorzitter van de ministerraad.
Hij dient binnen het zogenaamde 'kabinet van kraakporselein'.
Een instabiel kabinet omdat het niet over een vaste meerderheid in het parlement beschikt en op gedoogsteun moet leunen.
Voorzitter, een van de zaken die in de begroting van 1906 overigens direct opvalt is dat, en ik citeer, de meerdere kosten welke de instelling van een afzonderlijk departement van Landbouw zal meebrengen zullen neerkomen op ongeveer 100.000 gulden.
Zoals u weet, is dit niet de laatste keer dat we de kosten voor de oprichting van het ministerie van Landbouw op de begroting terugzien.
Er wordt weleens beweerd dat de geschiedenis zich herhaalt.
Ging de begroting over 1906 nog over een totaal aan uitgaven van 181.714.219 gulden en om precies te zijn: 95 cent tegenwoordig tellen de werkelijke totale uitgaven iets meer dan 300 miljard euro.
En bedroegen de totale overheidsuitgaven in 1906 nog 11 procent van het bruto binnenlands product dat percentage ligt inmiddels op 43 procent.
Voorzitter, het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.
Laat ons terugkeren naar vandaag.
We bevinden ons in economisch veranderlijke tijden.
In landen om ons heen zakt de economische groei weg en dreigt er zelfs krimp.
Internationale handelsspanningen zorgen voor aanhoudende onzekerheid.
En de brexit staat voor de deur.
Maar ondanks de onrust in de wereld om ons heen toont de Nederlandse economie zich vooralsnog robuust.
Ja, na jaren van hoogtij vlakt de economische groei wel wat af.
Maar met 1,8 procent dit jaar en 1,5 procent in 2020 zien we nog steeds groeipercentages die normaal zijn voor ons land.
De werkgelegenheid is daarnaast ongeëvenaard hoog.
Veel mensen die niet zo lang geleden nog dagelijks naar werk zochten gaan inmiddels dagelijks naar hun werk.
En dat is goed voor velen.
Maar, en ik haal ook hier graag de woorden van Couperus aan zeker, het zaligst is te blijven wiegen in de wellust der herinneringen.
Maar zo leeft men niet voort, zo dommelt men gedachteloos in.
Einde citaat.
Het kabinet, Voorzitter, wil niet achteroverleunen maar werkt onverminderd door op de lijn die ze binnen het regeerakkoord heeft uitgezet.
Daarom wil het kabinet blijven investeren in de samenleving.
En trekken we extra geld uit, boven op het regeerakkoord voor onder andere jeugdzorg, betaalbare woningen en defensie.
Daarnaast nemen we extra maatregelen om de lasten van huishoudens te verlichten.
Boven op de eerdere maatregelen van het kabinet zorgt deze Miljoenennota voor structureel drie miljard lagere lasten voor burgers.
Daarmee zorgen we ervoor dat huishoudens, en met name werkenden meer profiteren van de welvaartsgroei.
We willen ook de toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt aanpakken.
En dus de balans tussen werknemers en zelfstandigen evenwichtiger maken.
Een van de stappen die we hierin zetten is een verlaging van de belasting voor werkenden ten opzichte van zelfstandigen om zo deze beide situaties meer gelijk te trekken.
Naast deze en andere maatregelen op relatief korte termijn houden we uiteraard ook oog voor de lange termijn.
Met het klimaat- en pensioenakkoord zijn belangrijke stappen gezet voor een duurzaam Nederland en een pensioenstelsel voor de toekomst.
Akkoorden die we op korte termijn verder praktisch zullen uitwerken.
Voorzitter, het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.
Natuurlijk kan niemand hier aanwezig precies voorspellen hoe onze wereld er over 30 tot 40 jaar uitziet.
Maar wel kunnen we diverse uitdagingen benoemen die nog voor ons, voor de samenleving in het verschiet liggen.
Ingrijpende veranderingen maken dat onze samenleving en onze economie er in de toekomst heel anders uit zullen zien.
Ook de manier waarop we met elkaar ons geld verdienen, zal veranderen.
We krijgen vaker te maken met nieuwe technologieën denk aan kunstmatige intelligentie, algoritmes, biotechnologie die onze manier van werken en van leven zullen bepalen.
Daarnaast neemt de vergrijzing toe, de productiviteit groeit minder hard en tegelijkertijd worden door meer vraag naar onder andere zorg en sociale zekerheid de collectieve uitgaven eerder hoger dan lager.
En dat, Voorzitter, zet het verdienvermogen van Nederland juist op de lange termijn onder druk.
En daar komt nog iets bij.
De huidige rentestand is ongekend laag, en, historisch gezien, zonder precedent.
Dat is ingewikkeld voor spaarders, dat is ingewikkeld voor pensioenfondsen maar biedt tegelijkertijd kansen ten gunste van investeren in duurzame economische groei.
Om de uitdagingen die zich aandienen de komende decennia het hoofd te kunnen bieden zijn in de toekomst investeringen in onder meer research en development kennisontwikkeling en infrastructuur van groot belang.
Daarom werken we op korte termijn de details uit van een fonds dat voeding biedt aan verstandige investeringen ten bate van de economische groei, juist op lange termijn.
De komende periode zullen we afspraken maken over de exacte criteria en de governance om te waarborgen dat de investeringen ook daadwerkelijk ten goede komen aan het langetermijn-verdienvermogen.
Voorzitter, als politici leveren we onder andere door middel van deze Miljoenennota een bijdrage aan de kaders waarbinnen we de toekomst vorm kunnen geven.
Niet Theodoor de Meester, maar zijn door mij bewonderde naamgenoot Theodore Roosevelt zei eens tegen een zaal burgers de overheid is van iedereen, van u, van mij, van ons allemaal.
Voorzitter, het vormgeven van de toekomst is geen taak die enkel aan het kabinet of aan de politiek is.
Integendeel.
Het vormgeven van de toekomst gebeurt door u, door mij en door Nederland als geheel.
Zoals belastinggeld niet van de politiek is, maar van de burger is deze Miljoenennota nadrukkelijk ook van ons allemaal, voor ons allemaal.
Waar ik dan ook van overtuigd ben is dat deze begroting ons allemaal opnieuw een stap vooruit zal brengen.
Met deze Miljoenennota werken we niet alleen aan de welvaart van ons allemaal hier en vandaag maar juist ook aan die van toekomstige generaties.
Voorzitter, graag bied ik u de Miljoenennota 2020 aan.
En daarbij ook het inmiddels bijna traditionele Blauwe Boekje.
In de hoop dat u, en uw leden er weer net zo snel en net zo vaak hun voordeel mee kunnen doen.
Dank u wel.

