Samenwerken voor de jeugd

‘Samen kunt u verschil maken voor ouders, kinderen en de jongeren in ons land. Iedereen vanuit zijn eigen professie, in samenhang.’ Dat zei minister Rouvoet tijdens de opening van het congres ‘Samenwerken voor de jeugd’ op 7 oktober 2009 in Nieuwegein.

Goedemorgen dames en heren,

ook namens staatssecretaris Dijksma en staatssecretaris Van Bijsterveld die er vandaag niet bij kan zijn.

Hartelijk welkom op dit congres ‘Samenwerken voor onze jeugd’. U bent in grote aantallen gekomen vandaag en dat zal niet alleen zijn omdat we voor kinderopvang hebben gezorgd.
‘Topspelers gevraagd’ staat er op uw uitnodiging. En daar bent u.
Mij zegt uw komst dat u het belang van samenwerken voor onze jongeren onderstreept. Mij zegt uw komst dat u meer wilt weten over de mogelijkheden die er zijn om kinderen alle kansen te geven.
Mij zegt uw komst dat we onder gelijk gestemden zijn. Wij willen allen echt iets betekenen voor de kinderen en hun ouders in ons land.
Die missie staat of valt bij onderlinge samenwerking. Want om het maar op z’n Johan Cruijffs te zeggen: ‘11 topspelers maken nog geen team’.
Samenwerken, dat vraagt wat van mensen.
Het vraagt om verbinding met anderen en creativiteit.
Het vraagt verder kijken dan je eigen positie.
En het vraagt het vertrouwen dat je samen meer kunt bereiken dan alleen.

Dames en heren,
Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. En die verantwoordelijkheid willen ze ook. Toch hoor ik nog al te vaak dat ze het prettig vinden als er zo af en toe een steuntje in de rug beschikbaar is, ook buiten hun eigen sociale omgeving om. Voor een kleine vraag, zoals de vader die we net zagen in Den Haag. Of als er meer aan de hand is, zoals bij de moeder in Helmond.

En daar gaat het om, om die vaders en moeders, en hun kinderen. Het gaat om de versterking van de eigen kracht van álle gezinnen en in het bijzonder van gezinnen die een klein beetje extra ondersteuning nodig hebben. Dat is het doel. Dat is ons doel.

U heeft daarvoor de sleutel in handen – of de bal aan uw voeten, om maar bij Cruijff te blijven. U weet wat er speelt in uw omgeving bij gezinnen, bij jongeren en bij kinderen. U weet wat mensen nodig hebben om de eigen kracht te versterken.

Samen kunt u verschil maken, ieder vanuit zijn eigen professie.
En daar wil ik het met u over hebben.

Geachte aanwezigen,
Voor het versterken van ouders, kinderen en jongeren krijgt u een ruime grasmat. We leggen u uitdrukkelijk geen blauwdrukken op, omdat een ouder of kind in Amsterdam tegen andere zaken aanloopt dan een ouder of kind in Tubbergen. U weet wat er speelt in uw buurt, in de gemeente.

Ik wil u wel graag ondersteunen, met de bijvoorbeeld helpdesk ‘samenwerken voor de jeugd’.
En de kersverse ambassadeur ‘Samenwerken voor de jeugd’, Dolf van Veen. Hij gaat gemeenten, die op verschillende onderwerpen een regierol hebben en daarin wettelijk versterkt worden, ondersteunen bij het aangaan van sluitende afspraken met onderwijs, provincies en hulpverlenende instanties. U kunt hem vandaag trouwens ontmoeten.

En ik wil u ondersteunen met dit congres met mooie workshops om te zien én te ervaren. Inspirerende voorbeelden die u naar uw eigen buurt, uw gemeente kunt vertalen.

Want ik verwacht wél dat de komende jaren een aantal basiszaken zijn geregeld.

Zoals: invoering van het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg,
aansluiting op de Verwijsindex,
samenwerking in Zorg- en Adviesteams,
1 gezin, 1 plan,
de aanpak van kindermishandeling en laagdrempelige opvoedondersteuning via de Centra voor Jeugd en Gezin.

Maar, dames en heren, het gaat natuurlijk niet om dit rijtje instrumenten, het gaat niet om de losse trajecten. Het gaat erom dat we meer nog dan voorheen samenwerken volgens een samenhangende visie die ouders en jongeren in staat stelt om te kunnen scoren.
In jargon: een integrale visie op lokaal preventief beleid.

Professionals zijn de topspelers die hen een beslissende voorzet kunnen geven.

Maar 11 topspelers maken nog geen team.
Alles staat of valt met samenwerking.
Alles staat of valt met verder kijken dan je eigen professie.

