Informatiegestuurde Politie

Onderzoeksrapportage van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid over de mate waarin het concept van Informatiegestuurde politie binnen de korpsen wordt gebruikt.

De politiekorpsen in Nederland willen resultaten boeken die effect hebben op de veiligheid en leefbaarheid in de samenleving. Daartoe moet worden ingespeeld op de ontwikkelingen in de omgeving. Hiervoor is informatie nodig. In alle korpsen wordt gewerkt aan de invoering van het concept Informatiegestuurde Politie (IGP). Dit betekent dat op basis van actuele en betrouwbare informatie en analyses, rationele keuzes worden gemaakt, waardoor mensen en middelen optimaal worden ingezet en de bedrijfsdoelen worden
bereikt.

De Raad van Hoofdcommissarissen (RHC) heeft zich uitgesproken over de richting waarin de informatiehuishouding van de korpsen zich zal moeten ontwikkelen. Deze richting is verwoord in het Nationaal Intelligence Model (NIM). Daarin is als doel gesteld dat alle korpsen uiterlijk eind 2012 informatiegestuurd werken. Het programma Intelligence is gestart om deze doelstelling te bereiken.

In dit onderzoek is bekeken in welke mate het concept van Informatiegestuurde Politie binnen de korpsen wordt gebruikt. Het kader dat binnen dit onderzoek is gebruikt, is ontleend aan het NIM. Hierin staan verschillende elementen benoemd waar IGP in een korps aan moet voldoen. Zeven kernelementen zijn vervolgens geselecteerd die samen een representatief overzicht geven van de stand van zaken van IGP en aansluiten bij de organisatie van de korpsen:
1. sturing;
2. opdrachtgever;
3. informatiemedewerker;
4. informatieorganisatie;
5. informatieopdracht;
6. (de)briefing;
7. leidinggevende.

Uit het onderzoek blijkt dat alle korpsen actief bezig zijn met de invoering van IGP, maar dat nog niet alle kernelementen zijn uitontwikkeld. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) constateert daarom ook dat het informatiegestuurd werken nog in ontwikkeling is en dat het nodige nog moet gebeuren. Met name de kern van IGP – het formuleren van informatieopdrachten gebaseerd op de informatiebehoefte, het uitdelen van de informatieopdrachten in de briefing en het consequent binnenhalen van de resultaten in de debriefing – is nog onvoldoende ontwikkeld.