(De minister loopt naar een goudgeel koffertje, dat plat op tafel ligt. Dan maakt hij het open. Op het koffertje staat: Derde dinsdag in september. Minister Hoekstra haalt een document uit het koffertje en een dun boekje uit z'n binnenzak. Vervolgens legt hij het boekje op het document en overhandigt het pakket aan een bode.)

GEROFFEL GEVOLGD DOOR EEN STILTE

(Daarna loopt de bode met de documenten naar de voorzitter, die ze in ontvangst neemt en voor zich op tafel legt.)

Ik dank de minister van Financiën voor het aanbieden van de begroting voor het jaar 2020.

Mijne Heeren!

Ingevolge de machtiging door de Koning verleend, heb ik de eer de ontwerpen der algemene begrootingswetten voor koomend dienstjaar over te leggen.

Mijnen indruk omtrent den gang der middelen zou ik aldus willen samenvatten, dat gelukkig over het algemeen nog steeds een geleidelijk accres valt waar te nemen, doch dat de tijden waarin de ontvangsten ook zonder belastingverhoging met sprongen vooruit gingen, voorloopig achter ons liggen…

Voorzitter,

Tegenwoordig spreken we in deze Kamer via u. En toen deze tekst voor het eerst werd uitgesproken, zaten er enkel mannen in deze zaal. Het betreft hier namelijk de tekst van de allereerste ‘Rede bij indienen van de Staatsbegroting’. Die sprak toenmalig minister van Financiën Theodoor Herman De Meester in september 1905 uit.