Alles staat of valt met denken vanuit wat een kind of gezin nodig heeft. Niet met kijken wat je op de plank hebt liggen. Zo kan een kind met overgewicht, gebaat zijn bij een leuke sportclub en kunnen concentratieproblemen op school ook veroorzaakt worden door stress thuis als er schulden zijn of een scheiding van ouders in de lucht hangt.

De Centra voor Jeugd en Gezin komen overal in ons land van de grond. Zo werden gisteren nog CJG’s geopend voor ouders en kinderen in Almelo en Overbetuwe. Vandaag in Zaltbommel.

Even wat cijfers, want ik heb goed nieuws.
Uit de rapportage gekoppeld aan de Brede doel uitkering, blijkt namelijk dat 150 gemeenten verwachten eind dit jaar een Centrum voor Jeugd en Gezin te hebben dat voldoet aan het basismodel.

Dat zijn er 25 meer dan dat we hadden verwacht!

De grote gemeenten lopen daarin voorop, ruim driekwart heeft al een CJG. Een mooi voorbeeld voor de kleinere gemeenten. In het bijzonder tegen hen zeg ik: laat je vandaag inspireren!

Uit de rapportage blijkt ook dat gemeenten de komende jaren meer aandacht willen besteden aan het coördineren van zorg. Slechts een kwart geeft aan dat er vorig jaar al voldoende samenhangende zorg werd geboden.

Een laatste cijfer dat ik met u wil delen, betreft licht pedagogische hulp.
Zestig procent van de Nederlandse gemeenten geeft aan dat ze in 2009 meer lichte opvoedondersteuning biedt ten opzichte van 2007. In 2011 moeten ALLE gemeenten die extra ondersteuning kunnen bieden.

Een mooi bewijs dat het geld voor Jeugd en Gezin, zoals wel wordt beweerd, niet in de bakstenen van de CJG-gebouwen gaat zitten.

Dames en heren,
CJG’s zijn, zoals ik al zei, geen doel op zich, maar een middel om jongeren en ouders beter te bereiken. En de uitkomsten van de rapportage zeggen mij dat in ieder geval het belang van de Centra voor Jeugd en Gezin duidelijk is. Het belang van het bereiken van de ouders en kinderen. Het belang van een plek waar je een opvoed- en opgroeivraag kunt stellen, een opvoeddebat kunt beginnen. Een plek waar je makkelijk kunt binnenlopen, ook om andere ouders te ontmoeten. En een plek waar de samenhang in buurten versterkt wordt.

In Den Bosch zag ik daar een mooi voorbeeld van: een Centrum voor Jeugd en Gezin in een gezondheidscentrum, naast een brede school, midden in de wijk. Een plek waar de koffie klaar staat en mensen ook binnen lopen voor een praatje. Een buurthuis dat geen buurthuis is, hoorde ik iemand net zeggen.

Maar met alleen een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn we er natuurlijk niet. Achter een bureau kruipen en wachten tot er ouders en opvoeders over jouw lage drempel stappen: daar redden we het niet mee. De CJG’s moeten niet alleen goed bereikbaar zijn voor ouders en kinderen, maar de centra moeten ook ouders en kinderen en jongeren kunnen bereiken. Ze ook opzoeken.

Dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn, bewijzen ze bijvoorbeeld in Enschede waar een CJG-medewerker –ook bekend als ‘Loes’ -in de bieb zit. Alle CJG-medewerkers heten daar trouwens Loes.

In Groningen kunnen ouders gebruik maken van de koffiekamer op school om met elkaar over opvoeding te praten. In Tubbergen rijdt een (jongeren)bus.
En in Rotterdam werken op het MBO maatschappelijk werkers en sociaal verpleegkundigen, verbonden aan CJG, op school om direct in contact te kunnen komen met leerlingen.

Dames en heren,
Ook vandaag laten we in talloze workshops en activiteiten zien dat veel mogelijk is. We geven het startschot voor de opvoedestafette. Het is belangrijk dat ouders en opvoeders in gesprek raken met elkaar over dagelijkse opvoedzaken.
Uit vandaag gepubliceerd onderzoek blijkt dat ongeveer 90 procent van de ouders vindt dat ze zelf hun kinderen goed opvoeden. Maar zo’n 70 procent van de ouders weet zich soms geen raad met het gedrag van de kinderen. Blijkbaar hoort dat gewoon bij de opvoeding.