In deze rede behandelde hij de begroting over -wat toen heette- het dienstjaar 1906. Daarmee begon hij de traditie om tijdens Prinsjesdag door middel van een speech, de begroting aan u en de Kamer aan te bieden. Het is mij een eer om ditzelfde vandaag aan u te mogen doen.

Ik neem u graag kort mee naar het Nederland van 1906:

De familieroman van Louis Couperus met de titel Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan… wordt voor het eerst als boek gepubliceerd. Een verwijzing naar het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.

Van democratie is in 1906 nog geen sprake. Van sociale zekerheid evenmin. In die jaren kent ons land, vergeleken met het buitenland, relatieve vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van gelijkheid tussen man en vrouw. Maar nog geenszins in de mate en wijze zoals wij die nu kennen.

In het jaar 1906 is Theodoor de Meester zowel minister van Financiën als voorzitter van de ministerraad. Hij dient binnen het zogenoemde ‘kabinet van kraakporselein’. Een instabiel kabinet omdat het niet over een vaste meerderheid in het parlement beschikt en op gedoogsteun moet leunen.

Eén van de zaken die in de begroting van 1906 overigens direct opvalt, is dat -en ik citeer- ‘de meerdere kosten welke de instelling van een afzonderlijk departement van Landbouw, zal meebrengen, zal neerkomen op ongeveer 100.000 gulden.’ Zoals u weet, is dit niet de laatste keer dat we kosten voor de oprichting van het ministerie van Landbouw op de begroting terugzien. Er wordt wel eens beweerd dat de geschiedenis zich herhaalt?

Ging de begroting over 1906 nog over een totaal aan uitgaven van 181.714.219 gulden, en om precies te zijn: 95 centen. Tegenwoordig tellen de werkelijke totale uitgaven iets meer dan € 300 miljard. En bedroegen de totale overheidsuitgaven in 1906 nog 11% van het bruto binnenlands product; dat percentage ligt inmiddels op zo’n 43%.

Voorzitter,

Het onherroepelijk voortschrijden van de tijd. Laat ons terugkeren naar vandaag.

We bevinden ons in economisch veranderlijke tijden. In landen om ons heen zakt de economische groei weg en dreigt er zelfs krimp. Internationale handelsspanningen zorgen voor aanhoudende onzekerheid. De Brexit staat voor de deur.

Maar ondanks de onrust in de wereld om ons heen, toont de Nederlandse economie zich vooralsnog robuust. Ja, na jaren van hoogtij vlakt de economische groei wat af. Maar met 1,8% dit jaar en 1,5% in 2020, zien we nog steeds groeipercentages die normaal zijn voor ons land. De werkgelegenheid is daarnaast ongeëvenaard hoog. Veel mensen die niet zo lang geleden nog dagelijks naar werk zochten, gaan inmiddels dagelijks naar hun werk. Dat is goed nieuws voor velen.

Maar…

Ik haal ook hier graag de woorden van Couperus aan: ‘Zeker, het zaligst is te blijven wiegen in de wellust der herinneringen. Maar zo leeft men niet voort, zo dommelt men gedachteloos in.’

Einde citaat.

Dit kabinet wil niet achterover leunen, maar werkt onverminderd door op de lijn die ze binnen het Regeerakkoord heeft uitgezet. Daarom wil dit kabinet blijven investeren in de samenleving. En trekken we extra geld uit, bovenop het Regeerakkoord, voor onder andere jeugdzorg, betaalbare woningen en defensie. Daarnaast nemen we extra maatregelen om de lasten van huishoudens te verlichten.