Daarom wordt vanaf vandaag een jaar lang het stokje doorgegeven aan opvoeddebatten in het land. Bij u in de buurt, in uw stad of gemeente. Divers in opzet, thema’s, omvang, locatie en organisatie. Vergelijkbaar in enthousiasme van professionals en hun betrokkenheid bij ouders, kinderen en jongeren. Centraal in deze debatten staat de ontmoeting met andere ouders en opvoeders en het bespreekbaar maken van opvoeding. Ontmoeting maakt het mogelijk het eigen sociale netwerk te versterken. Die civil society die zo belangrijk is voor gezinnen en kinderen.
De Centra voor Jeugd en Gezin kunnen een faciliterende rol spelen. Maar ook in samenwerking met bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, sportverenigingen, kerken en buurtcentra kunnen ouders worden bereikt. Groningen staat in de startblokken voor de estafette. Daar hoort u straks meer over. Hoe het na vandaag verder gaat en hoe anderen het doen, kunt u blijven volgen op www.opvoeddebat.nl .

Dames en heren,
het versterken van de eigen kracht van álle gezinnen. Daar gaat het om. En als er echt iets aan de hand is met een kind, dan is snelle signalering cruciaal en moet hulp of ondersteuning snel en effectief geboden worden.
Het is niet vrijblijvend. Is er echt iets aan de hand, spelen er meerdere problemen: dan is 1 gezin, 1 plan niet alleen het credo, maar de werkwijze!

Vanuit een gezamenlijke strategie – of hulpverleningsplan- stemmen hulpverleners de ondersteuning op elkaar af. Weten van elkaar wat je doet, zorgcoördinatie zoals dat zo mooi heet, is noodzakelijk, om een beslissende voorzet te kunnen geven aan gezinnen en jongeren. Aan de moeder uit Helmond in het filmpje heeft u kunnen zien welke voordelen een gezamenlijk aanpak kan hebben.

Van de zomer heb ik het wetsvoorstel over Centra voor Jeugd en Gezin en de regierol van gemeenten naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt geregeld dat altijd duidelijk moet zijn wie belast is met de coördinatie van de zorg. Wie dus verantwoordelijk is voor de samenhangende ondersteuning van een jongere of een gezin. Over 1 gezin, 1 plan kunt u zich vandaag ook laten informeren.

Zoals ik al zei, er zijn legio instrumenten beschikbaar. Ze werken als u ze samen met andere topspelers én in samenhang inzet.

Denk aan de verwijsindex risicojongeren. Vandaag ondertekent een groot aantal Noord-Hollandse gemeenten, in het bijzijn van de gedeputeerde, hier in Nieuwegein het convenant voor de Verwijsindex Risicojongeren. Dat die verwijsindex, die we ook al de elektronische alarmbel noemen, werkt, blijkt wel uit het grote aantal professionals dat er gebruik van maakt.
Zo’n 88.000 meldingen zijn binnen gekomen, waarvan ruim 12.000 binnengemeentelijke matches en zo’n 2700 bovengemeentelijke matches.

In totaal dus zo’n 15.000 matches. En in die matches ligt natuurlijk de grote kracht: risico’s bij jongeren vroeg signaleren en professionals met elkaar in contact brengen - in de gemeente en in het land- om jongeren zo goed mogelijk te ondersteunen én te voorkomen dat een klein probleem groter wordt.
Vandaag lanceren we ook de privacywegwijzer, een website waarmee professionals snel duidelijkheid hebben over welke informatie ze met wie mogen delen en niet meer zelf de wetboeken in moeten duiken.

En zo zijn er vele andere instrumenten en benaderingen beschikbaar om kinderen en jongeren te ondersteunen bij het opgroeien. Om ouders te ondersteunen. Om bij te dragen aan het versterken van de eigen kracht van kinderen en hun ouders. Dat werkt als professionals beginnen bij het kind en zijn omgeving, het gezin, de buurt, of de school.

Als zij uitgaan van het versterken van de eigen kracht van ouders en kinderen en zo min mogelijk de verantwoordelijkheid over nemen. Het werkt als topspelers de instrumenten – zoals de CJG’s, de Zorg en Adviesteams, de verwijsindex- samenhangend vormgeven, vanuit de behoefte van de ouders en kinderen in uw buurt, in uw gemeente.

Dames en heren,
ik kan het belang van pro-activiteit, samenwerking en samenhang niet genoeg onderstrepen. Daarom geef ik u tot slot een aantal coachingstips:

  1. zorg dat u in hetzelfde team speelt als de ouders en de jongeren.

  2. zorg er samen voor dat u de beslissende voorzet geeft die ouders en jongeren in staat stelt zelf te kunnen scoren.

  3. bepaal van te voren uw spelstrategie om die beslissende voorzet daadwerkelijk te kunnen geven. Maak samenwerkingsafspraken. De gemeente heeft daarin het voortouw.

Want, dames en heren, om weer terug te komen bij Johan Cruijff: ‘Wat heb je nou liever,1 goed elftal, of 11 goede 1-tallen?’

Go for it!