Bovenop de eerdere maatregelen van het kabinet, zorgt deze Miljoenennota voor structureel 3 miljard lagere lasten voor burgers. Daarmee zorgen we ervoor dat huishoudens, en met name werkenden, meer profiteren van de welvaartsgroei.

We willen ook de toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt aanpakken. En dus de balans tussen werknemers en zelfstandigen evenwichtiger maken. Eén van de stappen die we hierin zetten is een verlaging van de belasting voor werkenden ten opzichte van zelfstandigen om zo deze beide situaties meer gelijk te trekken.

Naast deze en andere maatregelen op relatief korte termijn, houden we uiteraard ook oog voor de lange termijn. Met het Klimaat- en Pensioenakkoord zijn belangrijke stappen gezet voor een duurzaam Nederland en een pensioenstelsel voor de toekomst. Akkoorden die we op korte termijn verder praktisch zullen uitwerken.

Voorzitter,

Het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.

Natuurlijk kan niemand hier aanwezig hier voorspellen hoe onze wereld er over 30 tot 40 jaar precies zal uitzien. Wel kunnen we diverse uitdagingen benoemen die nog voor ons, voor de samenleving in het verschiet liggen. Ingrijpende veranderingen maken dat onze samenleving en economie er in de toekomst heel anders uit zullen zien.

Ook de manier waarop wij met elkaar ons geld verdienen, zal gaan veranderen. We krijgen vaker te maken met nieuwe technologieën, denk aan kunstmatige intelligentie, algoritmes en biotechnologie, die onze manier van werken en van leven zullen bepalen.

De vergrijzing neemt toe; de productiviteit groeit minder hard en tegelijkertijd worden door meer vraag naar onder andere zorg en sociale zekerheid, de collectieve uitgaven eerder hoger dan lager. En dat Voorzitter, zet het verdienvermogen van Nederland op de lange termijn onder druk.

En daar komt nog iets bij.

De huidige rentestand is ongekend laag, en zonder enig precedent. Dat is ingewikkeld voor spaarders, dat is ingewikkeld voor pensioenfondsen, maar biedt tegelijkertijd kansen ten gunste van investeren in duurzame economische groei.

Om de uitdagingen die zich aandienen, de komende decennia het hoofd te kunnen bieden, zijn in de toekomst investeringen in onder meer research en development, kennisontwikkeling en infrastructuur van groot belang. Daarom werken we op korte termijn de details uit van een fonds dat voeding biedt aan verstandige investeringen ten bate van de economische groei, juist op lange termijn. De komende periode zullen we afspraken maken over de exacte criteria en governance, om te waarborgen dat de investeringen ook daadwerkelijk ten goede komen aan het lange termijn verdienvermogen.

Voorzitter,

Als politici leveren we onder andere door middel van deze Miljoenennota een bijdrage aan de kaders waarbinnen we de toekomst vorm kunnen geven. Niet Theodoor de Meester, maar zijn door mij bewonderde naamgenoot Theodore Roosevelt zei eens tegen een zaal burgers: ‘De overheid is van iedereen; wij zijn de regering, u en ik.’

Het vormgeven van de toekomst is geen taak die enkel aan het kabinet of aan de politiek is. Integendeel. Het vormgeven van de toekomst gebeurt door u, door mij en door Nederland als geheel. Zoals belastinggeld niet van de politiek is, maar van de burger, is deze Miljoenennota nadrukkelijk ook ván ons allemaal, vóór ons allemaal.

Waar ik dan ook van overtuigd ben, is dat deze begroting ons allemaal opnieuw een stap vooruit zal brengen. Met deze Miljoenennota werken we niet alleen  aan de welvaart van ons allemaal hier en vandaag, maar juist ook aan die van toekomstige generaties.

Voorzitter,

Graag bied ik u de Miljoenennota 2020 aan. En daarbij ook het bijna traditionele het Blauwe Boekje. In de hoop dat u er ook dit jaar weer net zo snel en vaak uw voordeel mee kunt doen.

Ik dank u wel.